21 juli 2008

Tokyo

Tokyo is een bijzondere plaats. De stad is erg westers met zijn wolkenkrabbers en zijn goed georganiseerde metrostelsel. Tokyo kent maar liefst dertien verschillende metrolijnen die je naar alle uithoeken van de stad leiden.

Afgelopen vrijdag vlogen wij van Kota Kinabalu (Maleisie). Onder het genot van wat eten en een wijntje (want daar doen ze bij Malaysia airways niet flauw mee, ze blijven gewoon bijschenken) vlogen wij zonder veel problemen in ongeveer vijf en een half uur naar Tokyo (Japan). Bij aankomst op het vliegveld was het een en ander gelukkig ook in het Engels aangegeven dus dat stelde ons gerust. "Immigrations" stond er op een bord en dat betekende dat we weer een stempeltje in ons paspoort mochten gaan halen. Het voordeel voor ons was dat wij de enige niet Japanners in het vliegtuig waren en de douaniers voor de buitenlandse paspoorten dus niets te doen hadden en ons dan ook hartelijk verwelkomden. Als ze je in Japan verwelkomen of begroeten lijkt het er soms op dat ze naar je staan te schreeuwen maar zolang ze erbij blijven lachen en vriendelijk gebaren zal het volgens ons allemaal wel goed zijn. Ook het ophalen van de rugzakken was geen probleem, nog op de roltrap zagen we al een rugzak voorbij komen en na een minuutje volgde de tweede rugzak. Nog heel even werd er gevraagd in gebrekkig Engels wat we kwamen doen in Japan en wanneer we weer naar huis gingen: "naar huis voorlopig nog niet maar over vier dagen vliegen we naar Hawaii" als u het wil weten. Wederom hard begroetend verlieten we daarna het vliegveld om op zoek te gaan naar de trein. Nu hebben we al heel wat vervoersmiddelen tijdens deze wereldreis gehad maar de trein hadden we nog niet gebruikt dus daar was de uitdaging voor ons. Op de internetsite van het hotel stond welke lijn we moesten hebben en na heel even te hebben gezocht vonden wij een balie waar ze kaartjes verkochten voor de "JR-lijn" naar Tokyo. Vijf minuten later zou de balie sluiten dus we hadden geluk. Ze namen de tijd voor ons en legde uit dat het voor buitenlandse toeristen aantrekkelijk was om een soort pas te nemen die je op kunt waarderen. Hiermee kun je in Tokyo gebruik maken van alle openbaar vervoer en aangezien we toch wel wat wilden bekijken leek ons dit wel wat. Het alternatief was dat we iedere keer een kaartje moesten kopen, dit was dus veel beter.
Die middag hadden we nog een fax verstuurd naar het hotel met het verzoek om onze gereserveerde kamer niet weg te geven na tien uur (zoals ze dat aangaven op de internetsite). Rond tien uur kwamen we uit de trein en konden we onze weg gaan zoeken op station "Tokyo". Dit station is zo groot als een klein Nederlands dorp. Het is geen probleem om hier twee tot drie kilometer te lopen. Alles komt hier bij elkaar, treinen, bussen, metro en subway. We moesten precies aan de andere kant van het station zijn en dat was dus nog wel even sjouwen met onze rugzakken en zoekend naar de juiste weg. Uiteindelijk vonden we de uitgang en zagen we vrijwel gelijk het hotel. Gelukkig was onze naam bekend en kregen we de sleutel van de kamer. Nog even probeerden we discount te krijgen maar daar doen ze hier niet aan. Het was het proberen waard want met een kamer van honderd euro zitten we ruim boven ons dagbudget. De kamer is klein, zeer klein maar van van alle gemakken voorzien. Zo is er uiteraard een flatscreen tv, een verwarmde wc bril, een koelkast, fohn, etc. Dit resulteerde dat er eigenlijk te weinig ruimte was om een twee persoonsbed in de kamer te plaatsen. We moeten het doen met een anderhalf persoonsbed, maar ons hoor je niet klagen.
Het was inmiddels half elf en we hadden eigenlijk toch nog wel honger, tijd om op zoek te gaan naar een restaurant. Aan de overzijde van het hotel was een soort van restaurantje waar voornamelijk mannen rond een bar zaten te eten. Bij binnenkomst konden we geen menukaart ontdekken en de uitleg van de man achter de bar verduidelijkte ook niet veel totdat hij naar een automaat wees. Gelukkig stonden er foto's met gerechten op zodat het voor ons al wat duidelijker werd. Na nog even gestoeid te hebben met de betaling via de automaat kwam er dan uiteindelijk een bonnetje uit dat we dan weer af moesten geven aan de barman. Nog geen twee minuten wachten volgde onze maaltijd, een soort van goulash die wij ons vervolgens goed hebben laten smaken. Daarna direct naar bed.
De volgende dag zijn we met de metro naar de "Asakusa Kannon Temple" geweest. Een mooie maar ook erg touristische tempel. Hier kon je op een briefje wensen uitbrengen en met behulp van stokjes er achter komen wat de toekomst je je zal brengen en dat is natuurlijk altijd makkelijk. Voor honderd Yen (zestig eurocent) mocht je met een bus schudden zodat er aan de onderkant een stokje met een "Japans" cijfer uit kwam. Het nummertje correspondeerde met een laatje waar dan weer velletjes papier in lagen met daarop jou toekomst. Met behulp van een Japanse vonden wij het juiste laatje. We waren blij verrast maar "het gaat goed komen met ons in de toekomst" en voor Patrick speciaal: ga voor een grote reis!
Daarna zijn we naar de wijk "Akihabra" gegaan, een wijk waar voornamelijk consumenten electronica wordt verkocht. Als eerste gingen we een soort van warenhuis binnen waar we er later achter kwamen allemaal kleine winkeljes huisvestte. Het verkopen van je waar leek wel op het verkopen op een markt. Schreeuwend, met een microfoon en versterker of gewoon met een megafoon tegen elkaar op. Het leek er wel op dat ze probeerden de buren te overstemmen en hoewel dat toch niet de bedoeling kan zijn, collega's staan twee meter van elkaar af en schreeuwen om het hardst. Het was wel erg leuk om te zien. Nog beter was het om een leuke Japanse meid aan het werk te zien. Op de vraag of ze even voor de foto wou poseren deed ze dit met een grote smile maar dat had waarschijnlijk dan weer met het product te maken wat ze probeerde te verkopen. Toen we het warenhuis uit liepen bleek de gehele wijk een en al verkoop van electronika te zijn. Het is dus niet voor niets dat ze dit gedeelte van Tokyo, Electric Town noemen.
De volgende morgen zijn we op zoek gegaan naar ontbijt. Als Japanners het niet begrijpen zeggen ze maar "Sold Out" wat voor ons betekend dat we beter verder kunnen zoeken. Hierna zijn we naar de "Metropolitan Goverment Offices" gegaan waar we met een lift naar de vijfenveertigste verdieping van een gebouw werden gebracht om zo over Tokyo uit te kunnen kijken. Met name de wolkenkrabbers zijn bijzonder om te zien. Bij helder weer hadden we ook de berg "Mount Fuji" kunnen zien maar helaas.
In de middag zijn we naar de "Meij Jingu Shire" tempel geweest. Deze ligt in een mooi en groot park. Mensen komen naar de tempel voor bijzondere gebeurtenissen in hun leven. Het was dan ook een komen en gaan van bruidsparen. Deze waren overigens erg mooi gekleed.
Vandaag stond de vismarkt op het lijstje maar bij aankomst bleek dat het vandaag een feestdag was waardoor de markt gesloten was. We waren dus voor niets vroeg opgestaan.
Hierna zijn we naar de "Zojoji Temple" geweest waar kleine beeldjes staan die opgedragen zijn aan dood geboren kindertjes en voor geaborteerde kinderen. De beeldjes worden gedecoreerd met babykleertjes en vaak voorzien van speeltjes en een windmolentje. Er stonden honderden beeldjes met waarschijnlijk ieder een eigen verhaal.
Vanuit hier zijn we naar een park gelopen waar we de rest van de middag hebben gewandeld. We hebben de afgelopen dagen verschillende parken gezien maar vandaag was het wel echt een Japanse tuin. De overige parken hadden meer een landschappelijk karakter zoals de Engelse tuinen.
Ter afsluiting van Tokyo zijn we vanavond typisch Japans gaan eten, Sushi en Sake. Overigens hebben we de afgelopen dagen ook alleen maar Japans gegeten alleen weten we niet precies wat het was. Die tekens maken het er ook niet gemakkelijker op.
Morgen pakken we wederom het vliegtuig en zullen we verkassen naar Hawaii. We zullen dus morgen dus door de tijdzone gaan en dus een aantal uurtjes jonger worden. Dit lijkt ons een heel bijzondere ervaring. Het tijdsverschil met Nederland is dus 12 uur zoals je op de weblog kan zien.
P.s.: voor de oplettende bezoeker van de weblog: de tondeuze heeft zijn werk gedaan.

17 juli 2008

"Onder" water

De afgelopen dagen stonden vooral in het teken van nattigheid. De eerste omdat we die voornamelijk onder het wateroppervlak hebben doorgebracht. De laatste dag had vooral te maken met transpiratie en een tropisch buitje.
Vorige week vrijdag hebben we de bus naar Semporna, een plaatsje aan de kust genomen. Vanuit hier zouden we naar een water chalet gaan. Om acht uur moesten we ons melden op het busstation (lange afstandsbussen).
Openbaar vervoer is prima geregeld in Malaysia. Je hebt taxi's, gedeelde taxi (busjes/jeeps), stadsbussen en grote touringcars. Voor de lange afstand worden de touringcars gebruikt. Er stond een bus klaar en er waren plaatsen voor ons gereserveerd. Dit is wel wat anders dan het openbaar vervoer zoals we dat mee hebben gemaakt in Nepal en Indonesië. De grote rugzakken konden onder in de bus en de kleine in het bagagerek dus dat is lekker reizen. De busreis duurde ongeveer zes uur maar vloog voorbij.
Om ongeveer twee uur kwamen we aan in Semporna waar een busje van de duikschool Singamata ( www.singamata.com ) klaar stond om ons naar de boot te brengen. Dit was gelukkig maar een minuut of vijf. Bij aankomst op het waterchalet werden we hartelijk ontvangen en getrakteerd op een heerlijke lunch. Daarna werden we naar de kamer gebracht. Wij hadden een prive kamer gevraagd maar met gedeeld toilet en douche. Door verbouwingen / uitbreidingen waren deze niet beschikbaar en kregen we een luxe kamer met toilet en douche. We konden kiezen of we in het linkse of het rechtse "kingsize" bed gingen liggen. Veel te luxe voor een stelletje wereldreizigers als ons, maar wel lekker!
Voor een overnachting inclusief drie maaltijden betaalden we 100 RM, omgerekend is dat 20 euro (voor twee personen). Het waterchalet ligt zo'n vijf kilometer uit de kust op een rif en we hadden vanaf ons prive balkon uitzicht op een aantal eilanden voor de kust. Er is een groot basin afgezet met netten waar hele grote vissen (en ook haaien) in zwemmen en waar je in kunt snorkelen of duiken.
Hierna stond divemaster "Romie" klaar om onze uitrusting bij elkaar te zoeken want we zouden de volgende dag gaan duiken. Alle uitrusting passen en het trimvest en de ademautomaten controleren. Nadat we hiermee klaar waren konden we rond het huisrif gaan snorkelen. De diepte ter plaatse varieert van ongeveer een meter tot en met drie meter en er was al veel te zien zoals koraal, vissen, zeeëgels en als we geluk hadden schildpadden. De eerste ervaringen waren al uitstekend ondanks dat we toen nog geen schildpadden hadden gezien.
Die avond hebben we met een aantal andere duikers, snorkelaars en een instructeur zitten kletsen over van alles en nog wat waarna we op tijd naar onze kamer zijn gegaan om uitgerust de volgende morgen te kunnen gaan duiken.
Na het ontbijt zijn we om ongeveer kwart over acht richting het eiland Mabul gevaren. Met ons gingen twee snorkelaars, de divemaster Romie en een kapitein mee. Negen flessen werden geladen want we zouden die dag drie duiken gaan maken. Na ruim een half uur op de boot te hebben gezeten kwamen we aan bij het eiland Mabul. Mabul is een bekend duikeiland met enkele resorts. Op ongeveer honderd meter voor de kust werd de boot stil gelegd en konden wij onze uitrusting aantrekken. Met je kont op de rand van de boot en achterstevoren zittend moesten we ons achterover in het water laten vallen. Vera was voor de "eerste" duik toch weer een klein beetje zenuwachtig maar toen ze eenmaal onder de waterspiegel was, was ze weer geheel relaxt.
De eerste duik stond voornamelijk in het teken van vissen, veel vissen. De ondergrond bestond uit zand en er waren enkele kunstmatige materialen aangebracht waar koraal op groeide. Verder lag er nog een oud scheepswrak maar dit was in vergelijking met het "Liberty Wrak" in Indonesië maar een sloep. De hoeveelheid en diversiteit aan vissen was enorm. Na ongeveer veertig minuten was de lucht van Vera op (uiteraard had ze nog voldoende reserve) en zijn we naar boven gegaan. Afhankelijk van je persoonlijk gebruik en de diepte van de duik kun je onder water blijven. De flessen zijn gevuld met ongeveer 200 bar lucht (gecomprimeerde lucht en dus geen pure zuurstof) en als de eerste duiker van de groep bij de vijftig bar is gearriveerd wordt het teken gegeven om naar boven te gaan. De laatse vijftig meter noemt met reserve en deze heb je nog gedeeltelijk nodig om naar boven te gaan. Met vijftig bar kun je nog ongeveer tien tot vijftien minuten duiken dus dat is ruim voldoende.
Hierna zijn we naar de kant gevaren waar ook de twee snorkelaars verbleven en hebben we even met hun zitten kletsen en zijn we een klein stukje het eiland op gelopen. Na ongeveer een uur te hebben gerust zijn we weer teruggelopen naar de boot voor onze tweede duik. Deze rustpauze is nodig om stikstof die opgenomen is in het bloed tijdens het duiken weer op een natuurlijke manier uit je lichaam te laten.
De tweede duik was onder een soort van "booreiland" dat op ongeveer driehonderd meter uit de kust lag en gebruikt werd als duikhotel. De diepte was ongeveer achttien meter en de bodem was vlak. Ook hier waren wat kunstmatige voorzieningen aangebracht waar veel koraal op groeide. Het visgehalte was hier ook enorm en de vissen waren ook groter dan de eerste duik. Hier zagen we ook voor het eerst een "krokodilvis" (deze hadden ze in Indonesië al beloofd, maar niet gezien) en zagen we een hele grote (twee meter lang) gele Murene (dit is een soort van aal met grote scherpe tanden). Vera was weer op haar gemak onder water en dat resulteerde in een duik van ongeveer vijftig minuten. Omdat we vrijwel de gehele tijd op achttien meter hadden gezwommen moesten we een "safetystop" maken. Dit is op ongeveer vijf meter onder de waterspiegel drie minuten blijven hangen om je lichaam de tijd te geven om weer van de overmatige stikstof in je bloed af te komen. Gelukkig hing er een ankerlijn om je eigen aan vast te houden want er was nogal wat stroming waardoor we anders misschien wel te veel af zouden drijven. Na de drie minuten zijn we rustig naar boven gezwommen en hebben we onze vesten opgeblazen zodat we bleven drijven. De boot dobberde een paar meter van ons vandaan en pikte ons weer op uit de zee.
Hierna was het tijd om te lunchen op het eiland en hadden we een rustpauze van ruim tweeëneenhalf uur. De meegebrachte lunch bestond uit een bakje met noodels die we overigens ook diezelfde morgen hadden gehad voor ontbijt en een gebakken ei. Overigens smaakte het goed want duiken maakt een mens hongerig (en na afloop ben je ook redelijk moe). Na de lunch hebben we een rondje over het eiland gelopen en konden we zien hoe de bevolking hier leefde.
Daarna was het tijd voor de derde en laatse duik van die dag. Na ongeveer vijf meter (ja, je leest het goed) van de steiger te zijn weg gevaren konden we al weer achterover het water in om langs de kust te duiken. Dit was de mooiste duik van die dag omdat er veel koraal te zien was en we vijf schildpadden zagen. Hoewel onder water alles ongeveer 25 tot 30 procent groter lijkt waren hadden de schildpadden toch wel een doorsnede van zo'n zestig tot zeventig centimeter. Verder zagen we nog een "Flying Gunnard", een vis met een soort van vleugels en een blauwgestipte Manta. Eenmaal weer boven aangekomen hadden we een grote grijns op ons gezicht want we vonden het erg leuk om van deze "grote" schildpadden te zien. Divemaster Romie zei toen heel droog: groot, dit zijn baby's, wacht maar tot je op het eiland Sipadan gaat duiken, daar zie je pas echte schildpadden.
De duiken van die dag hadden een goede indruk achter gelaten. We hadden eigenlijk afgesproken om de volgende dag te gaan snorkelen op het eiland Sibuan en de derde en laatste dag weer te gaan duiken op Sipadan. Duiken is erg leuk maar er hangt natuurlijk ook een prijskaartje aan. Na kort beraad hebben we toch maar besloten om de volgende dag ook te gaan duiken. Romie moest lachen en wij denken dat hij van te voren wel wist dat we onze plannen zouden wijzigen.
De volgende dag waren we met zijn drieën (een extra duiker) om te duiken dus dat was wel lekker. De snorkelaars (die dag waren het er vijf) werden afgezet op het eiland en wij voeren weer zo'n honderd meter uit de kust. De bodem bestond uit rotsen waar zoals Romie van te voren al had aangegeven veel klein leven te zien was en dus minder vis en koraal. De drie duiken hadden alle drie hetzelfde karakter maar waren in onze ogen mooier dan de vorige dag. We zagen verschillende heel kleurige naaktslakken, garnalen en allerlei soorten anemonen. Je moest goed kijken en rustig de tijd nemen om alles goed in je op te nemen maar dan zag je ook van alles. Verder is het ook erg leuk om naar de "clownvissen" te kijken die in de anemonen aan het rommelen zijn. Voor wie niet weet wat "clownvissen" zijn moet je denken aan de Disneyfilm "Nemo". Ook die dag zagen we weer verschillende "baby" schildpadden en we hadden dan ook totaal geen spijt dat we zijn wezen duiken in plaats van snorkelen. De lunch hadden we weer net als de vorige dag op het strand. Onder een boom maakten we onze bakjes (met noodles en een gebakken ei) open en binnen een mum van tijd stonden er tien kinderen om ons heen die met hun handen wijzend naar hun mond aangaven dat ze honger hadden. Het gebakken eitje hadden we inmiddels wel gezien dus gaven we weg met het gevolg dat ze natuurlijk allemaal blijven wachten totdat je wat meer weggeeft. We besloten om een bakje met noodles weg te geven en de kinderen doken er op en voordat wij dan ook weer een hap hadden genomen van het andere bakje was het al weer op en stonden ze alweer naar het andere bakje te kijken. Dit hebben we toch maar zelf op gegeten want zoals al eerder vermeld "duiken maakt hongerig". Toen het eten op was waren ze ook weer net zo snel verdwenen als dat ze gekomen waren. Verder hebben wij nog genoten van een duikles die werd gegeven aan een stel Maleysiërs. De enige vrouw in het gezelschap had een duikpak aan met om haar hoofd een hoofdoek (zoals een echte Moslimvrouw) en iedere keer als haar duikbril afschoot of afgezet werd verschoof deze hoofddoek en moest de Maleysische instructuur de andere kant op kijken (het was niet te geloven). Verder was het wel erg opvallend dat deze duikers in spe niet of nauwelijks konden zwemmen en de eerste ervaringen met water waren dan ook geweldig om te zien. We hebben niet de gehele les af kunnen kijken omdat we zelf weer moesten gaan duiken. Bij bovenkomst waren ze verdwenen en bleek hun boot kapot te zijn en waren ze naar ons duikchalet gebracht om daar verder te oefenen. Deze dag had Romie een onderwater fototoestel meegenomen en van ons al wat foto's gemaakt. Het onderwater fototoestel kon gehuurd worden en dat leek ons wel wat voor de volgende dag.
De derde en laatste duikdag moest het klapstuk worden. Duikers van over de gehele wereld komen naar het eiland Sipadan om te duiken. Sipadan is een paddestoelvormig atol. Een klein onbewoond eilandje is het enige wat er te zien is boven water. Hier omheen ligt een soort van schil met fascinerend koraal en dan krijg je de beruchte wand. Deze wand gaat zo'n zeshonderd meter steil naar beneden. Duikers volgen een gedeelte van de wand naar beneden. Ervaren duikers gaan wel tot veertig meter naar beneden maar wij hebben het bij tweeëntwintig meter gehouden wat al redelijk is. Overigens dacht Vera altijd dat dit enorm diep was maar ze geeft nu aan dat dit eigenlijk wel meevalt en je vrij snel op deze diepte zit. Het eiland is vooral berucht om zijn koraal, haaien en zeer grote schildpadden.
Onze duikschool had geen vergunning om te mogen duiken op Sipadan en heeft dus met een andere duikschool een afspraak dat duikers met hun mee kunnen gaan. Enkele dagen vooraf dien je al een vergunning op naam aan te vragen om te mogen duiken. We zouden die morgen om kwart voor zeven naar de kant gebracht worden en worden afgezet bij de duikschool. De twee snorkelaars die die morgen vertrokken wilden
de bus op tijd halen en voordat we het wisten was de boot vertrokken: met onze duikspullen!
Geen probleem zeiden ze: we sturen jullie met een volgbootje en zo gingen wij tien minuten later achter onze spullen aan. Na wat omzwervingen hadden we alles gevonden en de spullen op de juiste boot geladen. Toen moesten we nog even papieren invullen en daar bleek dat ze geen loodgordel voor ons hadden terwijl dit wel de bedoeling was. Over en weer werd gebeld en een derde boot zou moeten komen met lood. Patrick heeft zo'n 3 kilo nodig om onder te blijven en vera 4 kilo. Het stroomde inmiddels vol met duikers die allemaal naar Sipadan zouden gaan en er was nog steeds geen lood: komt allemaal goed zeiden ze. Ook toen we inmiddels de haven uitvoeren zonder lood zeiden ze nog steeds: komt allemaal goed!
Bij het eiland Sipadan aangekomen lag er een hele grote "duik"boot (met rijke, waarschijnlijk Amerikaanse duikers) die ons lood leende. Het kwam dus gelukkig allemaal goed. We waren met twaalf duikers en twee divemasters dus de groep werd in tweeën opgedeeld. Wij zaten in de groep die tot twintig meter doken. Voor Vera was het even wennen om met zo'n grote groep te duiken omdat ze normaal gesproken alleen met mij en een duikinstructeur dook.
De duik was zeker bijzonder en wat ze beloofden hebben we gezien: grote schildpadden en haaien. Bij de eerste duik zwommen er zeker vijf haaien langs maar Vera heeft ze niet gezien. Ze zag wel de hele grote schildpadden. Bij de tweede en derde duik zag ze ook de haaien en ze had er gelukkig geen moeite mee. Met name de haai van zeker twee meter tijdens de derde duik was heel bijzonder. Ook een school met barracuda's (roofvissen) die rond ons heen zwommen was geweldig mooi om te zien. De laatste duik was de mooiste van de dag waarbij we de laatste vijftien minuten tussen duizenden vissen hebben gezwommen boven kleurrijk koraal en op nog geen vijf meter diepte. Met deze duik en een hele hoop ervaringen rijker waren we dan toch echt aan het einde van de duiken in Malaysia.
Die avond ontmoette we nog een Nederlands stel, Jantien en Mike, die ook op wereldreis waren voor negen maanden waar we de gehele avond nog mee hebben zitten kletsen. Toen Jantien om negen uur nog een nachtduik ging maken moest ik toch nog wel even slikken, maar goed negen duiken in drie dagen is toch al heel mooi.
Hierna hebben we nog een tijdje zitten kletsen met de Romie. Hij kon het niet uitstaan dat we tijdens de tweede duik met hem een heel speciaal gekleurde (bruin/paars met geel en allerlei franjers) garnaal hadden gezien. Deze had hij namelijk nog nooit gezien (en hij had toch al meer dan duizend duiken ter plaatse gemaakt).
De volgende morgen zijn we met de bus naar park Kinabalu vertrokken, een busreis van ongeveer acht uur maar net als de vorige ritten vloog de tijd gelukkig voorbij. We hadden al een backpackers hotel geregeld dat langs de weg vlakbij de ingang van het park lag. De bus zette ons keurig netjes voor de deur af. Acht uur in een luxe bus reizen en voor de deur afgezet worden voor een bedrag van nog geen twintig euro is prima geregeld dachten wij.
Gisteren hebben we in het park Kinabalu gewandeld. We zijn om acht uur in de morgen vertrokken en zijn zo'n zevenhonderd meter geklommen. Om een uur of een begonnen we onze benen toch wel een beetje te voelen en omdat we toch niet naar boven konden zijn we omgedraaid. Wij hadden verschillende malen geprobeerd om de berg te mogen beklimmen maar we konden helaas geen slaapplaats op de berg regelen. Net toen we bij een checkpoint aankwamen en wij onze tijdelijke passen in moesten leveren begon het te regenen, ............ en te regenen.
Het was een echte tropische bui maar gelukkig stonden we droog en konden we iets te eten kopen want het was inmiddels twee uur en we hadden nog niet gegeten. Drie kwartier hebben we gerust en toen klaarde het op. De wandelaars die toch nog binnen kwamen waren doorweekt. Wij zijn daarna weer verder gelopen en waren om een uur of vier weer bij het hotel. Het was een mooie wandeldag ondanks dat we de berg niet hadden kunnen beklimmen.
Vandaag hebben we uitgetrokken om weer wat zaakjes te regelen zoals de was en het bijwerken van de Weblog. Morgen vertrekken we om een uur (Maleysische tijd) richting Japan waar we laat in de avond aan zullen komen. We zijn heel erg benieuwd wat ons hier te wachten staat. De verhalen zullen vanzelf op de weblog verschijnen.

10 juli 2008

Uncle Tan

Afgelopen dinsdag zijn we nadat we die morgen naar Orang oetang opvangcentrum waren geweest richting "Uncle Tan" gereden. Ongeveer vijftien personen hadden zich verzameld bij de "Bed and Breakfast" van Uncle Tan om voor drie dagen / twee nachten richting de Jungle te vertrekken. Met de bus was het eerst nog zo'n anderhalf uur rijden naar de plaats waar de boten klaar lagen. De bagage, welke wij gedeeltelijk hadden achtergelaten, werd met een andere auto bezorgd. Bij de boten aangekomen moesten we nog een tijdje wachten op de bagage (en een Japanse die een verlate vlucht had). Toen uiteindelijk de bagage aankwam inclusief de Japanse en alle andere proviand (water, bier, eten, accu's, ijs, etc.) kon het laden van de open bootjes beginnen. Het blijft af en toe toch erg leuk om te zien wat anderen allemaal meesjouwen. Zo was er een Zweeds koppel van rond de vijftig (?!?) met twee grote koffers (knal geel en rood) die de boot op gesjouwd werden. Later bleek dat uit deze koffers van alles en nog wat kwam. Het meest bijzondere was wel een complete telescoop om vogels mee te spotten inclusief statief, die de vrouw tijdens de wandelingen op haar schouder droeg. Dit was ze in ieder geval wel gewend want er hing ook nog een verrekijker om haar nek zodat ze niets zou missen. Toen wij zo'n beetje aan de beurt waren om de spullen aan te geven begon het enorm te regenen. Een echte tropische regenbui zullen we maar zeggen en wij zochten toevlucht onder een huis dat op palen stond. Dat deze niet voor niets op palen stond bleek toen er op een gegeven moment een riviertje ontstond onder het huis. We waren net op tijd met de rugzak. Het laden ging overigens gewoon door maar wij hebben toch maar even geschuild. Na de reddingsvesten te hebben aangetrokken gingen we de rivier op voor een tocht van een tot anderhalf uur, afhankelijk van wat we onderweg allemaal tegen zouden komen. Het begon al goed met diverse soorten apen en mooie vogels in de bomen. Onderweg werd er ook verteld dat we geluk hadden, er was veel regen gevallen de laatste tijd zodat het kampement bijna onder water stond en de bootjes dus bijna in de lodges konden aanmeren. Het is natuurlijk maar wat je geluk noemt maar we hoefde gelukkig niet ver met de rugzak te lopen. Op een gegeven moment doken de bootjes rechtsaf tussen de vele mangrovebomen en slingerde we ons een weg door de jungle. Na een meer te zijn overgestoken om wederom de jungle in te varen was daar "Uncle Tan's lodges". Het water stond inderdaad bijna tegen de gebouwtjes aan en het gedeelte er tussen was dus modder. Wel leuk om te zien hoe dan twee koffers naar boven worden gesjouwd. De accomodatie zou spartaans zijn, dat hadden ze ons al verteld. Om jullie een voorstelling te geven van de "master bedroom", deze was ongeveer drie meter diep en acht meter breed, bestaande uit een verhoogd houten platform met een dak van metalen golfplaten. De wanden waren of dicht gemaakt met hout en de voor- en zijkanten voorzien van gaas om (zo bleek later) het wild buiten te houden. Er schijnen daar apen te lopen met uiterst moderne digitale camera's maar ook met toilettassen, etc. In de kamer waren drie slaapplaatsen gecreeërd, twee twee persoonsmatrassen en een eenpersoonsmatras welke op de houten vloer lagen. Ondanks dat wij twee matrassen tot onze beschikking hadden lagen we toch de gehele nacht op de houten vloer. De ruimte werd door middel van muskietennetten verdeeld in drie kleinere kamertjes. Er waren uiteraard geen kussens maar je kreeg wel een lakentje. Er waren drie toiletten maar toiletten is misschien een erg groot woord. Het waren drie houten hokjes met een gat (toilet) in de grond. Ondanks dat er wel een aggregaat was, was er in de toiletten geen licht dus dat was mikken. Verder stond er een emmer met water voor het spoelen na gedane zaken. Het water kwam recht uit de rivier en had van nature al een bruin kleur. Dit was overigens ook het water om je handen te wassen na het toiletbezoek. Het hoofdstuk douche is erg kort, deze hadden ze niet. Er waren alleen drie wastafels zonder kraan, want water kon je uit de emmer (rivier) scheppen. Overigens maakte het niet uit of je schoon of vies was, iedereen stonk al na ongeveer een kwartiertje "Uncle Tan". De verbazing was echter groot wat de koks uit de keuken toverde. Hier viel weinig op aan te merken en er was keuze genoeg. Uiteraard was het niet a la carte, maar er was altijd vis of vlees en diverse soorten groenten en rijst. Uiteraard was er ook voldoende water te verkrijgen en diverse fris en bier. Wat betreft eten en drinken hoefden we ons geen zorgen te maken. Die avond kregen we een briefing over hoe het programma voor de aankomende dagen zou verlopen en wat we allemaal konden zien. We begonnen met een nachtsafari per boot die avond. De volgende morgen om zes uur wederom een safari per boot gevolgd door ontbijt en een wandelsafari. Na de lunch kon je relaxen of een rondje lopen (dobberen) om daarna nog een bootsafari te maken net voordat het donker werd. Na diner om een uur of negen volgde nog een wandelsafari in het donker. Met name de safari's in het donker, zowel in de boot als te voet waren heel bijzonder omdat je dieren heel dicht kon benaderen (met name vogels). We heben dan ook genoeg gezien, van grote hagedissen, apen tot katachtigen en ook nog een otter. Verder is het een gebied voor vogels waarbij je vanalles tegen kan komen. De mooiste kleuren, vormen en maten. De wandelsafari's stonden voornamelijk in het teken van alles wat er in de jungle rondkruipt. We hebben diverse spinnen gezien waaronder tarantula's maar ook schorpioenen, kikkers, vleermuizen en noem maar op. Gelukkig hebben we deze keer geen bloedzuigers gezien, hier waren we wel een klein beetje bang voor. Muggen des te meer maar goed sprayen met een giftig goedje houdt de muggen wel bij je weg. De wandelsafari's stonden overigens in het teken van "modder". Doordat het water zo hoog staat en nog hoger heeft gestaan was een groot gedeelte van het terrein verzadigd met het gevolg dat je regelmatig tot net onder de rand van de kaplaarzen in de modder stond. De Japanse vond het overigens leuk om voor ons een keer te gaan zitten, ze bleef maar lachen. Wij zouden eigenlijk een aantal dagen verlengen om nog enkele malen mee te gaan met de safari's maar bij nader inzien vonden wij drie dagen wel genoeg. Daarbij werd het alleen nog maar drukker met bezoekers en konden ze ons niet garanderen dat we iedere keer met de boot mee konden en om nu en hele dag rond de lodge te blijven hangen zagen we ook niet zitten. We hebben dan ook besloten om het standaard programma af te maken net als vrijwel iedereen (met uitzondering van het Zweedse koppel wat superactief was en geen vogel lieten vliegen) daarna weer te vertrekken. Zoals we al eerder hadden verteld is het op dit moment moeilijk om activiteiten in Maleisië te boeken en we hadden nog wel wat e-mailjes openstaan maar hier verwachtte we ook niet zo veel van. Daarbij hadden we het er al een keertje over gehad dat de tijd eigenlijk net te kort was om in een bepaald gebied van Maleisië te gaan duiken. Het Tun sakaran marine park wordt omschreven als een van de mooiste duiklocaties ter wereld. Doordat we nu twee dagen eerder terug zijn hadden we onze zinnen hierop gezet. Vanmiddag zouden we kijken of er e-mailtjes binnen gekomen waren (dus niet!) en hoe nu verder te gaan. We hadden vooraf al wel een slaapplaats geregeld in een hostel waar we gelukkig ook twee dagen eerder terecht konden. Hier lag een folder over de duiklokatie en een accomodatie op palen (in zee). Dit leek ons wel wat en na wat hulp van het hostel gaan we hier morgen naar toe en heeft ze ook nog even een hostel voor ons vast gelegd bij Mount Kinabalu waar we op de terugweg nog even langs zullen gaan. Zo zie je maar, we zijn diverse malen bezig geweest om iets vast te leggen of te organiseren wat dus niet lukte. Nu in ongeveer anderhalf uur hebben we de overige dagen ingevuld en kunnen we ons weer bezig gaan houden met het volgende landen. Een hotel in Tokyo hadden we al vastgelegd en we hebben ons laten adviseren over wat te doen in Tokyo door het Japanse stel tijdens de jungletocht welke toevalligerwijs uit de buurt van Tokyo kwam. Verder hebben we ook een bevestiging ontvangen voor een hostel op Hawaii dus dat gaat waarschijnlijk ook wel goed komen. Maar eerst zullen we ons nog even gaan concentreren op Maleisië en jullie hier uiteraard van op de hoogte houden.

08 juli 2008

Sepilok Orangutan Rehalilitation Centre

Het is al weer enkele dagen geleden dat we richting Maleisië zijn gevlogen. Bijna waren we niet in Kota Kinabalu op Sabah aangekomen.
Bij het reisbureau in Singapore waar wij het ticket hadden gekocht hadden ze ons niets verteld van een tussenstop op het eiland Labuan. Bij het inchecken in Kuala Lumpur vonden wij het al wel vreemd dat er Labuan op het bord stond in plaats van Kota Kinabalu maar de vluchtgegevens klopten dus dachten wij nog dat het misschien de plaatselijke naam was. Toen we echter een uur eerder (?!?!?) dan gepland landde begonnen we te twijfelen en in de slurf (dus buiten het vliegtuig) toch maar eens gevraagd hoe het zat.
Gelukkig konden we zonder problemen weer instappen en kwamen we uiteindelijk in Kota Kinabalu op de juiste tijd aan. Vanuit Kota Kinabalu hebben we de bus genomen naar Sandakan waar we vandaag voor een aantal dagen naar het tropisch regenwoud zullen vertrekken.
Het valt nog niet mee om in Maleisië onderdak en activiteiten te vinden. Waar het in andere landen geen probleem was lopen we hier regelmatig tegen "volgeboekt, geen plaats deze maand" aan. Wij denken dat het met de vakantieperiode te maken heeft.

Vanmorgen zijn we nog even naar het Sepilok Orangutan Rehalilitation Centre geweest en konden we met eigen ogen zien hoe wezen weer klaargestoomd worden om de vrije natuur in te kunnen. Twee maal per dag worden ze nog wel bijgevoerd en dat is dan ook het moment om te gaan kijken. Daarna leven ze de rest van de dag in de Jungle. Dat het grote beesten zijn met een enorme kracht heeft een vrouw geweten. Net voor het eten kwam een Orang Oetang op een vrouw afgelopen en begon te trekken aan de "groene" rok. Ze ging knielend naast hem zitten maar de Orang Oetang liet haar niet meer los. Ook de verzorgers hadden de grootste moeite om haar te bevrijden en hem weg te lokken. Het blijven wilde dieren. Het was leuk en erg indrukwekkend om deze beesten zo te zien.
Over een uurtje zullen wij vertrekken naar de Jungle waar we ze misschien wel echt in het wild kunnen zien. We hebben er veel zin in, het kampement (www.uncletan.com) ligt in een rivierbedding midden in de Jungle. De lodges moeten spartaans zijn dus dat beloofd nog wat. Voor verhalen over de Jungle en wat we allemaal mee gaan maken moeten jullie over een dag of vijf maar weer kijken, misschien hebben we dan weer de weg terug gevonden.