29 september 2008

Afscheid

De laatste dag in Nasca hebben we een bezoek gebracht aan een aquaduct in de buurt. Verder wilden we het de dag rustig aan doen omdat we de volgende dag, maandag allen een lange reis voor de boeg hadden.

Het aquaduct stamt uit de Incatijd en tot op de dag van vandaag wordt er nog gebruik van gemaakt door de boeren in de omgeving. Het aquaduct zag eruit als een rij met putten waar je onderin het kraakheldere water zag stromen. Het gekke was dat de rivier direct naast het aquaduct compleet droog stond.
In de middag hebben we nog een glaasje gedronken (wijn van de bezochte wijnfarm enkele dagen terug) op de geslaagde reis. Daarna was het nog een keertje met zijn allen uit eten.
Vanmorgen zijn we om half elf naar het busstation van ¨Cruz del Sur¨gelopen waar we de tassen hebben afgegeven van Andre en Ingeborg. Nog heel even moesten ze wachten en toen werd het dan echt tijd om afscheid te nemen.
Inmiddels zitten ze in de bus onderweg naar Lima waar ze in het vroeg van de avond aan zullen komen. Morgenavond zullen ze dan het vliegtuig pakken naar Madrid en Amsterdam waar ze woensdagavond Nederlandse tijd aan zullen komen.
Wij gaan zo nog even lunchen (we weten nog een tentje dat erg lekkere lasagna serveert) en dan zullen ook wij de rugzakken op gaan halen bij het hotel. Onze bus zal om half vier vertrekken in de richting van Arequipa, Puno en uiteindelijk de grens met Bolivia oversteken. Hierna zal het nog een uurtje duren voordat we in La Paz, de hoogste stad ter wereld, aan zullen komen. We hopen maar dat de twintig uur durende busreis snel voorbij zal gaan.

28 september 2008

8 op de schaal van Richter

Na de georganiseerde reis met Andre en Ingeborg hadden we nog een klein weekje over om ons eigen plan te trekken in Peru. Wij hadden besloten om richting Nasca te reizen, dit is ongeveer zes uur met de bus vanuit Lima waar wij weer verder zullen gaan richting Bolivia. Andre en Ingeborg reizen daarna weer terug naar Lima.

Vanuit Lima hadden we de bus geregeld naar het stadje Pisco. Pisco ligt in een mooie natuurlijke omgeving. Met name de kuststrook is bijzonder. Er ligt een groot natuurpark langs de kust en enkele eilandjes die te bezoeken zijn. Na het avontuur op het meer van Titicaca hadden we besloten om geen boot meer te nemen en ons zouden richten op het natuurpark langs de kuststrook.

Pisco is vorig jaar augustus getroffen door een grote aardbeving en hiervan waren de gevolgen nog zeer duidelijk zichtbaar. De volgende berichten stonden toendertijd in de krant:

Peruaanse stad Pisco zwaar getroffen door een aardbeving

17 augustus 2007 - Bij de zware beving, die een kracht had van 8,0 op de schaal van Richter, is met name de stad Pisco zwaar getroffen. De 55.000 inwoners tellende stad werd voor 70% verwoest.
De beving vond plaats in de Stille Oceaan, vlak voor de kust van Peru en trof met name de regio Ica, met daarin de stad Pisco gelegen. Alleen al in deze regio raakten meer dan 80.000 het dak boven hun hoofd kwijt. In totaal kwamen er meer dan 500 mensen om het leven en raakten er duizenden mensen gewond door de zeebeving. Ook naschokken zorgden nog voor slachtoffers. De meeste slachtoffers konden niet meer onder het puin vandaan gehaald worden.De beving veroorzaakte ook verwoestingen aan onder andere toeristische trekpleisters. In het Nationaal park Paracas werd de bekendste rots, de Kathedraal, volledig verwoest. Ook een aantal archeologische vondsten raakten onherstelbaar beschadigd.

We hebben uiteraard mensen ter plaatse gesproken en deze spreken over een dodental van meer dan 600 doden. Een kerk waar mensen een dienst aan het bijwonen waren is totaal weggevaagd. Hier zouden al zeker een kleine 200 mensen om het leven zijn gekomen. Het was dus heel bizar om hier rond te lopen en iets wat denk ik toch nog wel een hele tijd in ons geheugen gegrift blijft staan. Ondanks dat je kunt zien dat de mensen druk bezig zijn met het herbouwen van de stad is het nog steeds een grote puinhoop met grote kale stukken. Het hostel waar wij verbleven had ook schade opgelopen maar is wel blijven staan. Rondom het hostel was alles ingestort. Er stond zelfs een kruis van iemand die overleden was midden op de kale vlakte.

Nu kun je zeggen: wat ga je er zoeken want we hadden van te voren al gehoord over de aardbeving. Uiteraard wisten wij niet wat we zagen en we hadden dit ook niet verwacht maar aan de andere kant help je de bevolking ook weer door er naar toe te gaan en geld uitgeeft. We zijn dus een dag naar het natuurpark "Paracas" geweest, eigenlijk niet meer als een soort woestijn langs de kust. Het was niet alleen zand maar ook rotsen met allerlei mooie kleuren. Verder waren er veel vogels langs de kust te zien waaronder gieren. Door de aarbeving waren er grote kloven in de rotsen onstaan en was de bekende "Kathadraal" inderdaad vernield. Tussen de middag hebben we in een heel eenvoudig visrestaurantje gegeten en genoten van het uitzicht. Tot slot zagen we nog een zeeleeuw zwemmen.

Vanuit Pisco hebben we transport geregeld naar het einddoel "Nasca". Onderweg zouden we nog de stad Ica aandoen en hebben we nog wat dingen bezocht als een wijn / pisco-boerderij (pisco-sour is een heel populair drankje hier). Om half elf in de morgen waren we al van alles aan het proeven en ondanks dat het vroeg was smaakte het goed. Daarna zijn we naar een museum en de stad gereden waar we wat rond hebben gekeken.

De lunch hebben we genoten bij een oase midden in de woestijn (hier waren overigens alleen maar zandduinen en geen rotsen). Rond de oase waren wat hotelletjes en restaurantjes gebouwd. De zandduinen trokken en met een buggy kon je een stuk mee rijden. Het parijs-dakar gehalte was groot en we doken dan ook regelmatig bijna rechtstandig naar beneden over de duinen. Er was ook nog de mogelijkheid om op een "sandboard" van de duinen af te zeilen maar dit hebben we toch maar gelaten. De duinen waren echt hoog en steil en wij vinden het zonde om onze wereldreis af te moeten breken vanwege een gebroken been. Die avond zijn we met de bus naar Nasca gereden. Het gekke is dat de steden Ica en Nasca veel minder hebben geleden onder de aarbeving.

Gisterenmorgen zouden we met een klein vliegtuigje (Cesna) over de wereldberoemde "Nasca-lines" vlegen. Ondanks dat we afgelopen jaar natuurlijk al heel wat mijlen in een vliegtuig hebben gevlogen is dit toch wel wat anders. Het vliegtuigje (vijf personen plus piloot) gaat lager en hobbeld en schut door het luchtruim. Na ongeveer een uurtje op het vliegveld te hebben gewacht werden we dan eindelijk geroepen en konden we na de veiligheidscheck (beide hadden ons zakmes bij) dan naar het vliegtuigje.

De motor werd gestart en je kon elkaar gelijk al niet meer verstaan. Alles is klein in het vliegtuigje en je zit kort op elkaar maar toen we eenmaal in de lucht waren ging het allemaal heel relaxt. Uiteraard zak je af en toe wel een en dan voel je je maag maar het uitzicht maakte alles goed. Op een gegeven moment kregen we de indruk dat we rechts moesten kijken: "de walvis". Het eerste teken was nog lastig te vinden in het landschap maar toen we eenmaal wisten waar we naar moesten kijken waren de afbeeldingen duidelijk in het landschap te zien. Overigens zijn er veel meer tekeningen en lijnpatronen waar te nemen. Daarna gooide de piloot het roer om om ook de andere kant van de tekening te bekijken. Daarna vlogen we weer naar de volgende tekening. In totaal konden we zo´n vijftien tekeningen zien. De vlucht duurde een kleine drie kwartier waarna het vliegtuigje weer veilig aan de grond werd gezet. Er zijn heel wat foto´s geschoten maar we zijn er ook achtergekomen dat dit nog niet mee valt in zo´n schuddend ding en als je de tekening dan eindelijk scherp had gooide de piloot het roer weer om, maar toch!!!

Hierna zijn we nog naar een begraafplaats gereden van voor de Incatijd. Een strook langs de rivier was zo´n zevenhonderd jaar lang gebruikt om mensen te begraven. De mensen werden gemummificeerd, dat wil zeggen: na hun dood werden ze ongeveer drie weken in de zon gezet in een bepaalde houding en daarna werden ze nog enkele dagen in de buurt van een vuurtje gezet. Om er dan voor te zorgen dat de mensen droog bleven werden ze omwikkeld in katoen wat hier veel werd verbouwd (en nog steeds). Daarna werd er een soort kelder gemaakt waar de mummies in werden gezet met hun gezicht richting de zonsopgang. Daarnaast werden vaak waardevolle materialen als potten, sieraden en voedsel mee in de kelders begraven voor de weg naar het hiernamaals. De grafkelders liggen een stuk hoger dan de rivier en omdat het per jaar maar maximaal drie uur regend kan vocht weinig schade aan de mummies toebrengen. Daarnaast werden de mummies ook nog eens op een hoop katoen gezet om het vocht er uit te houden.

Later waren het schatgravers die de mummies weer op gingen graven voor van alles en nog (voornamelijk potten, textielen en sieraden) waardoor je nu over de gehele strook botten kunt vinden. Toch zijn er ook nog (en best veel) mummies gevonden. Deze graven hebben ze nu geopend voor de toeristen en dat is best vreemd om te zien. Dat dit dan ook weer niet zo goed is voor de mummies zijn ze ook weer achtergekomen want na tien jaar weersinvloeden op de mummies is goed te zien dat deze aangetast worden.

Inmiddels zijn de bustickets gekocht. Wij zullen morgenmiddag de bus pakken naar La Paz, een stad in Bolivia. De busreis zal maar liefst twintig uur duren maar we hebben dan ook maar gekozen voor een luxe bus zodat we toch nog wat kunnen slapen. Andre en Ingeborg hebben een busticket gekocht voor Lima waar ze overmorgen het vliegtuig weer zullen pakken naar Nederland. Voor hun is het avontuur dus bijna afgelopen en voor ons start er weer een.

24 september 2008

Afzien in de Jungle

Afgelopen donderdag zijn we met het lokale busje (collectivo) naar Urumbamba gereden. Deze busjes wachten netjes op hun beurt op het busstation totdat er voldoende mensen zijn om naar het eindpunt te rijden. Vaste vertrektijden zijn er dus niet! De ritprijzen zijn netjes vastgesteld zodat je nooit te veel betaalt (1,20 sol = ongeveer 0,30 euro) en er geen concurrentie tussen de busjes ontstaat.
Nu is het zo dat als je met de prijs niets kunt doen, je creatief moet zijn om meer geld te verdienen.
Zo proberen ze dan ook zo veel mogelijk reizigers in het busje te proppen. Ons busje had plaats voor twaalf personen maar toen we eens gingen tellen bleken er negentien personen plus de bestuurder in het busje te zitten. Wij hadden wel een stoel maar moesten onze rugzakken (gelukkig waren het de kleine) op onze schoot houden. Ongeveer tweederde van de reis heeft er een iets wat gezette dame met een bil op het been van Vera gezeten. Als er onderweg mensen uit stapten leek het er heel even op dat er weer wat ruimte kwam maar vaak stopte hij al weer binnen honderd meter om de volgende weer in te laden.
Bij aankomst in het dorp hebben we eerst een rondje gelopen waarna we in twee "bromriksja´s" zijn gestapt die ons naar het hotel brachten.
Het hotel was een oud omgebouwd klooster voorzien van allerlei luxe. Wij als backpackers zijn dit uiteraard niet gewend maar onze "gasten" waren hier blijkbaar aan toe na al die slopende dagen. Het enige minpuntje was het restaurant. Het eten was er heerlijk maar verder ging alles verkeerd wat maar er maar verkeerd kon gaan.
De volgende dag hadden we vrij en moesten we ons melden in Cusco. Zaterdag zouden we vertrekken naar de "jungle" waar het weer afzien zou worden.
Wij besloten om met het openbaar vervoer naar het plaatsje Moray te rijden, niet ver van Urumbamba. Hier waren overblijfselen van de Inca´s te vinden. Bij aankomst op het busstation werden we besprongen door opdringerige taxichauffeurs. We probeerden er achter te komen welke bus er naar Moray reed, hoe laat en wat het kosten. Het bleek dat er geen bus reed en dat hoorden de taxichauffeurs ook. Wederom hingen ze als gieren rond ons. Voor twintig sol (per persoon) wilden ze ons wel brengen maar dit was natuurlijk veel te veel. De teleurstelling was dan ook op hun gezichten af te lezen toen we zeiden dat we dan maar met de bus naar Cusco zouden reizen (en onderweg een andere plaats zouden bezoeken).
Die avond hebben we in Cusco in een restaurantje gegeten dat zwerfkinderen helpt door ze van de straat te halen. Het restaurantje was goed verzorgd en gezellig aangekleed en we namen boven plaats op een bank. Nadat we de (onduidelijke)
kaart hadden bestudeerd en toch een keuze hadden kunnen maken was het wachten op de wijn en het eten. Het eten was zeer lekker en ook de wijn lieten we ons goed smaken. Op een gegeven moment liet Vera haar vork vallen en vond deze terug onder de tafel. Even keek ze vreemd op toen ze zag dat er een stuk bloemkool aangeprikt zat. Niet alleen Vera maar ook de rest hadden geen bloemkool op hun bord liggen ??? Nadat de tranen van het lachen van de wangen waren weggeveegd hebben we de rest opgegeten. Overigens moet wel gezegd worden dat het restaurant er keurig uitzag dus waar die bloemkool nu ineens vandaan is gekomen?
Zondag begon het zwaarste gedeelte van de reis die wij samen met Andre en Ingeborg zouden maken. We gingen naar de Jungle waar we zouden gaan afzien. Met het vliegtuig zouden we landen op een "landingsstrip", dat dus gewoon een goed geasfalteerde landingsbaan was. De busreis naar het
bootje was primitiever. Gaten werden ontweken en regelmatig moest het busje door plassen en modder om naar de andere kant te komen. Bij de rivier aangekomen lag de kano klaar. Na ons avontuur op het meer waren we blij te zien dat deze boot wel "zeewaardig" was. De boottocht duurde ongeveer anderhalf uur en onderweg zagen we al diverse vogels en ook wat apen in de toppen van de bomen.
De boot meerde bij een wankel trapje aan vanwaar we naar boven moesten klimmen en naar de overnachtingsplaats moesten lopen diep de jungle in. Deze overnachtingsplaats was een keurig nette lodge met kamers voorzien van wc en douche.
Ok, de douche had alleen koud water en er waren overal kieren en openingen aanwezig waar het gedierte door naar binnen kon maar het was zeker niet primitief. Wij verdenken onze gasten ervan dat zei dit al wisten en bewust voor deze reis hadden gekozen om zo niet door de mand te vallen.
Tijdens de drie dagen
die we in de jungle hebben doorgebracht hebben we genoten van al het moois om ons heen. Zo zijn we de eerste avond in het donker op zoek gegaan naar dieren die snachts tot leven komen. Dit geldt dan vooral voor kikkers en insecten.
De volgende morgen was het vroeg opstaan (vijf uur) om naar een kleiwand te varen waar a´s morgens klei komen eten. Dit blijken ze te doen om hun magen te reinigen van schadelijke stoffen die in de vruchten zitten die ze eten. Helaas regende het die morgen waardoor de echte grote Ara´s niet op kwamen dagen. We zagen vanuit onze schuilhut wel kleinere groene en groenblauwe papagaaien.
Na het ontbijt zijn we na een stukje te hebben gevaren en gelopen bij een meer aangekomen waar we de beschermde reuzenotters konden bekijken en waar we gingen vissen op piranha´s. Met een apart bootje voeren we het meer op waar we verschillende vogels zagen. De boot werd stilgelegd en we konden gaan vissen. Binnen twee tellen voelde je gelijk dat de piranha´s toehapten maar het zijn ook slimme beestjes die het vlees rondom de haak netjes wegeten. De gids ving uiteraard als eerste een piranha. Daarna was het Ingeborg die er eentje boven water haalde, deze viel er op het laatste moment weer vanaf.
Daarna duurde het een tijdje voordat er weer werd gegeten. In de tussentijd konden we de reuzenotters in de verte in groepen zien jagen. Doordat deze beschermd
zijn mochten we er niet te dicht bij maar je kon toch goed zien hoe ze op de piranha´s aan het jagen waren. Tot slot haalde Patrick nog een Piranha boven water en hing er bij Vera ook enkele keren eentje aan de haak. Die middag hebben we nog een boerderij bezocht waar van allerlei groenten en fruit werden verbouwd.
Maandagmorgen was het uitslapen waarna we een lange wandeling zijn gaan maken door de jungle. We kregen veel uitleg over bomen, planten en dieren die er voor
kwamen. Een gedeelte van de wandeling lag dicht bij het meer waardoor we diep door de modder moesten ploeteren. De dieren lieten zich niet al te vaak zien maar zo af en toe zagen we toch wat voorbij komen. Zo zagen we wat hagedissen, diverse vogels waaronder een gier, een slang en bijzondere insekten. Het mooiste was toch wel een rups van ongeveer tien centimeter die voorzien was van allerlei uitsteeksels. Na dik drie uur wandelen kwamen we uitgeteld aan bij de lodge en hebben dan in het vroeg van de middag heerlijk in de hangmatten gelegen. Tegen de avond hebben we samen met de gids in opleiding nog een wandeling gemaakt rond het kamp. De gids sprak nog niet echt goed Engels en begon dan ook iedee keer met: "Deze boom/plant is erg belangrijk voor de lokale bevolking omdat ......".
Gisteren zijn we weer teruggevlogen naar Lima waar we de georganiseerde reis met Andre en Ingeborg hebben afgesloten. De aankomende week zijn Andre en Ingeborg nog wel in Peru en zullen we zelfstandig nog wat dingen gaan bekijken. Zo zullen we vandaag met de bus richting Pisco reizen.

17 september 2008

Machu Picchu

De afgelopen dagen stonden in het teken van de Machu Picchu en omdat waarschijnlijk niet iedereen precies weet wat de Machu Picchu is hebben we even wat informatie opgezocht om wat meer te vertellen over deze oude Inca-stad.

De stad Machu Picchu is gelegen tussen steile bergen (Machu Picchu en de Huayna Picchu), op een hoogte van 2438 meter, vlakbij de stad Cusco waar we twee dagen verbleven. De gehele stad besloeg een gebied van 13 km², gebouwd op terrassen die in een bergwand waren uitgehakt. Door het rotsdal loopt op ongeveer 1750 meter hoogte de sterk stromende rivier de "Urubamba".
Aangenomen wordt dat de bouw van de stad Machu Picchu werd begonnen rond 1440 door de Inca vorst Pachacuti, niet alleen voor koninklijke, maar ook voor religieuze doeleinden. Tot aan de Spaanse verovering van het gebied in 1532 was de stad bewoond. Omdat deze stad zo verborgen lag, hebben de Spanjaarden haar nooit gevonden en dus ook niet de gelegenheid gehad haar te vernietigen.
Er is in de stad een woonzone met middenin een groot plein, een militaire zone en een godsdienstige zone. Tussen de godsdienstige gebouwen stonden ook de woonvertrekken van de hofhouding. In de godsdienstige zone vindt je tempels voor de zonnegodin en de maangodin. Ook staat er een zonnewijzer op het hoogste punt van de stad.
Vaak wordt aangenomen dat Machu Picchu een buitenverblijf was voor koningen en andere hooggeplaatsten. Er konden rond de 750 personen in de stad verblijven. Gedurende de regentijd, als er geen koningen aanwezig waren, zouden er veel minder mensen in Machu Picchu geweest zijn. Toen de Spanjaarden het Rijk van de Inca versloegen, stopte de regelmatige trek van en naar Machu Picchu door edelen en raakte de stad verlaten.
Vastgesteld werd dat in 1867 de Duitse goudzoeker en houthandelaar Augusto Berns de bergstad vond en plunderde, met toestemming van de Peruaanse regering. Berns verkocht de historische schatten aan Europese musea.
Op 24 juli 1911 verrichte Hiram Bingham, een historicus verbonden aan de Yale universiteit, een studie naar de Inca-paden. Hij besloot op zoek te gaan naar de laatste nog nooit gevonden hoofdstad van de Inca´s, Vilacbamba. Hij vond echter Machu Picchu, waarvan de muren moeilijk waren te zien, volledig overwoekerd door bomen, mos en dichte begroeiing van klimplanten. Algemene bekendheid kreeg de stad in 1913, toen de National Geographic een compleet nummer wijdde aan Machu Picchu. In 1983 werd de stad opgenomen op de werelderfgoedlijst van UNESCO.
De Inca's bereikten de stad via een steil pad, de Inca-Trail. Deze voettocht duurde meerdere dagen en de stad was derhalve moeilijk bereikbaar. Deze trail is tegenwoordig voor wandelaars te belopen. Dagelijks mogen maximaal 500 mensen (wandelaars van de Inca-Trail) de stad in. Omdat gidsen, koks en dragers ook meetellen blijft er nog maar ruimte over voor 180 toeristen. Tegenwoordig is de stad ook per trein en bus bereikbaar waardoor er veel toeristen op af komen.
Wij hadden besloten om het laatste gedeelte van de Inca-Trail te gaan lopen. We zijn dinsdag met de trein vanuit Cusco vertrokken om op km 104 (totaal 111 km) te worden afgezet. Tot onze verrassing stapten er maar zes personen uit de tein. De trein stopte ook zo maar ergens en we moesten een stukje langs de rails lopen. Daar stond onze gids voor de komende twee dagen ons op te wachten.
Na ons te hebben ingeschreven kon de wandeling beginnen en deze begon gelijk al te klimmen. Ongeveer drie uur duurde de klim toen we bij een ander overblijfsel van het Inca rijk aankwamen, "Wiñay wayna". Hier hebben we de meegebrachte lunch opgegeten en van het uitzicht genoten.
Na de lunch was het weer meer dalen totdat we bij de zonnepoort, "Inti Punku" aankwamen. Vanaf dit punt kon je Machu Picchu zien liggen. Het was ondanks de weersvoorspellingen al de gehele dag mooi weer geweest en de zon stond hoog aan de hemel. Het uitzicht was schitterend en omdat het al later op de dag was waren er niet zo veel bezoekers meer.
Na een half uurtje boven te hebben gezeten zijn we naar beneden gelopen naar de Machu Picchu waar we op ons gemak hebben kunnen rondkijken en foto´s hebben genomen. We zijn dinsdag niet de stad ingeweest.
Vandaag, woensdag ging de wekker om half vijf in de morgen. We wilden zo vroeg als mogelijk op de Machu Picchu zijn omdat er dan nog niet zo veel bezoekers zijn (Jaarlijks komen er 400.000 bezoekers). Helaas werden we wakker met regen. Dat was dus even balen. Bij aankomst op het busstation om half zes bleek ook dat we niet de enigen waren, er stonden zeker al zo´n driehonderd mensen te wachten. De bussen brachten de bezoekers om zes uur in een rap tempo naar de Machu Picchu.
Omdanks de regen zijn we met de gids rond gaan lopen en hebben we uitleg gekregen over de oude Inca-stad. Hierna zijn we een bakje koffie gaan drinken in een restaurantje om een klein beetje op te drogen en op te warmen. De stroom met toeristen was enorm en de regen stopte (het werd zelfs nog mooi weer). Wij zijn nog een keer terug gegaan naar de Machu Picchu en hebben een uurtje op een hoog punt gezeten om deze stad en alles erom heen te bekijken. Daarna zijn we weer terug gegaan naar het dorp waar we vanavond om vijf uur weer met de trein terug zullen reizen. We zullen nog een dag in het stadje "Ollantaytambo" verblijven waarna we weer terug naar Cusco reizen.

15 september 2008

Lake Titicaca

Afgelopen vrijdag hebben we onze grote rugzakken achtergelaten in het hotel en zijn we met onze dagrugzakken vertrokken naar "Lake Titicaca". De zuidelijke grens van Peru bestaat voor een groot gedeelte uit het meer. Het is het hoogst gelegen meer ter wereld waar nog boten varen. Halverwege het meer ligt de grens met Bolivia. In het meer liggen diverse eilanden en ook een aantal "drijvende" eilanden.

Wij zijn eerst naar het drijvende eiland "Uros" gevaren. Dit eiland is gemaakt van riet dat laagsgewijs op elkaar gestapeld is. Onder het water rot dit riet uiteraard langzaam weg waardoor de bewoners het eiland regelmatig moeten ophogen met nieuw riet. Bij aankomst werden we vriendelijk onthaald door bewoners. Met name de vrouwen stonden naar ons te zwaaien. De eilanden zijn redelijk toeristisch en de vrouwen staan dan ook de toeristen op te wachten met souvenirs. De rest van de bevolking, op een enkele man na die werkzaamheden op het eiland uitvoerd is aan het jagen en/of vissen.

De eerste stappen op het eiland waren een beetje vreemd. Het is net alsof je op een waterbed loopt. Er zijn gedeeltes die redelijk stabiel aanvoelen maar ook stukken waar je zeker twintig centimeter in het riet wegzakt. Uiteraard zak je er niet doorheen maar het is toch een raar gevoel. We kregen eerst een uitleg over hoe het eiland gemaakt was en hoe de mensen er leefden. Uiteraard kunnen ze niet leven van toeristen alleen maar het is een mooie aanvulling op hun levensbehoeften.

Het zijn overigens niet alleen de eilanden die gemaakt zijn van riet maar ook de huizen, boten, uitkijktorens, stoelen, banken, etc. De mensen zijn enorm creatief. Uiteraard mochten we na de uitleg het eilandje bekijken en werden we uitgenodigd in enkele huisjes. Deze zijn over het algemeen erg klein, er wonen vier tot zes personen in een woning. Een eiland bestaat uit ongeveer acht tot tien huizen. De eilanden liggen veelal bij elkaar maar zijn niet met elkaar verbonden. Gemiddeld verplaatsen de eilanden zich een keer per vijf jaar.

Verder zijn er ook voorzieningen op de eilanden aangebracht als scholen voor de jeugd. Gedeeltelijk zijn deze door de bewoners zelf opgezet maar er zijn ook wat scholen gebouwd door de regering van Peru. Voor een vervolgopleiding of medische hulp moeten de eilandbewoners naar het vaste land. De bewoners van de drijvende eilanden komen nog regelmatig op het vaste land, dit in tegenstelling tot de eilanden waar we later naar toe zouden varen. Als afsluiting zijn we met een rieten boot naar een ander eilandje gevaren. De boot werd al roeiend door twee vrouwen naar het andere eiland gevaren. Ondanks dat het toeristisch was was het een leuke ervaring, mede door de vriendelijke en kleurrijke bewoners.

Hierna voeren we naar het eiland "Amantani". De boottocht was ongeveer drie uur. Je kon binnen en buiten zitten. Buiten was het redelijk fris (het meer ligt op 3800 meter boven zeespiegel) ondanks dat de zon flink scheen. Je moest dus goed uitkijken niet te verbranden op het water. Op de boot zaten ongeveer vijfentwintig personen en er was een gids. De boot werd bestuurd door en kapitein die nadat we uit het riet waren het stuur overgaf aan zijn zoon. Deze lag half te doezelen over het stuur en schrok regelmatig wakker. Gelukkig hadden we de ruimte op het meer.

Bij aankomst op het eiland "Amantani" stond er een grote groep met voornamelijk vrouwen in klederdracht ons op te wachten. Het was de bedoeling dat we die nacht bij een van de families op het eiland werden ondergebracht. Wij konden met zijn vieren bij een gastgezin slapen. Wij werden opgehaald door Norma, een vrolijke vrouw van achtentwintig jaar. Ze sprak geen woord Engels dus dat werd handen- en voetenwerk. Het huis lag een stuk hoger dan het meer en dat was dus weer klimmen. Regelmatig was het even op adem komen maar uiteindelijk kwamen we aan bij de woning. Er waren twee eenvoudige kamers met "bedden".

We werden onthaald door Norma haar moeder "Sabrina" en haar kinderen "Franklin" en "Ruth". Haar man en vader "Pedro" en "Bonifatius" waren ergens op het eiland aan het werk en zouden we die avond ontmoeten. We werden uitgenodigd voor de lunch in de kleine keuken waar het eten nog werd bereid op een houtvuurtje. Iedereen van de familie hielp mee en zo werd ons na tien minuten een heerlijke soep (aardappelen met groenten) voorgeschoteld. Het was een hele kom maar hij smaakte prima. Daarna kregen we nog een bord met gekookte aardappelen en een plak gebakken (en erg zoute) kaas. Het geheel werd afgesloten met een kom thee. Als presentje hadden we voor het gastgezin een aantal cadeautjes gekocht (pennen, potloden, schriften, loly en pasta(saus). Deze werden met een grote glimlach op de gezichten in ontvangst genomen.

Na de lunch kregen we allen een muts omdat we naar de top van het eiland zouden klimmen om de zonsondergang te gaan bekijken. Het was daar volgens Norma erg "Frijo" (koud). De kinderen brachten ons naar het plein waar we zouden verzamelen en toen iedereen er was begon de klim. Het mag gezegd worden: we hadden deze keer geen ezels nodig om de top te bereiken. De top van het eilandje lag op zo´n 4100 meter boven zeespiegel en dat is dus een stuk hoger dan de klim bij de "Colca Canyon" maar ook Andre en Ingeborg liepen goed naar boven. Sterker nog, ze behaalden als eerste van de groep de top maar dit was ook omdat ze een klein beetje smokkelden. De gids was nog met zijn verhaal bezig toen ze al begonnnen te klimmen.

Na de zonsondergang en het uitzicht over het eiland en het meer zijn we weer naar beneden gelopen, waar we, na wat te hebben gedronken op het plein weer aan konden schuiven bij de familie voor het diner. Even was er nog wat verwarring omdat Norma naar huis was gestuurd door onze gids en wij nog op het plein zaten te wachten. Blozend en verontschuldigend kwam ze ons ophalen.

Het diner bestond uit soep, vergelijkbaar met de lunch en witte rijst met groenten. In de soep waren waarschijnlijk de aardappelen verwerkt die wij niet op hadden gegeten tijdens de lunch maar het smaakte wederom weer prima. Het diner werd afgesloten met thee, Cocathee. Cocathee is goed voor je lichaam als je op hoogte verblijft.

Na het diner moesten we ons om gaan kleden voor een "fiesta". Wat ze al niet hadden georganiseerd voor Andre zijn verjaardag. De mannen kregen een poncho en de vrouwen twee rokken, een blouse en een sjaal. Met de die middag gekregen mutsen was het een bond gezelschap. Norma was de drijvende kracht achter het feestje en verzorgde samen met haar moeder de drank. In een soort van deken werden flessen drank op de rug van Norma en Sabrina naar beneden gesjouwd.

De gehele groep was uitgedost in traditionele kleding en er waren drie muzikanten om het geheel op te luisteren. Al bij het eerste nummertje sprongen Norma en haar moeder de dansvloer op en nodigde ons uit mee te dansen. Dit ging de gehele avond zo door. Ook opa "Bonafatius" kwam regelmatig de dansvloer op en trok Vera mee. Het werd een zeer gezellige avond waar we met zijn allen veel plezier hebben gemaakt.

De volgende morgen werden we al weer vroeg wakker. De een had wat slechter geslapen dan de ander en had van allerlei kunstjes uit moeten halen om maar niet in het holst van de nacht naar het toilet te hoeven. De waterflesjes met ........... werden geleegd in het toilet.

Daarna was het aanschuiven voor het ontbijt dat bestond uit een een heerlijke pannenkoek. Na afscheid te hebben genomen van de familie bracht Norma ons weer naar de haven waar we met zijn allen weer zouden verzamelen voor tocht naar het volgende eiland "Taquile" waar we binnen een uurtje aan zouden komen. Dit eiland wordt bevolkt door mensen die maar zelden op het vaste land komen en dus ook maar weinig mee krijgen van de "grote" wereld. Langzamerhand zie je wel dat ook televisies (met behulp van zonnepanelen) voet aan wal gaan krijgen.

Na van een lunch op dit eiland te hebben genoten was het weer tijd om terug te varen naar Puno, het vaste land van Peru. Wederom zou de boottocht zo´n drie uur duren ware het niet dat onderweg de stuurkabel brak. Besloten werd door de gids en de kapitein de motor te stoppen om de kabel te repareren. Het uitzetten van de motor was niet het slimste wat zij op dat moment hadden kunnen beslissen want nadat de stuurkabel gerepareerd was wou de moter niet meer starten. We dobberden midden op het meer en het waaide die dag toch al meer dan de vorige dag waardoor het bootje nogal deinde in de golven. Het duurde uiteindelijk een half uur voordat alles weer aan de praat was. Er waren vele witte gezichten op het bootje te vinden maar deze kleurden gelukkig weer snel bij toen de motor weer liep. Overigens was er wel een "reddingsboot" gebeld die ook net aan kwam varen maar na vijf minuten achter ons aan te hebben gevaren geen benzine meer bleek te hebben en onze boot dus weer benzine af moest staan aan de reddingsboot. Uiteindelijk zetten we zaterdagmiddag dan toch voet aan vaste wal en dat was voor velen een prettig gevoel.

Inmiddels zijn we aangekomen in Cusco en zullen we morgen vertrekken richting de Machu Picchu voor ons volgende avontuur. Deze keer gaan we met de trein dus wie weet wat we nu weer mee gaan maken.

12 september 2008

Hiep Hiep Hiiiaaaahhhh,


Hiep Hiep Hiiiaaaahhhh,
Ezelrodeo Dreke
is vandaag jarig !

10 september 2008

Colca Canyon

Afgelopen zaterdag zijn we in Arequipa aangekomen. De vlucht vanuit Lima had vertraging waardoor we dus nog iets langer moesten wachten op het vliegveld maar uiteindelijk kwamen we dan aan het einde van de middag aan in Arequipa.

Deze stad is niet te vergelijken met Lima en heeft dan ook een veel gezelligere uitstraling. De kern van het stadje bestaat uit vele kerken, koloniale gebouwen en een klooster. Zondag hebben we rondgelopen in het stadje. Op de vroege zondagmorgen was het erg druk op het centrale plein. De onafhankelijkheid van Arequipa / Peru werd gevierd. Dit betekende dat leger, politie, leraren, verpleegsters, scholieren en noem maar op mee liepen in een parade. Hoe strakker men in het gelid liep hoe harder er werd geklapt. Het lijkt erop dat men hierop kikt want jong en oud probeerde zo mooi mogelijk te lopen. Dit zijn wij in Nederland niet gewend maar het was wel leuk om te zien. We hebben uiteraard niet de gehele parade bekeken want dit duurde zeker zo´n twee uur.
Aan het einde van de middag zijn we het klooster gaan bezoeken. Hier wonen nog steeds nonnetjes maar een gedeelte van het klooster is een openbaar museum. Nauwe straatjes met kleine huisjes met van alles en nog wat aan gebruiksvoorwerpen waren hier te vinden. De gebouwen waren in verschillende vrolijke kleuren geschilderd. Het klooster dat eigenlijk een soort van klein dorpje is in de grote stad. De straten kriebelen tussen de gebouwtjes door en zorgen iedere keer weer voor verrassende doorkijkjes. Er zijn dan ook vele foto´s gemaakt en deze keer niet alleen door Patrick. Ook Andre weet het fototoestel goed te gebruiken.
Maandagmorgen werden we om half zeven uur opgehaald om naar het busstation te gaan. De bus vertrok om zeven uur en zou ons die dag brengen naar "Colca Canyon". De busrit zou ongeveer zes uur duren maar binnen een half uurtje uit de stad was het uitzicht schitterend. De busrit heeft ons dus totaal niet verveeld. Via de rotsachtige "Altiplano" en het mooie "Salinass National Park" reden we naar het dorpje Cabanaconde. Onderweg zagen we alpacakuddes (lama´s) grazen aan de polletjes gras. We hebben die dag ook flink wat hoogteverschil overbrugt. Het hoogtste punt was een pas, van maar liefst 4800 meter.
Na het dorpje Chivay was het gedaan met de verharde weg en begon het onverharde avontuur. Aan de rechterzijde hadden we een schitterend uitzicht op de terrassen van de Colca vallei. Deze worden nog volop gebruikt door de lokalen met voornamelijk landbouwdoeleinden. Onderweg stapten de lokalen in en uit de bus om naar hun stukje land te gaan. Het maakt niet uit of ze gereedschap mee moeten nemen of met de volledige dagopbrengst naar huis willen. Alles wordt in de bus gepropt. Bijzonder was toch wel de vrouw die met een lammetje onder haar arm de bus in stapte om zo een half uurtje mee te reizen.
We moesten zelf naar het "hotel" zien te komen maar gelukkig was Cabanaconde maar een klein dorpje en lag het hotel op loopafstand. We werden onthaald door de ober "Eduardo", een ober met een kleine kronkel in zijn hersenen. Deze kerel was zo vrolijk dat je er af en toe moe van werd. Hij probeerde (en dat lukte hem best aardig) iedere gast in zijn eigen taal toe te spreken. Het maakte niet uit of je uit Nederland, India of rusland kwam, hij probeerde het en alles wat hij niet wist noteerde hij in zijn kladblok.
Overdag is de temperatuur in de vallei subtropisch maar ´s-nachts is het er erg koud. De Colca canyon is diep: twee keer zo diep als de "grand Canyon. Het riviertje "de Rio Colca" genaamd stroomt door de vallei, ongeveer 3500 meter boven zeespiegel vanuit het plaatsje Chivay naar Cabanaconde (2200 meter). Cabanaconde zelf ligt op 3287 meter boven zeespiegel en wij hadden besloten om de volgende dag naar het riviertje te lopen maar daarover later meer. Tussen januari en april is het er regentijd en is alles mooi groen. Wij zaten er in de droge periode en dat betekende dat het er erg droog en stoffig was. Dit is ook het tijdstip dat het een stuk kouder is maar alles is net als in Nederland uiteraard betrekkelijk.
Nadat we onze spullen weg hadden gezet op de kamer (een gedeelte hadden we achter gelaten in Arequipa omdat we hier weer terug zouden keren) zijn we een rondje gaan lopen in de omgeving van het dorpje. Het was er in het begin erg warm en stoffig. De uitzichten waren zeer mooi en je kon al goed in de vallei kijken. Tegen een uur of vijf liepen we terug naar het dorpje en merkten dat het al flink begon af te koelen waarna we besloten om de warmte van het hotel op te zoeken. We waren teleurgesteld toen bleek dat het binnen in het hotel nog kouder was dan buiten. Het zou een koude nacht worden. De dames besloten dan ook om lekker warm ondergoed aan te trekken. We besloten om te eten in het hotel omdat er niet zo heel erg veel restaurants te vinden waren. We werden verwelkomd door de (vriendelijke) ober.
Na het eten was het op tijd naar bed, we waren die dag vroeg opgestaan en wilden de volgende dag een lange wandeling gaan maken. Omdat wij niet echt bekend zijn met wandelen in dit soort omgevingen hadden we een gids geregeld die ons zou vergezellen bij de wandeling.
Om negen uur stonden we klaar om de Canyon in te lopen. Het was nog even wachten op het lunchpakketje dat werd verzorgd door het hotel en toen konden we. Zoals gezegd ligt Cabanaconde op 3287 meter boven de zeespiegel en ligt de rivier "de Rio Colca" op zo´n 2200 meter boven zeespiegel. Voor de snelle rekenaars onder ons, een hoogteverschil van een kleine 1100 meter.
Wij begonnen na een half uurtje vlak te hebben gelopen te dalen. Het tempo zat er al flink in. Daana begon de afdaling van ongeveer twee en een half uur naar het riviertje. Regelmatig was het toch even op adem komen en genieten van het uitzicht. Beneden bij het riviertje lag een groene oase waar je kon zwemmen. Ondanks dat we toch stevig daalden over het zand- en rotspad bleef de rivier even groot. Na dik anderhalf uur begonnen bij enkele de knietjes te knikken van de inspanning. Regelmatig kwamen we mensen en (muil)ezels tegen die naar boven klommen. De ezels waren bepakt met goederen of voorzien van een toerist. Ingeborg had het minste controle over de knieeën en ging zo af en toe spontaan zitten maar zei de legandarische woorden: "ik ga nog liever kruipend de berg op dan op een ezel!!!".
We kwamen aan om een uur of twaalf bij de rustplaats. Er was een soort zwembadje gemaakt met enkele hutten, keuken en een winkeltje erom heen waar eventuele wandelaars die meerdere dagen willen wandelen ´s nachts kunnen overnachten. Wij spraken af om om een uur of vier weer terug te lopen naar boven. Nog even stelden wij aan de gids voor om om drie uur te vertrekken (want het was echt een stevige klim) maar de gids zei dat het dan nog te warm was. De vertrektijd werd dus vier uur.
Na de lunch hebben we lekker uitgerust en gezwommen. De gids nodigde Patrick en Andre uit om mee te gaan vissen in de rivier. Met behulp van een net dat hij iedere keer in de rivier gooide ving hij in korte tijd vijf forellen die nog voor vertrek werden klaar gemaakt.
We waren om vier uur uitgerust en hadden de waterkruiken gevuld met water "van goud". Het belangrijkste van klimmen is dat je het rustig aan doet. Voordat we begonnen met de klim vroeg de gids nog een keer of we het zeker wisten dat we geen muilezel wilden huren. Het antwoord was: Neeee, voor ons geen ezel!!! Wij hebben de laatste tijd uiteraard verschillende keren geklommen en weten dus ook dat het zwaar kan zijn. Andre en Ingeborg weten dit uiteraard ook maar hadden de afgelopen maanden uitvoerig getraind (in de Etten Leurse omgeving).
Na tien minuten moest er even gestopt worden om op adem te komen. Niet zo vreemd want je moet uiteraard ook even wennen aan het klimmen maar met volgens de gids nog zo´n drieënhalf uur klimmen voor de boeg kon dit toch wel wat uit gaan lopen. Daarna ging het een hele tijd goed. Een stukje lopen, even rusten en weer verder. We hadden een redelijk tempo en werden zo af en toe eens ingehaald door andere wandelaars of ezels.
Na ongeveer twee uur was het Andre die begon te sputteren en aangaf dat het toch wel enorm tegenviel, zere rug en nek. Laten we zeggen dat we halverwege waren. Dit was geen goed voorteken maar tsja wat doe je, halverwege de berg. Een kwartiertje later zei hij "ik overweeg om een ezel te nemen". Vervelend voor hem maar wij moesten uiteraard toch wel lachen. Op de vraag of er nog een ezel geregeld kon worden had de gids uiteraard ook niet direct een antwoord, het antwoord was misschien ........??? Toch maar doorlopen dan en als we er een tegen komen dan ...... Die ezels kwamen uiteraard niet meer en onderweg vroeg onze gids aan anderen die naar boven liepen of ze een ezel naar beneden wilden sturen.
Ingeborg en Vera liepen rustig door en Patrick en de gids bleven bij Andre. Andre was niet meer te motiveren en elk gespreksonderwerp wat werd aangekaart werd kort daarna afgebroken. Wel vroeg Andre relmatig aan de gids: hoeveel minuten tot aan de top! Als de gids dan bijvoorbeeld zei: nog een uur en Andre dan een kwartiertje later weer vroeg hoe lang het nog was dan was het nog steeds een uurtje. De snelheid was er bij Andre totaal uit. Daar kwam ook nog bij dat we inmiddels aan het klimmen waren in het donker waardoor je ook niet meer precies wist waar je je voeten zette.
Op ongeveer vijftig tot honderd meter onder de top kwamen we Ingeborg en Vera weer tegen die uit zaten te rusten. Na vijf minuten te hebben gerust zagen we in ene keer een lichtje van boven komen. Het bleken twee ezels te zijn die ons tegemoed kwamen lopen. Ondanks dat hij er bijna was was het voor Andre duidelijk: hij moest en zou het laatste stukje op de ezel gaan.
Er waren twee ezels gekomen maar de tweede ezel was niet nodig zei Ingeborg. Na vijf minuten achter de ezel van Andre te hebben aangelopen stapte mevrouw "ik ga nog liever kruipend omhoog dan op een ezel" op de ezel.
De snelheid lag namelijk een stukje hoger toen wij van dat blok aan ons been waren verlost. De gids, Patrick en Vera konden de ezels ook niet volgen en lieten ze dus voor gaan. Ook voor ons was het goed dat er een einde aan de klim kwam en wij waren dan ook blij dat we uiteindelijk weer bij het hotel aankwamen om half acht. Uiteindelijk hadden we er nog niet veel langer over gedaan.
Na het eerste glaasje bier kreeg Andre weer een beetje praatjes en begon hij zich al een beetje zorgen te maken over het aankomende berichtje op de Weblog. Na drie biertjes realiseerde hij zich dat dit toch zou gebeuren en legde hij zich erbij neer. Helaas zijn er geen foto´s van het stelletje op de ezel omdat het te donker was en wij niet wilden flitsen waardoor de muilezels er met beide berijders vandoor zouden gaan (had overigens een leuk vervolg geweest).
Al met al, het was een schitterende wandeling waar we met zijn allen van hebben genoten en we zullen er ook niet omheen draaien: het was zeker ook een hele zware wandeling!!!