18 oktober 2008

The Devils Miners

Afgelopen woensdagmiddag zijn we aangekomen in Potosi. Potosi is de hoogste en ooit één van de rijkste steden ter wereld. Er zijn 400 mijnen in Potosi, maar de prijzen voor zilver en de andere mineralen zijn zo slecht dat Potosi nu juist een heel arme stad is. 80% van de mensen in Potosi werkt in de mijnindustrie. Zo´n beetje de meeste ongezonde sector die je je voor kan stellen. Wij hadden in de boeken gelezen dat er de mogelijkheid was om de mijnen te bezoeken alhoewel we dat op dat moment nog niet zeker wisten, een bezoek aan de mijnen is zoals aangegeven staat in de boeken “niet voor watjes en doetjes”.

De geschiedenis van de mijn laat er geen gras over groeien:

In de zestiende eeuw ontdekten de Spaanse conquistadores de zilveraders in de Cerro Rico. De mijnen in de kegelberg voldeden aan tweederde van de wereldvraag naar zilver. Het Spaanse imperium en alle bijbehorende oorlogen? Piet Heyn in 1628! - werd grotendeels bekostigd met de Boliviaanse opbrengsten. De lokale Indianen werden als slaven gedwongen om ondergronds te ploeteren. Volgens schatting zouden gedurende vier eeuwen liefst acht miljoen mensen als gevolg van deze uitbuiting omgekomen zijn. Tegenwoordig zijn de mijnen zo goed als uitgeput. Nog slechts zo´n 10000 mijnwerkers dalen af in een labyrint van 20.000 tunnels. De primitieve arbeidsomstandigheden en gebrekkige techniek leiden tot frequente ongevallen. Door stoflongen worden de meeste mijnwerkers niet ouder dan veertig jaar. Maar tijdens Carnaval hopen de als duivels verklede mijnwerkers met een bedevaart naar de Katholieke kathedraal van Potosí hun lot veilig te stellen.

Woensdagavond werd er in het hostel een speelfilm / documentaire gespeeld over Potosí en de mijnbouw met de naam “The Devils Miner” uit 2005. De 800 kinderen die in de mijnen mee helpen maken de werkomstandingheden nog triester. Een verhaal om stil van te worden en mocht je de documentaire ooit ergens tegenkomen, dan moet je hem zeker zien. Even in het kort:

Deze digitale documentaire gaat over het harde leven in een zilvermijn in Bolivia. De film legt het sociale drama van de mijnwerkersgemeenschap in Potosí genadeloos bloot, maar toont ook de ontroerende band tussen Basilio, de jonge hoofdpersoon, en zijn broertje Bernardino, en de magische rituelen waarmee de mijnwerkers zowel hemel als hel verzoeken om genade.
Elke ochtend daalt de veertienjarige Basilio Vargas te voet van zijn huis af langs de steile hellingen van de Cerro Rico naar een school in Potosi. Een paar uur later verruilt hij zijn schooluniform voor z´n werkkloffie, rubber laarzen en een helm met gaslamp. Op de markt koopt hij een zakje cocabladeren. Een vrachtwagen brengt hem terug naar boven, naar de ingang van een van de vijfhonderd oude zilvermijnen bovenop de Cerro Rico.
Diep onder de grond is het stoffig, snikheet en levensgevaarlijk. De genade van God of Jezus Christus is hier ver te zoeken. De mijnwerkers zijn ondanks hun Indiaanse voorouders vrome Katholieken, maar onder de grond heeft de duivel het voor het zeggen. Overal is de beeltenis van Tio (Oompje) aangebracht, voorzien van horens, rode ogen en scherpe tanden. Met offers van cocablaadjes, sigaretten en alcohol probeert jong en oud de boze geest van de mijnschachten te paaien.
Basilio´s klasgenoten pesten hem met zijn werk en op het schoolplein wil niemand met hem praten. Desondanks ervaart hij de lessen Frans, wiskunde en natuurkunde alsof het vakanties zijn. Het liefst zou hij beneden in de stad wonen, verder studeren en over de wereld reizen, maar Basilio en zijn broertje fungeren als kostwinners voor hun moeder en zusje.

Na het zien van deze speelfilm / documentaire hebben wij besloten de mijn te bezoeken en afgelopen vrijdagmorgen zijn we dan ook afgedaald in de mijn. Bijna 2 uur kruipen, klimmen en bukken in de donkere en stoffige tunnels, waar het steeds maar warmer en nauwer werd. Onze conditie is goed op de proef gesteld. Mijnwerkers die nog met hamer en beitel mineralen aan het uitkappen zijn. De werkomstandigheden zijn in de laatste tweehonderd jaar nauwelijks veranderd. En als je er dan hoestend en hees uitkomt, kun je je een heel klein beetje voorstellen wat er met de longen van de bijna ca. 10.000 mannen in de mijnen gebeurd na diensten van 10 tot 12 uur, 6 dagen in de week, 35 jaar (soms worden er zelfs dubbele diensten gedraaid, 24 uur ploeteren zonder dat ze de mijn uit komen).

Voordat we de mijnen in gingen kregen we eerst speciale kleding en een helm met lamp aangemeten, daarna zijn we naar de Miner´s Market gereden waar we verschillende benodigdheden hebben gekocht voor de Miners. Op vrijdag werd er vooral veel gedronken door de Miners, een drankje met maar liefst 96% alcohol laten ze zich goed smaken. Ook werd er van ons verwacht af en toe een slokje te nemen en een ding is zeker, ook diep onder de grond brand dit in je keel.

Wij kochten een flesje drank en een staaf dynamiet. De drie overige kochten ook goederen zoals, cocablaadjes, sigaretten en nog meer drank. Gegeten wordt er onder de grond niet met uitzondering van het kauwen op de cocablaadjes. Wij hebben dit ook geprobeerd in combinatie met een slokje sterke drank en voor ons was het geen succes.

Na onze tocht in de mijnen hebben we zelf een dynamietbom gemaakt en deze buiten mogen afsteken. Het duurt ongeveer drie minuten zei de gids dus we konden nog wel even op de foto. Daarna moest hij hard rennen om de bom weg te leggen en weer een veilig terug bij ons te komen. Enige seconden volgde een enorme knal.

Wij waren enorm onder de indruk en kunnen ons niet voorstellen dat mensen hier hun leven kunnen werken, het is echt onmenselijk!

P.s. We hebben uiteraard de goede camera niet mee kunnen nemen onder de grond en hebben fotos gemaakt met de mobiele telefoon waardoor de kwaliteit een klein beetje te wensen over laat maar toch nog wel een goed beeld geeft.

4 opmerkingen:

Anoniem zei

Hoi Vera en Patrick
Jullie hebben het lef om alles te ondernemen ,en om ons van mooie verhalen en foto's te voorzien. En nu op naar het laatste gedeelte van jullie reis,veel succes en tot horens.
Riet en Cees

Anoniem zei

hoi jongens wat een prachtige foto s en heel mooi verhaal nu op naar jullie laatste gedeelte van de reis geniet er maar van want het is zo voorby veel plezier en groetjes van tante annie en ome joop

Anoniem zei

Hoi Vera & Patrick

Jullie schrikken ook nergens van terug he! wederom mooie foto's en dan die lange verhalen. Veel plezier op jullie verdere reis en we blijven jullie volgen.
Groetjes ome Piet & tante Annie

Anoniem zei

Hallo Patrick en Vera,
Ik heb even op deze site zitten te kijken. Het is gewoon prachtig wat jullie allemaal gezien hebben. Dit is eigenlijk niet te evenaren zo'n reis. Nog veel succes met het laatste gedeelte van de reis.
Groeten van 'oud' buurman Piet.