26 oktober 2008

Zomer- of toch wintertijd?!?

Inmiddels zijn we al weer een weekje in Argentinië en dat is een groot verschil met de voorgaande landen. Zoals verwacht ligt de levensstandaard in Argentinië een stukje hoger. Dit was vrijwel direct te zien toen we de grens over gingen waar de lemen hutjes verdwenen en er gemetselde gebouwtjes voor terug kwamen.
Volgens de reisboeken moesten we rekening houden met zo´n vier uur grenscontrole. Wij zagen hier natuurlijk een klein beetje tegen op maar goed: "we moesten naar Argentinië". In totaal, het wisselen van Boliviaanse Bolivars naar Argentijnse Pesos, uitstempelen in Bolivia, nieuwe stempels halen in het paspoort voor Argentinië en de politiecheck duurde echter maar een kwartiertje waardoor we dus vroeg in de avond aankwamen in het grensplaatsje "La Quiaca" en hadden we al snel een hotelletje voor de nacht gevonden.
De busreis in Bolivia naar de grens verliep voorspoedig ondanks de (soms slechte) onverharde weg. Het is best een bijzondere ervaring om met een dubbeldeks bus over slechte en soms zeer slechte wegen te rijden. Wij hadden het geluk dat wij de tien uur durende busrit bovenin en helemaal vooraan mochten zitten. We zaten dus boven de chauffeur en een stukje voor de voorwielen waardoor wij af en toe het idee hadden boven het ravijn te bungelen.
Alles ging uiteraard goed, alhoewel we af en toe best wel even moesten slikken als de bus op het randje ging rijden om een vrachtauto te kruisen of te passeren want daar doen ze ook niet mo. Het laatste stuk moesten we in verband met "wegwerkzaamheden" een alternatieve route nemen. Deze omleidingsroute ging maar liefst een keer of tien door, en dus niet over, een rivier. Wij weten waar de route van Parijs-Dakar voor aankomend jaar langs gaat komen.
Bij aankomst in het grensstadje "Villazon" hadden wij besloten de grens over te gaan en te overnachten in Argentinië en de volgende dag door te reizen naar Salta, een van de grotere steden in het noorden van Argentinië. Dus die avond snel bustickets geregeld voor de volgende morgen. Toen we naar buiten liepen werden we terug geroepen om ons nog even te vertellen dat de "zomertijd" (andersom in Argentinië") in ging en dat we er dus een uurtje eerder moesten zijn. Erg vriendelijk van ze om dat nog even door te geven. Voor de zekerheid ook in het hotel nog even nagevraagd en daar zeiden ze ook dat de tijd verzet werd die nacht.
De volgende morgen waren we dus op tijd om te ontbijten echter de bakker deed niet aan zomer- en wintertijd en dus was er geen brood. Gelukkig hadden we de dag er voor nog wel wat brood gehaald voor in de bus dus gingen wij na een kopje thee naar het busstation en waren ruim op tijd aanwezig. Er reed bij aankomst net een bus van de busmaatschappij weg van het station.
Binnen een kwartier zou de bus vertrekken maar wat er ook gebeurde er was en kwam geen bus. Hadden wij hem dan alsnog gemist, was de bus een kwartier te vroeg vertrokken?!? Wij waren overigens niet de enige want ook verschillende Argentijnen stonden op de bus te wachten. Bij navraag bij het busstation werd gezegd dat ook de buschauffeurs niet aan zomer- en wintertijd deden, dus stonden we er een uur te vroeg! Uiteindelijk kwam de bus en zijn we naar Salta afgereisd.
Zelfs nu is het nog onduidelijk want de tijd zoals hij op de weblog wordt aangegeven klopt in werkelijkheid niet, het is hier een uurtje vroeger (of ze doen in heel noordelijk Argentinië niet aan zomer- en wintertijd). Dus op dit moment is het vier uur tijdsverschil in plaats van drie uur.
Verder was het ons opgevallen dat ze hier wel erg laat eten. Avondeten tussen tien en elf uur in de avond is hier heel normaal. Gisteren gingen we om zeven uur naar een restaurant om wat te eten na onze dagexcursie: wijn proeven, erg lekker!.
Bij aankomst was het restaurant op een paar dames na, die zaten te borrelen, geheel leeg. Er liepen ook geen obers rond. Na een minuut of tien werden we opgemerkt en kwamen ze met de kaart aan. Wij vroegen eerst wat drinken en daarna zouden wij wat te eten uitzoeken. Prima idee volgens de ober, want het was volgens hem ook nog wel een beetje vroeg, zei hij lachend!
Om half acht verdwenen ook de dames en zaten wij alleen in het restaurant. Om acht uur gaven wij onze bestelling door. Na drie minuten kwam de ober terug om zich te verontschuldigen: de keuken was nog aan het opstarten en we moesten rekening houden met een uurtje, of dat een probleem was!
De fles wijn (Malbec, de beste wijn voor een Argentijnse steak, volgens de geleerden) werd wel gebracht dus wij wachten geduldig af maar begonnen al vast maar aan de fles. Rond een uur of negen kwam dan eindelijk ons eten, Argentijnse steak. Pas om drie minuten kwamen de eerste gasten (op ons na) binnen, een gezin met een heel klein kindje. Waarschijnlijk moet dit kindje op tijd naar bed?!?
Om een uur of tien gingen wij richting het hotel, er waren toen drie tafels van de naar schatting vijftig tafels bezet. Overigens werd het toen wel erg druk maar dat had dan dan wel te maken met de hoeveelheid personeel, het was zaterdagavond en ze verwachten een volle bak!. Wij hebben nog even zitten kletsen met de engelssprekende ober (overigens zeldzaam) en deze zei over de Argentijnse eetgewoonten: "rare mensen, die zuid Amerikanen".

18 oktober 2008

The Devils Miners

Afgelopen woensdagmiddag zijn we aangekomen in Potosi. Potosi is de hoogste en ooit één van de rijkste steden ter wereld. Er zijn 400 mijnen in Potosi, maar de prijzen voor zilver en de andere mineralen zijn zo slecht dat Potosi nu juist een heel arme stad is. 80% van de mensen in Potosi werkt in de mijnindustrie. Zo´n beetje de meeste ongezonde sector die je je voor kan stellen. Wij hadden in de boeken gelezen dat er de mogelijkheid was om de mijnen te bezoeken alhoewel we dat op dat moment nog niet zeker wisten, een bezoek aan de mijnen is zoals aangegeven staat in de boeken “niet voor watjes en doetjes”.

De geschiedenis van de mijn laat er geen gras over groeien:

In de zestiende eeuw ontdekten de Spaanse conquistadores de zilveraders in de Cerro Rico. De mijnen in de kegelberg voldeden aan tweederde van de wereldvraag naar zilver. Het Spaanse imperium en alle bijbehorende oorlogen? Piet Heyn in 1628! - werd grotendeels bekostigd met de Boliviaanse opbrengsten. De lokale Indianen werden als slaven gedwongen om ondergronds te ploeteren. Volgens schatting zouden gedurende vier eeuwen liefst acht miljoen mensen als gevolg van deze uitbuiting omgekomen zijn. Tegenwoordig zijn de mijnen zo goed als uitgeput. Nog slechts zo´n 10000 mijnwerkers dalen af in een labyrint van 20.000 tunnels. De primitieve arbeidsomstandigheden en gebrekkige techniek leiden tot frequente ongevallen. Door stoflongen worden de meeste mijnwerkers niet ouder dan veertig jaar. Maar tijdens Carnaval hopen de als duivels verklede mijnwerkers met een bedevaart naar de Katholieke kathedraal van Potosí hun lot veilig te stellen.

Woensdagavond werd er in het hostel een speelfilm / documentaire gespeeld over Potosí en de mijnbouw met de naam “The Devils Miner” uit 2005. De 800 kinderen die in de mijnen mee helpen maken de werkomstandingheden nog triester. Een verhaal om stil van te worden en mocht je de documentaire ooit ergens tegenkomen, dan moet je hem zeker zien. Even in het kort:

Deze digitale documentaire gaat over het harde leven in een zilvermijn in Bolivia. De film legt het sociale drama van de mijnwerkersgemeenschap in Potosí genadeloos bloot, maar toont ook de ontroerende band tussen Basilio, de jonge hoofdpersoon, en zijn broertje Bernardino, en de magische rituelen waarmee de mijnwerkers zowel hemel als hel verzoeken om genade.
Elke ochtend daalt de veertienjarige Basilio Vargas te voet van zijn huis af langs de steile hellingen van de Cerro Rico naar een school in Potosi. Een paar uur later verruilt hij zijn schooluniform voor z´n werkkloffie, rubber laarzen en een helm met gaslamp. Op de markt koopt hij een zakje cocabladeren. Een vrachtwagen brengt hem terug naar boven, naar de ingang van een van de vijfhonderd oude zilvermijnen bovenop de Cerro Rico.
Diep onder de grond is het stoffig, snikheet en levensgevaarlijk. De genade van God of Jezus Christus is hier ver te zoeken. De mijnwerkers zijn ondanks hun Indiaanse voorouders vrome Katholieken, maar onder de grond heeft de duivel het voor het zeggen. Overal is de beeltenis van Tio (Oompje) aangebracht, voorzien van horens, rode ogen en scherpe tanden. Met offers van cocablaadjes, sigaretten en alcohol probeert jong en oud de boze geest van de mijnschachten te paaien.
Basilio´s klasgenoten pesten hem met zijn werk en op het schoolplein wil niemand met hem praten. Desondanks ervaart hij de lessen Frans, wiskunde en natuurkunde alsof het vakanties zijn. Het liefst zou hij beneden in de stad wonen, verder studeren en over de wereld reizen, maar Basilio en zijn broertje fungeren als kostwinners voor hun moeder en zusje.

Na het zien van deze speelfilm / documentaire hebben wij besloten de mijn te bezoeken en afgelopen vrijdagmorgen zijn we dan ook afgedaald in de mijn. Bijna 2 uur kruipen, klimmen en bukken in de donkere en stoffige tunnels, waar het steeds maar warmer en nauwer werd. Onze conditie is goed op de proef gesteld. Mijnwerkers die nog met hamer en beitel mineralen aan het uitkappen zijn. De werkomstandigheden zijn in de laatste tweehonderd jaar nauwelijks veranderd. En als je er dan hoestend en hees uitkomt, kun je je een heel klein beetje voorstellen wat er met de longen van de bijna ca. 10.000 mannen in de mijnen gebeurd na diensten van 10 tot 12 uur, 6 dagen in de week, 35 jaar (soms worden er zelfs dubbele diensten gedraaid, 24 uur ploeteren zonder dat ze de mijn uit komen).

Voordat we de mijnen in gingen kregen we eerst speciale kleding en een helm met lamp aangemeten, daarna zijn we naar de Miner´s Market gereden waar we verschillende benodigdheden hebben gekocht voor de Miners. Op vrijdag werd er vooral veel gedronken door de Miners, een drankje met maar liefst 96% alcohol laten ze zich goed smaken. Ook werd er van ons verwacht af en toe een slokje te nemen en een ding is zeker, ook diep onder de grond brand dit in je keel.

Wij kochten een flesje drank en een staaf dynamiet. De drie overige kochten ook goederen zoals, cocablaadjes, sigaretten en nog meer drank. Gegeten wordt er onder de grond niet met uitzondering van het kauwen op de cocablaadjes. Wij hebben dit ook geprobeerd in combinatie met een slokje sterke drank en voor ons was het geen succes.

Na onze tocht in de mijnen hebben we zelf een dynamietbom gemaakt en deze buiten mogen afsteken. Het duurt ongeveer drie minuten zei de gids dus we konden nog wel even op de foto. Daarna moest hij hard rennen om de bom weg te leggen en weer een veilig terug bij ons te komen. Enige seconden volgde een enorme knal.

Wij waren enorm onder de indruk en kunnen ons niet voorstellen dat mensen hier hun leven kunnen werken, het is echt onmenselijk!

P.s. We hebben uiteraard de goede camera niet mee kunnen nemen onder de grond en hebben fotos gemaakt met de mobiele telefoon waardoor de kwaliteit een klein beetje te wensen over laat maar toch nog wel een goed beeld geeft.

16 oktober 2008

Uyuni

Vrijdagavond om een uur of negen zijn we met de nachtbus vertrokken richting Uyuni. De nacht hebben we redelijk geslapen. De ruiten van de bus waren aan de binnenzijde bevroren dus dat betekende dat het buiten goed koud was. Rond half 8 kwamen we aan. We zijn eerst gaan ontbijten en hebben nog even op een bankje in de zon gezeten voordat we onze kamer in konden. Hier bekeken we hoe de Jeeps werden vol geladen met passagiers en proviant en vertrokken naar de zoutvlaktes.

In de middag zijn we wel drie keer naar het tourbureautje gelopen waar wij onze tour voor de volgende dagen hadden geboekt maar steeds was er niemand aanwezig, uiteindelijk was er dan iemand die ons kon helpen. We werden de volgende dag om 10 uur verwacht. In het vroeg van de avond zijn we gaan eten en daarna naar bed gegaan want ondanks dat we wat hadden geslapen in de nachtbus waren we gaar.
Zondagmorgen nog even snel een douche genomen want het kon wel enkele dagen duren voordat we weer een douche zouden zien. Daarna even ontbeten en rugzakken gepakt. De grote rugzakken hebben we bij het bureautje achtergelaten en alleen de kleine rugzakken hebben we meegenomen. Nog even water halen, de rugzakken bovenop de jeep gegooid en we konden dan werkelijk gaan. De groep bestond uit de chauffeur/gids, een kok, drie Engelse gasten, een Spanjaard en wij natuurlijk. Gelukkig hadden we een Spanjaard die ook Engels kon want de chauffeur/gids en kok spraken geen woord Engels. De Spanjaard werd als tolk gebombadeerd. Eerst gingen we naar een treinenkerkhof net buiten de stad, wij waren hier de dag ervoor ook al geweest.
Daarna reden we naar het dorpje Colchani, een dorpje waar ze zout winnen. Het was zondag dus helaas werden er die dag geen demonstraties gegeven hoe het zout werd gewonnen. Ze hadden wel een zoutmuseum maar dit was eigenlijk meer een winkel.
Hierna zijn we over de zoutvlakte opgereden. Met 100 kilometer per uur reden we over de eindeloze zoutvlakte en kwamen we na een uur aan bij "Incahuasi" (een soort van eiland). Een grote rots midden in de zoutvlakte met daarop cactusen van honderden jaren oud. We hebben hier een korte wandeling gemaakt en daarna stond de lunch klaar. Wij stonden versteld van wat ze allemaal klaar hadden gemaakt (gebraden lama-karbonade, groenten en een soort rijst). Na de lunch hadden we een uurtje om foto´s te maken en te genieten van de zoutvlakte. Je moest wel je zonnebril ophouden en flink zonnebrand smeren want de zon was erg fel.
Vanuit het
eiland zijn we doorgereden naar "San Juan", de overnachtingsplaats. Het eerste gedeelte van de rit was verder over de zoutvlakte en daarna over zand (het leek wel een woestijn). Onderweg vele Lama´s en soortgenoten gezien. De kamers van de overnachtingsplaats waren veel luxer dan we hadden verwacht en er waren voldoende dekens tegen de kou. Met de groep zijn we naar een begraafplaats van uit de Incatijd gelopen, hier waren mummies begraven in rotsen.
Om half 8 was het tijd om te eten, eerst soep en daarna pasta en waar we zeker niet op hadden gerekend was dat ze een fles wijn bij het eten serveerden. Om half 10 was iedereen afgedraaid en zijn we dan ook gelijk in slaap gevallen.
Ze hadden gewaarschuwd dat het ´s nachts erg koud zou zijn maar in ons slaapzakje hebben we het niet koud gehad. Na het ontbijt zijn we langs de grens met Chili gereden waar we
uitzicht hadden op de vulkaan "Ollague". Daarna zijn we langs diverse meren gereden; "laguna Cañapa, laguna Hedionda".
Bij het eerste meer zagen we de eerste flamingo´s al maar hoe verder we reden hoe meer het er werden. Tijdens het fotograferen waaide Patrick zijn ¨nieuwe¨ hoed (de oude is verloren ergens in Peru) af in het stinkende water.
Bij het meer hadden we een lunch, het waaide hard dus er zat wel wat zand op het eten. Na de lunch zijn we langs nog meer meren gereden "laguna Chiar Khota, laguna Honda, laguna Ramaditas". We hebben een korte stop gemaakt bij "Arbol de Piedra", een aparte rotsformatie. Vanuit "Arbol de Piedra" was het nog een klein stukje rijden naar "laguna Colorado". Dit is het rode meer dat op 4278 meter boven zeespiegel ligt en waar ook het hostal gelegen was. We waren als eerste en dat betekende de beste bedden, met zijn zessen op 1 kamer en geen stromend water. Er lagen ig wel 5 dekens op de bedden dus dat betekende dat het koud zou zijn ´s nachts.
We zijn met de groep naar het uitkijkpunt gelopen om het rode meer te bekijken, ook waren hier weer vele flamingo´s te zien. Het waaide erg hard bij het meer wat de terugweg wel erg zwaar maakte. Na de wandeling stond de thee al weer klaar met heerlijke koekjes. Tot aan het avondeten hadden we tijd voor ons zelf, wat gelezen, dagboek bijwerken en wat uitrusten. Na het avondeten zijn we op tijd naar bed gegaan want de volgende morgen moesten we om 4:30 uur opstaan.
We hadden niet te best geslapen, het was koud in de slaapzak met vijf dekens. Tevens speelde de hoogte ook een rol. Als je in bed omdraaide was je gelijk buiten adem. Om tien over vijf zaten we in de jeep en konden we vertrekken voor de laatste dag van de tour. Vanuit "Laguna Colorada" zijn we naar "Sol de Mañana" gereden. "Sol de Mañana" staat bekend om zijn geisers en hotspring. De stomende geisers kwamen erg mooi uit in het licht van de opkomende zon. Ook zag je de modder bubbelen.
Na een korte stop voor de foto´s zijn we doorgereden naar het meer met de "Aguas termales", de hotspring. Buiten was het erg koud (er lag ijs op het meer) dus hebben we even getwijfeld. Snel de kleren uit en de hotspring in en dat was lekker, errug lekkkuuur, ongeveer dertig graden. De opkomende zon, de stoom van het water, lekker liggen, een perfect plaatje. De eerste tien minuten hadden we het bad voor ons zelf, daarna kwamen er meer toeristen en toen wij het dan ook te druk vonden zijn we eruit gegaan. In een rap tempo hebben we ons omgekleed want het was nu toch wel erg koud, er kwam zelfs een beetje ijs op je natte haren te staan. Het was inmiddels zeven uur en ons ontbijt stond klaar.
Na het ontbijt zijn we naar "laguna Verde" gereden, het groene meer. Het water is groen van het zeer giftige arseen. Het plaatje was erg mooi, de bergen spiegelde in het groene water. Na een half uurtje was het alweer tijd om terug te rijden naar Uyuni. Het was een mooie route met diverse foto stops. Bij de rotspartij "Valle de Rocas" en het stadje "San Cristobal" hadden we een korte pauze. Rond vijf uur kwamen we aan in Uyuni.
Nadat we van iedereen afscheid hadden genomen zijn we nadat we de rugzakken hadden opgehaald naar het hostal gegaan. Aangekomen op onze kamer hebben we eerst een douche genomen zodat we weer fris en fruitig waren want we waren toch wel erg stoffig geworden van de tour. Die vliegjes boven ons hoofd waren er waarschijnlijk niet voor niets. Hierna zijn we na de vermoeiende tour maar door een mooi stukje Bolivia lekker gaan slapen. De volgende morgen zouden we weer de bus pakken naar Potosi waar we nog een aantal dagen zullen verblijven voordat we de grens met Argentinie zullen oversteken.

09 oktober 2008

We zijn er weer ................. (in La Paz)

We weten nu niet of we uiteindelijk blij moeten of niet maar dat heeft de volgende reden.

In het vorige stukje hadden we al verteld dat de vlucht naar Rurrenabaque (jungle) van afgelopen zaterdag geannuleerd was vanwege het slechte weer. We zouden het dus zondag gaan proberen maar toen Patrick afgelopen zondag wakker werd leek het wel of er een oorlog in zijn buik gaande was. Snel besloten wij om de vlucht en de trip te verzetten naar dinsdag. Patrick nam een kuurtje en voelde zich de volgende dag gelukkig al weer een stuk beter.
Dinsdagmorgen bleek dat vanaf zaterdag alle vluchten waren geannuleerd en dat ook de vlucht van dinsdag niet zou vertrekken. Gelukkig hadden we er dus niet te veel mee verspilt maar het was wel jammer dat we niet konden vertrekken. We hadden het echt op de jungle en de Pampas staan. We moesten woensdag maar weer verder kijken. Dat was wel lastig omdat je verder niets kan plannen omdat je iedere morgen moet bellen en klaar moet staan voor een eventuele vlucht. We besloten dan ook om voor vrijdag a.s. de trip naar de zoutvlakten te regelen (eerder was er geen bus) en de vlucht ook nog open te laten (iets annuleren kan altijd).
Woensdagmorgen belde de receptie van het hotel naar het vliegveld en kregen we het bericht dat de vluchten waren hervat. Op het laatste moment gaven ze aan dat wij pas tussen vier en vijf zouden vliegen. Wij waren het hier niet mee eens omdat we al vanaf zaterdag aan het wachten waren. We besloten snel om onze rugzak te pakken en naar het vliegveld af te reizen en de trip naar de zoutvlakten te annuleren.
Om iets over negen kwamen we aan op het vliegveld waar al verschillende mensen zaten te wachten. We liepen direct op de balie af waarna de medewerker zei dat we pas om half vijf zouden vliegen. Wij legden uit dat we het hier niet mee eens waren en na wat gesteggel zou hij proberen om ons eerder op een vlucht te krijgen.
Er was overigens weinig actie te bekennen en na een uurtje besloten we om nog maar eens terug te gaan naar de balie. De medewerker gaf aan dat de eerste vlucht (half zeven) van die morgen teruggekomen was met een technische storing. Er was nu een leeg vliegtuig onderweg naar Rurrenabaque om te kijken of er veilig geland kon worden. Dit vonden wij nog niet zo´n verkeerde actie omdat de landingsbaan onverhard is en het er erg slecht weer is geweest. Wederom gingen wij zitten totdat we op een gegeven moment te horen kregen dat het vliegtuig terug was met passagiers uit Rurrenabaque en dat de passagiers die in de vertrekhal hadden zitten wachten vanaf half zeven vertrokken. Dit was dan het moment dat de vluchten definitief hervat zouden worden.
Wij sloten aan in de rij om in te checken ondanks dat onze vlucht pas veel later zou vertrekken. Voor ons werden mensen uit de rij gezet omdat zij ook een latere vlucht hadden maar wij bleven uiteraard gewoon in de rij staan. Toen was het onze beurt en onze papieren werden direct aan de kant geschoven. We zullen het een klein beetje nuanceren maar Vera werd boos (Patrick overigens ook) omdat we zo aan de kant werden geschoven. Mensen die later hadden geboekt of zelfs die die morgen eerder op het vliegveld een vliegticket hadden gekocht werden voor gelaten maar het mocht niet baten.
Het was ons wel opgevallen dat er al weer veel mensen vertrokken waren na alle vertraging die morgen. Na tien minuten werden we alsnog geroepen en kregen we onze onze "boardingpas". Boos worden helpt dus af en toe wel.
Ondanks dat we nog ruim anderhalf uur moesten wachten op de vlucht hadden we wel het idee dat we die dag nog zouden vliegen (het was inmiddels al twaalf uur en door alle vertraging hadden wij het idee dat onze eigenlijke vlucht (om half vijf) niet meer kon vertrekken). Na een uurtje mochten we dan de vertrekhal in en zagen zelfs het vliegtuig landen en onze rugzak richting het vliegtuig vertrekken.
Het was een heel klein vliegtuigje en wij schatten dat er maar maximaal vijfentwintig personen in konden. Patrick vond het wel leuk om een keertje in een klein vliegtuigje te vliegen in plaats van al die grote machines. De passagiers die er uitkwamen waren duidelijk opgelucht (wij dachten dat dit kwam omdat ze na vier dagen vast te hebben gezeten in Rurrenabaque eindelijk weer in La Paz waren).
Direct daarna kwam er iemand vertellen dat het vliegtuigje een technische storing had en dat we een vertraging hadden van een uur. We zagen dat het vliegtuigje een hangar werd binnengereden.
Enigszins geschrokken doordat het vliegtuigje voor de tweede keer deze dag een technische storing had wachten we rustig af. Na anderhalf uur kwam het vliegtuigje weer naar buiten en konden we instappen. Het was echt een heel klein vliegtuigje en binnen moest je gebukt naar je plaats lopen. Er was ruimte voor maximaal negentien passagiers en twee piloten. Er gingen maar zeventien passagiers naar binnen. Later bleek dat dit te maken had met de ijle lucht (het vliegveld van La Paz ligt op 4000 meter boven zeespiegel). De hoeveelheid personen die ze inclusief bagage mee kunnen nemen wordt afgestemd met de hoogte van het vliegveld. De piloten lachtte en hadden het goed naar hun zin wat ons goede hoop gaf.
Het vliegtuigje sloot de deuren en de propellormotoren werden gestart. We reden naar de startbaan waana de motoren vol gas gingen. We sukkelden een stukje vooruit waarna het vliegtuigje begon te draaien. Vera zei nog: we gaan wel heel schuin over de baan. Dat klopte want het vliegtuigje reed terug naar de hangar waar de motoren weer werden afgezet en de deur weer open ging. De twee jongens achter ons, een Fransman en een Engelsman (beide technici bij Airbus en betrokken bij het ontwerp en de veiligheid van het grootste vliegtuig ter wereld) geinden met ons dat de piloot misschien zijn zonnebril was vergeten. Er komt geen uitleg, maar het was ook niet de bedoeling dat we uit moesten stappen. Een monteur kwam aangerend met sleuteltje elf maar dit paste niet. Hij kwam terug met sleuteltje dertien !?!?!. Na een kwartiertje werd de deur weer gesloten en werden de twee propellormotoren weer gestart.
We reden wederom weer naar de starbaan om ons te positioneren voor de start. Wederom gaan de motoren vol gas en begint het vliegtuigje te rollen. De aanloop is lang, erruuugggggg lang maar uiteindelijk gaat de punt van het vliegtuigje de lucht in.
De twee technici wijzen op het rode lampje dat knipperd op het dashbord van het vliegtuigje maar hebben ook alle vertrouwen in de piloten na de eerdere acties van vandaag. Het vliegtuigje klimt heel langzaam omhoog. Dan maakt het een gecontrolleerde draai naar rechts wat overigens ook niet zo vreemd is omdat we anders richting de Andes zouden vliegen en nooit in de jungle aan zouden komen. Daarna draait het vliegtuigje weer recht waarna het een zeer scherpe en lange, lange bocht naar links maakt. Tevens maakt het vliegtuigje ook flink hoogte. Op een gegeven moment krijgen we het idee dat het vliegtuigje weer richting het vliegveld gaat.
Dan draait het vliegtuigje weer recht en begint het sterk te dalen. Door de voorruit van het vliegtuigje kunnen wij de landingsbaan op zien doemen. Normaal gesproken moet een vliegtuilgje lichtelijk achterover hangen bij een landing en ook onze vrienden, de technici, vinden dit ietwat vreemd. Wij pakken de stoel van onze voorganger goed vast en snoeren onze riem nog eens goed aan. Er is overigens geen paniek of onrust in het vliegtuig en ook de piloten lijken het volledig onder controle te hebben. Net boven de landingsbaan wordt de neus omhoog getrokken en maakt het vliegtuigje een keurig nette en relaxte landing. We zijn allemaal opgelucht als het vliegtuigje richting de hangar gaat.
De piloot vertelt dat er een technische storing is en dat het minimaal een uur gaat duren voordat dit gerepareerd is. Wij stappen uit en lopen naar de vertrekhal, de twee technici maken een praatje met de twee nog steeds opgewekte piloten. Het blijkt dat een van de motoren niet helemaal gezond is. Het rode lampje....... had te maken dat er niet voldoende druk in de cabine was maar dat was weer te wijten aan de motor. Wij hebben overigens niets gemerkt van een onder- of overdruk in de cabine.
Vanuit de vertrekhal zien wij dat de motoren van het vliegtuigje worden getest en dat een motor minder hard draait dan de ander. Het vliegtuigje wordt weer de hangar ingereden maar wat ons meer zorgen begint te baren is het slechte weer dat op ons af komt. Binnen vijf minuten begint het te bliksemen, hagelen en stevig te regenen. Er komt iemand ons vertellen dat we nog een half uurtje moeten wachten waarna er twee passagiers vertrekken die er geen vertrouwen meer in hebben. Op de vraag van Vera of er wordt gevlogen in het donker (het is dat al bijna vijf uur) komt een duidelijk antwoord: NEE!!!
De vlucht(en) voor vandaag wordt(en) uiteindelijk afgelast. Op dat moment staan er nog steeds mensen bij de incheckbalie te wachten. Wij hadden dan het "geluk" dat we vijf minuten hebben mogen vliegen maar wij hebben ook gelijk besloten ons avontuur naar de jungle nu definitief te laten voor wat het is.
Nadat we onze rugzakken hebben opgehaald reizen we wederom naar het hotel waar de medewerkers niet wisten wat ze moeten zeggen of doen. Het hotel blijkt overigens ook nog eens volgeboekt te zijn. Op het moment dat ze dit vertellen komen de technici binnen gelopen met nog een Australische gestrandde passagier. Elders hadden ze ook al geen ruimte meer in een hotel en in alle commotie laat een van hen een camera in de taxi liggen. Het enige wat we kunnen doen is zuur lachen. Het hotel zorgt er overigens voor dat we nog ergens anders kunnen slapen de aankomende nacht.
Vandaag hebben we alles weer moeten annuleren en hebben we weer een bus geregeld (veel veiliger) die ons vrijdag naar de zoutvlakten zal brengen. Hier hebben we iets meer vertrouwen in dat het goed komt.
Bolivia heeft ons helaas nog niet zo veel geboden als waar we van te voren op hadden gehoopt, tenminste als je de paar spannende verhalen niet mee telt!!!

04 oktober 2008

Vertraging

Keurig op tijd stonden wij vanmorgen op het vliegveld van La Paz. Direct al zagen wij op het bord dat de vluchten naar Rurrenabaque waar vandaan ons avontuur naar "Madidi park" en de "Pampas" zou vertrekken problemen gaf. We zouden om half tien vliegen maar het bord gaf aan dat er om elf uur informatie kwam. Dit betekende niet veel goeds en na te hebben gewacht tot elf uur bleek het weer te slecht te zijn in Rurrenabaque waardoor alle vluchten van vandaag geannuleerd waren. Dat betekende dat we weer terug konden naar het hotel in La Paz. Als het weer in Rurrenabaque goed is (in La Paz is het overigens prachtig weer) zullen we nu morgen om half elf vliegen.
Dit bood ons wel de gelegenheid om de foto cd op te halen van de moutainbike rit van gisteren en enkele foto s in het vorige bericht te plaatsen.

"Down the world´s dangerous road"

Ja, ja, we hebben het overleefd, "the world´s most dangerous road". Ook wel "death road" genoemd. Het was een mooie mountainbike tocht met een company waarvan de naam al doet vermoeden hoe het parcours eruit ziet ¨Gravity assisted" Mountain Biking (http://www.gravitybolivia.com/). Ofwel downhill, we hebben niet veel hoeven te trappen.
Het is woensdagmorgen als wij het mountainbike bureautje binnen lopen. Nu zijn we geen mountainbikers en mountainbiken is niet direct het eerste wat je in Bolivia zou verwachten. Wij hadden iets gehoord en gelezen van mountainbiken op de gevaarlijkste weg ter wereld en op de een of andere manier had dit onze aandacht getrokken. Na een uitgebreide uitleg waarin duidelijk werd uiteengezet hoe je dit op een "verantwoorde manier" kon doen keken wij elkaar aan. Doen........ of toch niet, wat denk jij, nee, jij mag het zeggen, nou vooruit of toch niet?
Voor vrijdagmorgen werden we ingedeeld voor een afdaling met de mountainbike op de gevaarlijkste weg ter wereld! Nadat we alles hadden doorgegeven dat de veiligheid ten goed komt (helm, pak, handschoenen, etc.) liepen we enigszins met knikkende knieën naar buiten.
Maar jullie vragen jullie waarschijnlijk af, waarom deze weg de gevaarlijkste van de wereld is. Nou….. deze naam is ontstaan naar een onderzoek van de inter-amerikaanse development bank, omdat op deze weg de meeste fatale ongelukken per kilometer gebeuren. Ongeveer 26 auto´s per jaar verdwijnen hier in het ravijn, met meer dan 300 doden tot gevolg. En dat is niet zo gek als je bedenkt dat deze weg die 64 kilometer lang is en bestaat uit een 1-baans zandweg, bochtig is en aan de linkerkant ravijnen heeft van 200 tot 600 meter diep. Een andere bijkomstigheid is dat het er vaak erg regenachtig en mistig is.
Tegenwoordig is er overigens een gedeeltelijk nieuwe weg (asfalt), maar dit wil niet zeggen dat de oude weg helemaal niet meer word gebruikt. Ondanks het afgenomen aantal verongelukte voertuigen stond de teller van het aantal doden nog steeds op 43. Nog steeds erg veel en erg triest dus. Dat is jammer, want de weg is behalve de gevaarlijkste, misschien ook wel de mooiste ter wereld. In de 64 km durende afdaling kronkel je via haarspeldbochten naar beneden. Het hoogteverschil is maar liefst 3650 meter (van 4760 meter naar 1100 meter boven zeespiegel).
Vrijdagmorgen om kwart voor acht rijden we met een bus met de mountainbikes op het dak naar het startpunt van de tocht "La Cumbre". Het is er koud en soms een beetje mistig. In de bus was de kleding al uitgereikt waarna wij deze aan konden gaan trekken. Daarna was het de mountainbike passen. Iedereen kreeg persoonlijk uitleg van een van de twee gidsen over hoe de fiets werkt. Met name de hydraulische remmen waren een punt van aandacht, we zouden ze vandaag nog wel eens nodig kunnen hebben.

Dan volgt de algemene uitleg. De uitleg is vrij simpel: er zijn 2 gidsen die ons mee naar beneden nemen, een gids rijdt voorop voor de snelle onder ons en de ander sluit aan achter de langzaamste (ok, wij geven toe, wij zitten niet in de kopgroep maar hadden ook niet de rode lantaarn bij). Hierachter rijdt de bus die het verkeer in de gaten houdt en bijstand kan verlenen (en waar je eventueel in kon stappen als je het even niet zag zitten). Via een walky-talky houdt hij de gidsen op de hoogte van het achteropkomend verkeer.
Tot slot moeten wij de fietsen nog dopen. Een klein flesje sterk spul (ondefineerbaar maar voorzien van 90% alcohol) komt te voorschijn. Een paar druppels op de grond, daarna een paar druppels op de fiets en dan jezelf dopen door een "klein" slokje te nemen. De gezichten spraken boekdelen.
Dan begint de tocht naar beneden. De eerste twintig kilometer zijn asfalt. Echt super, in het begin wisten we niet zeker of we dit tempo aan moesten houden. Iedereen volgt dapper maar af en toe hebben we toch wel zweethandjes en knijpen misschien net iets te snel in de remmen. Om de zoveel tijd nemen we even rust en de adrenaline pompt dan bij iedereen goed rond en de knietjes knikken.
Na ongeveer een half uur te hebben gereden moeten we stoppen voor een drugscontrole. Deze post is opgezet om er voor te zorgen dat drugs niet zo gemakkelijk (in tegenstelling tot vroeger) vervoerd kan worden (overigens mocht je ook niet teveel wc-papier vervoeren maar vraag ons niet waarom). Daarna was het weer een stukje afdalen en moesten wij de "mountainbike belasting" betalen, ieder vierentwintig Bolivianos (tweeënhalve euro). Dit checkpoint lag op 3200 meter boven zeespiegel.
Toen moest er een keuze gemaakt worden. Het volgende stukje ging een klein beetje omhoog (en niet overdreven maar een molshoop was er niets bij) maar doordat je op hoogte fietst is dit super zwaar. Patrick is met drie anderen en de twee gidsen naar boven gefietst. In een half uur heeft zijn hart uren overgewerkt maar het gaf wel een voldaan gevoel. Vera is met de overigen met de bus naar "boven" gereden. Het was uiteraard erg motiverend toen de bus met de overigen al zwaaiend de zwoegers voorbij kwam.
Hierna was het tijd voor een snackpauze, werden de fietsen gecontroleerd en kregen we uitleg over het tweede deel "het onverharde pad". Hier stapte iedereen weer op de fiets, dus ook Vera ging weer op het zadel zitten. Dit is totaal anders rijden en het duurde dan ook even voordat je er een goed gevoel bij had maar toen..... Vreemd genoeg moesten we links (in Bolivia rijden ze rechts) gaan rijden, aan de zijde van de afgrond. Hiervoor waren diverse redenen die juist de veiligheid ten goede kwamen. Ook moesten we rechts van de fiets af stappen zodat we niet het ravijn in konden stappen. Het waren handige tips zullen we maar zeggen. Op een gegeven moment moeten we zelfs onder de waterval "San Juan" door rijden. Hoe verder we naar beneden reden hoe warmer het werd en wij kleding uit gingen trekken. Uiteraard hielden wij onze ter beschikking gestelde beschermende kleding aan. Gelukkig viel het weer erg mee en zijn we dus alleen maar erg bezweet beneden aangekomen en konden we ter plaatse van een opvangcentrum voor wilde dieren (apen, aras, enz.) douchen en zelfs een duik in een zwembad maken.
Het was inmiddels al half drie toen we aan de lunch begonnen. We lieten de late lunch smaken en deden ons tegoed aan een drankje want wij vonden dat we dat wel hadden verdiend.
Gelukkig zijn wij, en onze groep van negen personen heelhuids beneden aangekomen ondanks de drie lekke banden. Een spectaculaire tocht langs diepe ravijnen, door watervallen, beekjes en veel bochtenwerk, echt geweldig!!!.
Sorry papa´s, mama´s en zussen maar we vonden het beter pas achteraf te vertellen dat we downhill gingen mountainbiken. Uiteraard zijn er foto´s gemaakt van de tocht maar dit hebben de gidsen voor ons gedaan omdat wij het veel belangrijker vonden om de handen aan het stuur te houden.
Zaterdag zullen wij met het vliegtuig vertrekken richting "Rurrenabaque" waar we met een boot weer richting "National park Madidi" en de "Pampas" zullen varen om weer een weekje te genieten van natuur en rust (die we misschien ook wel weer nodig hebben na ons mountainbike avontuur).