30 juni 2008

Relaxxxx

Sometimes we fall
Sometimes we are scare
d
Sometimes we are left behind
But that won't stop us
Chall
enge the limit is the flavor of adventure.


Uiteraard kunnen wij niet lang op ons gat blijven zitten en relaxen. We zijn immers op wereldreis en uitrusten doen we maar een andere keer.
Vera had in Afrika al een keer aangegeven dat ik het duiken maar weer eens op moest pakken. De eerste duiken werden gemaakt op Zanzibar zoals jullie al eerder hebben kunnen lezen. Veel verrassender voor mij w
as dat Vera zelf ook overwoog om een duikcursus te volgen. Iedereen die Vera een klein beetje kent weet dat het zeker geen waterrat is en dat ze haar hoofd boven water wil houden. Ze ging er over nadenken en misschien op een mooie locatie (bijvoorbeeld Bali) een cursus volgen. Heel af en toe twijfelde ze toch weer een klein beetje maar op Java zei ze dat ze het wilde doen op voorwaarde dat ik ook mee deed.
Mijn duikbrevet had ik al weer zo'n vijftien jaar geleden gehaald. Daarnaast had i
k de laatste jaren niet meer zo veel gedoken dus vond ik het eigenlijk ook geen verkeerd idee. Verder heb ik in het verleden mijn duikcertificaten volgens CMAS gehaald. Tegenwoordig worden veel duikcursussen gegeven volgens PADI. De meeste duikscholen, gericht op consumenten werken volgens het PADI-systeem en dat maakt het in de toekomst ook weer makkelijker om te gaan duiken.
We zouden samen de cursus "Open Water Diver" gaan volgen en we hadden bedacht om dit op de Gili eilanden te doen (dicht bij Lombok) nadat we afscheid hadden genomen van
Cees en Riet. Het bleek lastig te zijn om op het laatste moment naar de Gili eilanden af te reizen waardoor we besloten op Bali te blijven.
De eerste dag in Sanur (Bali) zijn we dan ook enkele duikscholen langs geweest en hebben er voor een gekozen www.absolutescubabali.com waar we beide een goed gevoel bij hadden. De cursus zou drie tot vier dagen in beslag nemen waarbij uiteindelijk vier duiken in de oceaan gemaakt zouden worden.
Vrijdagmorgen om acht uur werden we opgehaald door I Wayan Sabra (Sabra)
(www.balidiving.com) voor de eerste dag. Bij aankomst op de duikschool hebben we vrijwel direct besloten om de cursus vier dagen te laten duren zodat Vera wat "relaxter" zou zijn, we hadden overigens toch tijd zat.
Gelukkig kregen we een lesboek in het Nederlands en een in het Engels. Dat maakte het communiceren een stukje eenvoudiger want Sabra sprak Engels (en uiteraard Indonesisch, maar dat kennen wij dan weer niet). De eerste dag stond geheel in het teken van de theorie welke was
verdeeld in vijf parten. Voor elke part moest een toets worden gemaakt waar je uiteraard voor moest slagen. Het was half zeven toen we weer terug gebracht werden naar het hotel. Veel informatie die dag maar de tijd vloog voorbij. De volgende dag moesten we nog wel een examen maken dus werd er die avond en tijdens het ontbijt ook nog wel even in de boeken gekeken.
De tweede dag stond in het teken van de zwembadtraining. Nadat we de duikspullen bij elkaar hadden gezocht en gepast op de duikschool zijn we naar het zwembad gereden. Bij het zwembad aangekomen mochten we dan eerst het examen doen. Gelukkig slaagden we hier beide gelijk voor. Dat was stap een!
Eerst even een warming up en laten zien dat je kunt zwemmen, zei Sabra. Wel zo makkelijk als je wilt gaan duiken maar na wat meters te hebben gezwommen en een minuut of tien te hebben gewatertrappeld waren we blij dat we toch weer even met de voetjes bij de grond konden. Daarna was het de duikpa
kken aantrekken, de duikuitrusting in elkaar zetten en de eerste oefeningen doen in het ondiepe water. Onder water de ademautomaat uit- en in je mond stoppen en je bril ondoen van water. Dat was de grootste "angst" voor Vera. Hoe moet dat zonder luchttoevoer onder water en hoe krijg je water uit je bril zonder boven te komen. Het eerste viel Vera honderd procent mee maar water uit de bril laten is nog steeds geen favoriet. Het loopt in je neus riep ze hoestend en proestend boven. Je zag Sabra even denken maar al heel snel gingen we weer verder. Ook de tweede dag in het zwembad duurde iets langer dan Sabra had verwacht denken wij maar hij was heel relaxt en zij dat Vera dat ook moest zijn.
De duikbril van de duikschool gaf Vera geen goed gevoel en dus besloten we om die avond een bril met snorkel voor Vera te kopen en dat was een goede zet. Nadat we terug waren bij het hotel hebben we nog even met z'n tweeën geoefend in het zwembad totdat het donker werd en het ging gelukkig al een stuk beter.
Die nacht he
bben we slecht geslapen (ik weet ook niet hoe dat kan) maar de volgende dag stond het busje al weer klaar om naar Padang Baai te rijden waar we dan echt een duik zouden gaan maken. Er stonden twee duiken voor die dag geland waarbij de maximale diepte tien meter zou bedragen. Alleen het idee al gaf Vera kippevel maar ze wilde toch doorzetten. De eerste duik stond vooral in het teken van "wennen aan de zee". Hoe voelt het om in de zee te duiken en vanalles rond om je heen te zien gebeuren. De duiken werden gemaakt vanaf een boot(je). Deze voer naar een bepaald punt waar je veel koraal en vissen kon zien op een redelijke diepte.
De spullen werden aangetrokken en we zouden achterwaarts van de boot afrollen. Het was een klein bootje, het bootje deinde op de zee, de uitrusting is redelijk zwaar boven water en je moet zitten op de rand (tien cm) van het bootje om je vinnen aan te trekken en je daarna achterover te laten vallen. Het leek allemaal erg eng maar ook dit viel gelukkig erg mee voor Vera.
Daarna naar beneden, het klaren van de oren (druk compenseren in de oren, net als in een vliegtuig) wilde maar niet lukken waardoor we eigelijk niet dieper kwamen dan vijf meter en onderwijl zelfs twee keer naar boven zijn geweest. Voor Vera was het een echte "stresszzzdive". Het enige wat wij konden doen was haar geruststellen, Relaxxxx! Uiteindelijk lukte het klaren en zakten we naar tien meter. Daar hebben we eerst wat rond gezwommen waarbij Vera eindelijk relaxte. Dan maar wat oefeningetjes op de bodem, Stressszzz!!!
De tweede duik ging een stuk beter dan de eerste en vrijwel gelijk konden we afdalen naar zo'n acht meter. Gelukkig konden we zien dat Vera steeds meer begon te genieten en ook de oefeningen verliepen een stuk beter. Ze kreeg er ook weer zin in.
Afgelopen nacht hebben we wel goed geslapen en het ging vandaag weer een heel stuk beter. Zelfs op de bodem het masker van je gezicht af halen, weer terug o
pzetten en schoonblazen lukte in een keer. Verder ging het navigatie zwemmen met een compas voortreffelijk bij Vera. Ik heb alle uithoeken van de oceaan gezien bij de eerste poging. Bij de tweede poging ging het gelukkig beter maar ik kon zien dat het Vera goed deed dat bij mij ook niet alles vlekkeloos verliep. Vandaag zijn we overigens naar een diepte van achtien meter gedoken zonder dat Vera last had van haar oren. Ze had het zelfs niet eens in de gaten hoe diep we zaten. Het onderwaterleven en de koralen zijn hier in Indonesie dan ook zo mooi en de vissen hebben allerlei kleuren, maten en vormen. Ook zagen we nog een inktvis die eieren aan het leggen was. De laatste oefeningen waren succesvol verlopen en dat betekende dat we beide ons certificaat "Open Water Diver" hadden gehaald en daar mogen we best trots op zijn (zeker Vera: is ze overigens ook!).
Om nog wat meer ervaring op te doen gaan we morgen ook nog twee duiken maken. De duiken worden gemaakt vanaf het kiezelstrand. Vanuit hier zullen we duiken naar het oude wrak "Liberty" uit de tweede wereldoorlog. De "Liberty" was een Cargo schip en tijdens zijn laatste reis gevuld met wapens en munutie. In de vroege morgen van elf januari 1942 werd de boot getorrepodeerd door de Japanners. De boot haalde de dichtsbijzijnde haven niet meer en kwam op het strand te liggen. Tijdens de vulkaanuitbarsting in 1963 is de boot weer richting zee geduwd waar hij dan uiteindelijk zonk. De boot is in 1918 in New Yersey gebouwd en werd voortgedreven door stoomturbines. De lengte van het schip is ongeveer 120 meter en het gewicht was 6211 ton. We hebben er beide veel zin in. Misschien zullen we daarna dan toch nog maar een paar daagjes relaxen.

26 juni 2008

Ze zijn weer thuis

Gisterenavond om half vijf werden we in Ubud opgehaald voor de transfer naar het vliegveld in Denpasar waar we Cees en Riet af zouden leveren. Naarmate de middag vorderde rezen ook de zenuwen bij enkele personen. De spanningen verdwenen weer een klein beetje in het busje toen de reisleidster, Wayan Dewi Nederlands begon te spreken.
Bij aankomst op het vliegveld was het dan wel weer even slikken en zeker omdat door de verscherpte veiligheidseisen in het buitenland wij niet mee het vliegveld op mochten en ze dus ook niet konden helpen met inchecken. Na wat uitleg van de reisleidster en wat gerustellingen (en het wegpinken van wat tranen) gingen ze dan richting de incheck balie en weg waren ze, althans voor ons.
Voor Cees en Riet wachtte een lange nacht waarbij ze over moesten stappen in Singapore. Vanmorgen om ongeveer 7:00 Nederlandse tijd kwamen ze dan aan op schiphol. Zojuist hebben wij nog even met ze gebeld en vernomen dat de reis voorspoedig was verlopen. Alleen hadden ze nog even een koffer open moeten maken bij de douane in Denpasar. Gelukkig was er niets mis en kon hij weer worden gesloten.
Bij aankomst stonden tante Els en tante Annie ze op te wachten zodat ze ook nog snel naar huis werden gereden.
Cees gaf ook aan dat ze morgen kunnen gaan fietsen want de moestuin ligt er keurig netjes bij. Ze hoeven er dus morgen geen tijd in te steken en kunnen nog even rustig genieten van de paar vrije dagen. Zo zie je maar Cees, je hoef je niet druk te maken om de tuin. Dit komt allemaal goed. Namens Cees en Riet iedereen bedankt voor de goede zorgen.
Wat ons betreft: Wij zitten nog op Bali in Sanur waar we het de aankomende dagen ook even rustig aan doen. De afgelopen weken waren voor ons ook drukke weken met veel reizen, veel zien en veel indrukken. Georganiseerd gaat het toch net even wat sneller (en dat hou je zeker geen jaar vol). Volgende week vrijdag zullen wij naar Kota Kinabalu, Maleisie vliegen waar we in twee weken weer veel willen gaan zien. Een paar dagen rustig aandoen is dan ook zeker op zijn plaats.

22 juni 2008

Bali

Vrijdagmorgen zijn we vertrokken naar Bali waar we de laatste dagen enkele wandelingen zouden gaan maken. Om zeven uur vertrokken we uit het hotel om naar de haven te rijden welke op ongeveer tien minuten van het hotel lag. Een kaartje kopen en direct de boot op. Er varen ongeveer vijf ferry's tussen Java en Bali dus vooraf reserveren is niet nodig. We konden dan ook eigenlijk gelijk de boot op rijden. De boottocht duurt ongeveer een half uur maar bij aankomst in de haven op Bali is er nooit direct plaats om aan te meren en moet je dus een kwartiertje wachten todat een andere ferry is vertrokken. De overtocht op zich is niet zo bijzonder ware het niet dat wij halverwege een heuse walvis zagen. Het was niet zo'n hele grote maar het was er wel een. Vera zag hem als eerste vlak naast de ferry. Volgens de gids is het zeer bijzonder om een walvis tegen te komen tijdens de overtocht. In de zestien jaar dat hij dit werk doet was dit de tweede keer dat hij een walvis zag. Voor ons was het de eerste. Jammer genoeg waren we te laat om goede foto's te maken maar we hebben bewijs.
Aangekomen op Bali zijn we naar Ubud gereden. Onderweg hebben we nog een schildersatelier bezocht en een werkplaats waar ze houtsnijwerk maakten. Ze maakten hele mooie ding
en maar hier was de prijs ook naar. Het resort, midden in de stad gelegen, met uitzicht over de rijstvelden was erg mooi. Ook Cees en Riet vonden het mooi alleen baalde Cees er wel een beetje van dat er geen tv op de kamer was zodat hij niet naar het voetballen kon kijken (ook al was dit voor ons midden in de nacht). Die middag hebben we wat rond gelopen en het paleis bezocht.
Gisterenmorgen werden we opgehaald door de lokale gids voor een wandeling in de omgeving van Ubud. We startten om ongeveer acht uur na het ontbijt waarna we naar het "Monkey forest" zijn gelopen waar de apen ons al tegemoed kwamen. In het bos zijn ook diverse tempels te zien en is er een heilige bron. De gids gaf van allerlei informatie zodat het een bijzondere wandeling werd. Nadat we uit het bos waren gelopen liepen we de bebouwde kom in en viel het ons op dat er auto's en scooters versierd werden. Bij navraag bleek het een offerdag te zien.
Er zijn drie bijzondere offerd
agen in een Balinees jaar (welke uit 210 dagen bestaat). De eerste is "Tumpek Kandang", waar geofferd wordt voor de dieren. De tweede is "Tumpek Udah", speciaal voor de planten. Zaterdag stond in het teken van metaal, de derde bijzondere offerdag (wie had dat gedacht). De offerdag heet "Tumpek landep" en "alles" wat van metaal was werd geofferd. Zo lagen er offerschaaltje met bloemen, rijst, een gebraden kip, geld, wierook, etc. op de motorkap van een auto. Auto's en scooters worden versierd maar ook mobiele telefoons, messen en een heggeschaar worden geofferd.
Daarna zijn we richting de rijstvelden / sawa's gelopen. Mooie trapsgewijze velden strekten zich tot in de verte uit. Wij maar lopen over smalle paadjes of over de tussen de
rijstveldjes gelegen dammetjes. Riet vond het maar wat spannend en ook wel een heel klein beetje eng. Ineens werden we ook nog verrast door een slang die vanaf het pad een slootje ingleed en maakt dat hij weg kwam. Aan het einde van de dag waren we moe maar voldaan.
In de middag zijn we op pad gegaan voor souvenirs want zoals jullie wellicht weten, het avontuur van Cees en Riet begint op zijn einde te lopen. Over drie dagen zullen ze al weer terugvliegen naar Nederland (met volgens ons een hoop mooie herrineringen). De hele middag werd er onderhandeld over van alles en nog wat maar uiteindelijk hadden ze toch wat ze wilden.
Vanmorgen hebben we weer een wandeling gemaakt die weer erg mooi
was. Aan het einde van de wandeling liepen we door een dorpje waar een familie een offering aan het uitvoeren was. Het was een drukte van jewelste met veel muziek en dans. Bij een offering moet ook bloed worden geofferd. In Bali wordt dit vaak gedaan middels de "verboden" hanengevechten. Tientallen vechthanen staan in manden langs de wegen in Bali, wachtend op het moment dat ze zullen moeten vechten op leven en dood. Het spel is wreed, mede doordat er scheermesjes aan de poten worden gebonden waardoor de gevechten vaak snel een winnaar kennen. Er wordt gewed op de hanen wat totaal niet rijmt met het Hindoe geloof.
Achter in de tuin werden ook hanengevechten gehouden. Wij zij even gaan kijken maar het was er zeer druk. Meer dan vijftig mensen liepen rond de hanen en er werd vollop gewed. Hanengevechten zijn bij wet verboden en toen wij net weer wegliepen kwamen er agenten op een scooter aanrijden. Dit wil niet zeggen dat de gevechten stoppen. De agenten "vragen" geld aan de organisatoren om het door de vingers te zien. Sterker nog, er kwamen een stuk of tien agenten buiten diensttijd die ook geld gingen halen. Wordt er niet betaald dan moeten de gevechten stoppen. Volgens ons noemen wij dit in Nederland corruptie maar het schijnt hier de normaalste zaak van de wereld te zijn. Agenten weten wanneer de gevechten worden gehouden en zorgen dat ze er even langs kunnen gaan.

18 juni 2008

Bromo Tengger massief

Hij zag er enorm tegenop: de reis van Yogyakarta naar het Bromo Tengger massief. Het zou de langste reisdag van deze reis worden en de volledige dag in beslag nemen. We vertrokken om zeven uur in de morgen uit Yogyakarta. We moesten rekening houden met een reistijd van zo'n acht uur was ons de dag ervoor nog verteld. We zaten nog geen half uur in de bus of hij (Cees) zat al op zijn horloge te kijken, het kon niet snel genoeg voorbij gaan. Rond vier uur dacht hij aan te komen maar bij navraag moesten we toch wel rekening houden met vijf uur of half zes. Het moest allemaal meezitten maar de gehele dag schoot niet echt op. Met de theepauze in de middag moesten we rekening houden met zes uur / half zeven. Uiteindelijk kwamen we om half acht in de avond aan. Cees was blij dat we het busje uit konden en hij verheugde zich al weer op de volgende dag waarbij we erg vroeg op moesten staan.

Lava view lodge was een eenvoudige overnachtingsplaats met restaurant op de rand van de krater. We moesten na het inchecken direct naar het restaurant komen want dit sloot om half negen. Het diner was net als de lodge eenvoudig maar smaakte prima. Nog even een Jeep geregeld voor de volgende morgen om door het Bormo Tengger massief te rijden want onze bus zou dit niet trekken en toen konden we naar bed.

De Gurung Bromo is een oude caldera met een doorsnede van tien kilometer, met vier 300 tot 400 meter hoge pieken in het centrum van de zandzee.

We zouden een "wake up call" krijgen om half vier de volgende morgen en om vier uur naar een uitkijkpunt rijden waar we zowel de zonsopgang als de Bromo vulkaan zouden kunnen zien in de vroege morgen. Bij het instellen van de wekker gaf deze aan dat we al weer over zo'n zeven uur op moesten staan terwijl we nog niet eens in bed lagen. Bij aankomst in de kamer zochten we nog even naar de telefoon en bedachten ons toen maar dat er wel iemand de volgende morgen aan de deur zou staan. En zo geschiedde het.

Om half vier werden wij gewekt en zoals zo vaak als je vroeg op moet staan slaap je er naar (of je slaapt dus eigenlijk niet en ligt de hele nacht op de klok te kijken). Het was heel erg vroeg voor iedereen. De gids zou ook meegeaan. Na wat rondgekeken werden we aangsproken door iemand met een muts op een een sarong (deken) om zich heen. Het bleek de gids te zijn en hij vernikkelde van de kou. Het zal wel een graad of tien zijn geweest en dat was natuurlijk ook voor ons wel wat fris (we zijn de dertig graden gewend inmiddels) maar we moesten eigenlijk wel lachen. De gids vond het minder leuk maar kon toch nog wel een beetje lachen. De gids voorin bij de chauffeur en wij met zijn allen achter in de Jeep tegenover elkaar zittend.

Het was donker en druk op de paden naar het uitkijkpunt. Eerst reden we vanaf de kraterrand waar de lodge stond naar beneden om door de krater te rijden. Aan de andere zijde van de krater was het weer flink klimmen om bij het viewpoint "G. Pananjakan", hoog 2700 meter aan te komen. Eenmaal boven waren er maar weinig parkeerplekken beschikbaar en werd de Jeep dubbel geparkeerd. Uitstappen en eerst een kopje thee of koffie gaan drinken bij een stalletje. De gids knielde neer bij een stoof met hete kolen en liet het bakje koffie smaken.

Na een klein stukje te hebben gelopen kwamen we aan bij het viewpoint waar het heel erg druk was. Ze waren bezig om een soort van tribune aan te leggen maar deze was nog maar half klaar waardoor iedereen over het bouwwerk heen klom om een mooi plekje te bemachtigen. Wij hadden een plekje waar we de zonsopgang mooi konden volgen. Inmiddels was er al een rode gloed ter hoogte van de horizon te zien. Rustig afwachten totdat de zon opkomt en de krater beschijnt. Het was een heel mooi gezicht mede door het open weer. Cees en Riet vertelde ons dat dit hun eerste zonsopgang was die ze heben gezien, schattig of niet!

Daarna begon iedereen te verschuiven om de krater te bezichtigen. Er lag een dek van wolken over de krater heen waar de diverse pieken mooi doorheen prikten. De beelden waren schitterend en er werden dan ook veel foto's geschoten. Hoe harder de zon begon te schijnen hoe meer de wolken begonnen op te lossen en de krater steeds meer prijs ging geven. Gelukkig voor ons verlieten al weer een hele hoop mensen het viewpoint nadat ze de zon hadden zien opkomen waardoor wij lekker de ruimte kregen om goed te kijken en te genieten.

De vulkaan geeft iedere vijftien minuten nog een rookwolk waarmee hij/zij aangeeft nog actief te zijn. De laatste grote uitbarsting was echter meer dan honderd jaar geleden volgens de gids. In 2006 heeft de vulkaan nog wel wat as in de omgeving uitgeblazen maar hierbij is verder geen schade aangebracht. Toeristen mochten echter drie weken de vulkaan niet bezoeken.

Nadat wij voldoende hadden gezien en gefotografeerd besloten we weer naar beneden te rijden, de krater in, waar we naar "Mt Bromo", 2392 meter hoog, zouden gaan om deze te beklimmen. Ook hier was het uiteraard erg druk maar de eerste kwamen al weer terug dus dat was een goed teken. We konden kiezen om te voet of te paard naar de voet van de Bromo te gaan. Wij besloten uiteraard om te voet te gaan waarbij we heel veel paardenverhuurders moesten teleurstellen. De voettocht zou ongeveer een half uurtje duren dus dat was niet zo ver.

Halverwege de wandeling begonnen we de doordringende lucht van de zwaveldampen te ruiken. Dit werd steeds erger waarbij we met een natte zakdoek voor onze mond moesten lopen. Hoestend en proestend klauterden we naar boven. Eenmaal bij de voet aangekomen moesten we nog een betonnen trap op van maar liefst 250 treden om bij de rand van de krater te komen. Vera en Riet besloten om terug te lopen en ook de gids draaide na een paar treden om. Cees en Patrick klommen naar boven en dat viel de eerste helft nog niet mee maar snel daarna waren ze uit de zwaveldamp waardoor ze weer zonder zakdoek konden ademen. Eenmaal boven aangkomen kon je in de krater kijken. Heel fascinerend om te zien dat er leven in de aarde zit.

Hierna zijn we weer naar beneden gelopen en werden we opgewacht door Riet, Vera en de gids waarna we weer terug zijn gereden naar de lodge om te gaan ontbijten. Het was per slot van rekening pas half negen en Cees schepte naast de gebruikelijke "toast" ook een bordje met nasi op. Hij begint zich al helemaal thuis te voelen in Indonesie.

Na het ontbijt nog even gedoucht en daarna zijn we weer vertrokken naar Kalibaru. Cees was blij dat deze reisdag niet zo lang was (maar vijf uur). We slapen hier op een koffie / tabak en cacaoplantage waar we morgen nog een rondleiding zullen krijgen.

In de middag werden Cees en Riet nog gebeld door Sandra wat hun erg goed deed. Uiteraard moesten ze weten hoe het met Marijn ging en hoe de tuin erbij stond. Alles ging goed, dus dat was een hele gerustelling voor ze. Nu kunnen ze met een gerust hart de vakantie "afmaken", zoals Cees het zo mooi noemde.

16 juni 2008

Yogyakarta

Zaterdagmiddag zijn we aangekomen in Yogyakarta in een mooi hotel met zwembad. De reisdag was lang maar gelukkig viel de reis niet tegen. De aankomende dagen stonden in het teken van enkele bijzondere tempels in de buurt van Yogyakarta. Ook hebben we besloten om een Indonesisch toneelstuk te bezoeken. De achtergronden van zowel de tempels als de toneelvoorstelling zijn lastig uit te leggen zodat we er wat boeken bij hebben gepakt om hierover wat meer te vertellen.
Zondagmorgen om kwart voor vijf ging de wekker om om vijf uur te vertrekken naar de Borobudur. Deze gaat om zes uur open en dan zou het nog lekker rustig zijn ware het niet dat de schoolvakanties zijn begonnen en dat er dus veel kinderen op schoolreisje gaan naar de "Borobudur". Dit betekende dat ondanks dat wij er zeer vroeg waren er geen Nederlandstalige en Engelstalige gidsen meer beschikbaar waren (allen ingezet voor de schoolkinderen). Na een kwartier kwamen we er achter dat de vertalingen van een Indonesische gids in het Engels en dan weer naar het Nederlands geen succes waren. Er werd alsnog snel gezocht naar een Engelstalige gids en nadat deze was gevonden kregen wij de nodige informatie.
Dat witte mensen in Indonesie bijzonder zijn bleek wel uit het feit dat we continu op de foto moesten met een groepje schoolkinderen (en de leraren). Na een aantal keer waren we dit toch wel een beetje beu en hielden we de boot een beetje af met het gevolg dat we stiekem gefotografeerd werden. Dit geld overigens overal waar we zijn. Het lijkt of dat ze in "onze" richting iets aan het fotograferen zijn maar als je ze dan aankijkt beginnen ze heel rood te kleuren en schieten ze weg. Op zich is het ook wel weer grappig.

De Borobudur

Deze stoepa, het grootste boeddhistische monument ter wereld, is gebouwd tijdens de betrekkelijk korte heerschappij van de Sailendra-dynastie tussen 778 en 856. Toch werden de Borobudur en het omliggende gebied minder dan een eeuw na de voltooiing om mysterieuze redenen verlaten. Rond die tijd vond er ook een hevige uitbarsting van de nabijgelegen vulkaan Merapi plaats, waardoor de Borobudur werd bedekt met vulkanische as en vervolgens eeuwenlang onopgemerkt bleef.

De herontdekking van de Borobudur
Het verhaal van de "herontdekking" van de Borobudur begint in 1814, toen Thomas Stamford Raffles, een Britse luitenantgouveneur van Java geruchten hoorde over een "berg van boeddhisstische stenen beelden" in de buurt van het stadje Magelang. Raffles stuurde de genieofficier Cornelius op onderzoek uit. Deze ontdekte een met bomen en struikgewas overwoekerde heuvel waarop her en der honderden gebeeldhouwde blokken andesiet lagen.
Op bevel van Raffles werd een twee maanden durende operatie uitgevoerd, waarbij de begroeiing en een laag aarde werden verwijderd, totdat duidelijk werd dat zich hieronder een groot en ingewikkeld bouwwerk bevond. Cornelius groef niet verder uit angst het eeuwenoude monument te beschadigen. In de jaren daarna werd de Borobudur helemaal bloodgelegd en het complex stond vervolgens een eeuw lang bloot aan plundering, misbruik en verval. Duizenden stenen werden door de dorpelingen "geleend" en ontelbare beelden van onschatbare waarde eindigden als tuinbeelden bij de huizen van de rijken en de machtigen.
In 1896 schonken de Nederlandse bestuurders acht wagenladingen souvenirs van de Borobudur aan koning Chulalongkorn van Siam tijdens diens bezoek aan Java. Hieronder bevonden zich 30 panelen met reliefs, vijf boeddha beelden, twee leeuwen en een beeld van een wachter. Vele van de onvervangbare Javaanse kunstwerken vonden een weg naar prive-collecties en bevinden zich nu in musea overal ter wereld.

De restauratie
In 1900 benoemde de Nederlandse regering een commissie voor het behoud en de restauratie van de Borobudur. De enorme taak van de reconstructie werd tussen 1907 en 1911 uitgevoerd door dr. Theodoor van Erp, een genieoffiecier met een grote belangstelling voor Javaanse oudheden. In die tijd werd ook ontdekt dat de Borobudur een kwetsbare mantel van blokken steen was die over een aarden heuvel was gelegd. Van Erp besefte al snel dat zijn inspanningen voor de reconstructie niet toereikend waren: regenwater sijpelde door de stenen mantel en erodeerde de zachte fundering van binnenuit, terwijl minerale zouten zich op de oppervlakte van het monument afzetten, waar ze in combinatie met zon, wind, regen en schimmels het monument dreigden te vernietigen. Van Erps grootse plannen voor een permanente restauratie werden nooit verwezenlijkt als gevolg van twee wereldoorlogen en de economische wereldcrisis van de jaren dertig.
Tijdens de jaren vijftig en zestig werd het steeds duidelijker dat de Borobudur in gevaar was en de UNESCO werd verzocht een reddingsoperatie te ondernemen. Technische en financiele steun kwamen beschikbaar en in 1973 werd het project officieel gestart. Tien jaar lang was men bezig met het uit elkaar nemen, catalogiseren, fotograferen, schoonmaken, behandelen en het weer op hun plaats zetten van in totaal 1.300.232 stenen blokken. Daarnaast is een nieuwe onderbouw van gewapend beton, teer, asfalt, kunsthars en tin geconstrueerd om het hele monument te dragen en is er een systeem van pvc-buizen geinstalleerd om verder doorsijpelen van het water te voorkomen. Uiteindelijk bedroegen de totale kosten van het project maar liefst vijfentwintig miljoen Amerikaanse dollars, drie keer zoveel als aanvankelijk werd begroot.

De spirituele betekenis.
Vanuit de lucht gezien, lijkt de Borobudur op een mandale, een geometrische diagram dat fungeert als hulpmiddel bij de meditatie. Vanaf de grond ziet de Borobudur er van afstand uit als een stoepa. Het is een model van de kosmos in drie delen: een vierkante basis waarop een halve bol staat die bekroond wordt door een spitse toren, welke symbool kan staan voor de drie door Boeddha bepaalde sferen.
Oorspronkelijk telde de Borobudur tien niveaus, die elk in een van de drie afdelingen of sferen van de kosmos van het Mahayana-boeddhisme vielen: khamandhatu, de laagste sfeer van het menselijk leven: rupadhatu, de middelste sfeer der vormen, en arupadhatu, de hoogste, vormloze sfeer van onthechting van de wereld. De laagste galerij, die nu bedekt is, was oorspronkelijk voorzien van reliefs met afbeeldingen van de geneugten van deze wereld en de verdoeming van het volgende leven.
Op de volgende vijf niveaus (het processieterras en vier concentrische galarijen) tonen de reliefs het leven van prins Siddharta op zijn weg om Gautama Boeddha te worden, alsmede taferelen uit de Jataka-legenden over zijn vroegere incarnaties en het leven van de bodhisattva Sudhana. Deze vertelligen worden in steen geillustreerd door middel van een stoet van burgers, prinsen, muzikanten, danseressen, schepen en heiligen, die veel details tonen over het dagelijkse leven op Java in vroeger tijden.
In de nissen boven de galerijen staan 432 stenen boeddhabeelden, die elk een van de vijf mudra's (posities van de handen) laten zien en daarmee afwisselend een beroep doen op de aarde als getuige van liefdadigheid, meditatie, onverschrokkenheid en rede belichamen.
Boven de vierkante galerijen staan op drie cirkelvormige terrassen 72 dagoba's (kleine opengewerkte stoepa's) die uniek zijn binnen de boeddhistische kunst. De meeste bevatten een beeld van de mediterende dhayami Boeddha. De bovenste drie terrassen zijn eigenlijk drie overgangsstadie die leiden naar het tiende en hoogste niveau, belichaamd door een grote stoepa waarvan de spits en de parasols ontbreken.

Camdo Mendut
Een kilometer naar het oosten vanaf de Borobudur, aan de andere zijde van de plaats waar de twee heilige rivieren Progo en Elo samenvloeien, staat de Candi Mendut. De onderbouw en beide zijden van de trap zijn versierd met taferelen uit moralistische fabels en volksverhalen, die vaak over dieren gaan. Het hoofdgedeelte van de Mendut bevat schitterende gebeelhouwde panelen met afbeeldingen van bodhisattva's en boeddistische godinnen. Dit zijn de grootste reliefs die ooit op een Indoneschische tempel zijn gevonden. In de Candi Mendut bevinden zich drie mooie boeddhabeelden. Men zegt dat dit de mooiste van de wereld zijn. Een drie meter hoog beeld van de zittende Sakyamuni Boeddha wordt aan de linkerzijde geflankeerd door bodhisattva Vajrapani en aan de rechterzijde door bodhisattva Avolokitesvara, die elk ongeveer tweeenhalve meter hoog zijn. Het Sakyamuni-beeld symboliseert de eerste prediking van Boeddha in het hertenpark in de buurt van Benares, zoals duidelijk wordt gemaakt door de houding van de handen (dharmacakra mudra) en door een klein relief van een wiel tussen twee herten. De twee bodhisattva's (boeddha's in spe) hebben ervoor gekozen in de wereld achter te blijven om alle volgelingen van Boeddha te helpen.
Maandag zouden we de andere kant op rijden in de richting van de Vallei der koningen waar heel veel tempels zijn waaronder de Prambanan. De middag hebben we de tijd genomen om zelf wat rond te kijken in Yokyakarta en de weblog een beetje bij te werken. Cees en Riet hebben het wat rustig aan gedaan deze middag.

Vallei der koningen.
Ten oogsten van Yogyakarta ligt een vlakte die bezaaid is met ruines van oudheden. Dit staat bekend als de "Vallei van de Koningen". In het midden van deze vlakte ligt het hindoeistische tempelcomplex Prambanan. De tempel werd omstreeks het jaar 856 voltooid als aandenken aan de overwinning van Rakai Pikantan (een Sivaistische nazaat van de Sanjaya's) op de laatste Sailendra-vorst van Midden Java. In 1918 werden de eerste voorbereidingen voor de restauratie getroffen, maar het werk zelf begon in 1937 en werd pas in 1953 voltooid. Sommige van de andere tempels en gebouwen van het Prambanan complex zijn ook al compleet gerestaureerd.

Het Prambanan-complex
Op de centrale binnenplaats van het complex staan acht gebouwen. De drie grootste staan aan de westzijde van het plein. Dit zijn de 47 meter hoge Candi Siva Mahadeva, welke aan weerszijden geflankeerd wordt door de iets kleinere Candi Vishnu en Candi Brahma. Daar tegenover staan drie kleinere tempels die ooit onderdak boden aan de "voertuigen" van elk van de goden: de stier van Shiva (nandi), de gans van Brahma (hamsa) en de mythische adelaar of zonnevogel van Vishnu (garuda). Van deze is alleen de stier bewaard gebleven. Bij de noordelijke en zuidelijke toeganspoorten van de binnenplaats van het complex staan twee identieke, 16 meter hoge hoftempels. Candi Siva Mahadeva, de grootste tempel, die aan Shiva gewijd is, staat ook bekend als Roro Jonggrang (slanke maagd).

De Ramayana en de Mahabharata
De Ramayana en de Mahabharata vormen de basis van de belangrijkste wajangverhalen van Java en Bali. Deze boeiende vertellingen, de een over een grote liefde en de andere over een grote oorlog, zijn afkomstig uit India en kwamen met de verbreiding van het hindoeisme naar Java.
Beide stukken zijn eigenlijk moralistische stukken, vol drama en verbeeldingskracht, die door de eeuwen heen een grote rol hebben gespeeld bij de definitie van de traditionele Indonesische normen en waarden. De Ramayana en Mahabharata zijn fascinerend omdat de verhalen over ingewikkelde morele thema's gaan: het leven is nimmer een zaak van zwart of wit. Helden kunnen slechte eigenschappen hebben, en slechteriken kunnen verzoenende trekken vertonen. Hoewel het goede uiteindelijk over het kwade zegeviert, is de overwinning zelden compleet; beide zijden lijden verliezen en hoewel een koning een rechtvaardige oorlog kan winnen, verliest hij wellicht al zijn zonen in de strijd. Wij hebben het verhaal van de Ramayana bezocht.
De Ramayana is een moralistische vertelling, vol aanwijzingen en voorbeelden voor een goed leven. Het verhaal van prins Rama is ongeveer tweeduizend jaar geleden geschreven door de dichter Valmiki. Lang voor de geboorte van Rama hadden de goden al bepaald dat hij een heroisch leven zou leiden, maar talloze malen op de proef gesteld zou worden. Rama is een incarnatie van Vishnu en hij is voorbestemd om de kwaadaardige demonenkoning Rawana te doden, die ook wel Dasamuka (degene met tien koppen) genoemd wordt.
Als gevolg van intriges aan het hof worden Rama, zijn vrouw "de mooie Sita" en zijn broer Laksamana verbannen naar het bos. Rawana lokt in de gedaante van een gouden hert Rama en Laksamana weg en ontvoert Sita naar zijn koninkrijk op het eiland Lanka. Bij zijn zoektocht naar Sita wordt Rama geholpen door de apengod Hanuman en de apenkoning Sugriwa. UIteindelijk lanceren ze een grootscheepse aanval op de wrede koning Rawana en wordt Sita bevrijd. Sita bewijst op haar beurt haar kuisheid tijdens haar gevangenschap met een vuurproef voordat Rama haar als zijn vrouw aanvaardt.

13 juni 2008

West Java

We zijn al weer een aantal dagen onderweg en we kunnen zeggen dat Cees en Riet het reisvirus echt te pakken hebben. Wie had vooraf verwacht dat ze al binnen twee dagen over een "actieve" vulkaan zouden lopen en vandaag zelfs in de Indische oceaan hebben "gezwommen".
Na de aankomst in het busje was het natuurlijk eerst bijkletsen. De gids zal wel gedacht hebben, waarom moet ik mee: ze hebben praat zat en mij helemaal niet nodig. Er was veel gebeurd in Nederland en natuurlijk wilden ze ook al onze verhalen horen. Nadat we de spullen op de hotelkamer hadden achtergelaten zijn we een rondje gaan lopen door de stad Bogor. Verbazing op de gezichten bij het oversteken van de drukke, met brommers bezaaide wegen. Het krioelt maar door elkaar. Daarna zijn we een wijkje in gelopen en zagen we de plaatselijke voetbalvereniging een potje voetbal spelen op een veldje waar de dag ervoor nog koeien hadden gegraast. Ondanks dat het veld er hobbel de bobbel bij lag werd er toch serieus gespeeld. Het was dan wel niet het Nederlands elftal maar ook hier kunnen ze wel een partijtje voetbal spelen. Daarna rechtsaf, een steegje van ongeveer 1 meter breed in en tussen de op elkaar gestapelde huizen lopen. De mensen begroette ons vriendelijk maar het was toch wel een beetje vreemd (zo ver van huis). Die middag zijn er al vele foto's gemaakt en waarschijnlijk zullen er nog vele volgen.
De volgende morgen hebben we de botanische tuinen van Bogor bezocht. 120 hectare botanische tuin met een grote collectie van palmbomen. Nadat we de tuinen hadden bezocht zijn we naar een poppenmaker van Wayangpoppen gereden. De poppen worden uit hout gesneden waarna ze worden beschildert en voorzien van een pakje. De poppenmaker kon in totaal 120 karakters maken. Alle karakters komen voor in een aantal Indonesische verhalen.
Dinsdag hebben we een wandeling door de Jungle gemaakt naar drie watervallen en dat viel toch wel even tegen. Al die glibberige stenen waarover je alleen maar uit kunt glijden. Maar naar beneden is makkelijker dacht RIet, dus niet! De volgende wandelingen zullen met wandelstokken worden gelopen. Gelukkig hadden wij wandelstokken bij.
Daarna zijn we doorgereden naar een theepantage waar wij midden tussen de theeplanten (in een hotel) hebben overnacht. De volgende morgen hebben we een wandeling gemaakt over de theeplantage en de mensen aan het werk gezien. Om een goed beeld van de theeprocuctie te krijgen zijn we daarna nog naar de fabriek geweest om de blaadjes te verwerken naar het eindproduct. Een van de afnemers was "Pickwick", voor ons geen onbekende naam. Een leuke en leerzame excursie.
Gisteren hebben we een actieve vulkaan bezocht en omdat wij geen van alllen ooit een vulkaan hadden bezocht was het dan ook een verrassing wat ons te wachten stond. Bij aankomst werden we vergezeld door een plaatselijke gids die precies wist wat te doen en wat niet te doen bij een actieve vulkaan. De vulkaan, "Papandayan" is er een van de categorie A, dat wil zeggen dat hij op meerdere plaatsen actieviteit vertoont. Een jaar of vijf was er nog een uitbarsting geweest en had hij tot ruim een kilometer stenen uitgespuwd. De weg naar de krater was bedolven onder een laag van ongeveer vijf meter stenen. Het was redelijk klimmen over het niet al te vlakke pad en toen we de krater echt naderde kregen we wat meer uitleg. Er waren diverse plaatsen door de zwavel geel gekleurd. Hier komt het gas uit de vulkaan (en dat is maar goed ook) en dat stinkt behoorlijk. We konden deze plaatsen heel kort benaderen (tot soms wel twee meter) en zien en horen hoe het gas naar buiten geblazen werd. Het geluid was af en toe net het geluid van een straaljager. De stank was af en toe erg smerig waardoor je met een zakdoek voor je neus en mond moest lopen. Cees en Riet volgden de gids keurig en vonden het allemaal prachtig. Af en toe moest Riet wat geholpen worden bij het klimmen en dalen maar je kon duidelijk zien dat ze sch(r)ik hadden. Tot slot zijn we naar het kratermeer gelopen, een meertje met melkwit water. Hierna was het weer stevig dalen en naar beneden glijden. Een zeer mooie ervaring zowel voor ons als voor Cees en Riet. Die nacht zou Riet alleen wakker worden, badend in het zweet omdat ze in een vulkaankrater was gevallen?!?
Vandaag, vrijdag de dertiende hadden we een dagje "vrij" en hebben we ervoor gekozen om een dagexcursie in te plannen met een lokale gids. We zijn begonnen met een Jungletour waar we diverse dieren waaronder stekelvarken, twee soorten apen, herten, schorpioen en een "flying limur" hebben gezien. We begonnen overigens in een grot waar de vleermuizen aan het plafon hingen. Als twee echte wereldreizigers liepen Cees en Riet door de jungle genietend van al het moois om hun heen.
Daarna zijn we naar een dorpje gereden waar ze van kokosnotennectar suiker maakten. Aan de bloemen van de kokosnoot worden emmertjes of bamboebuizen gehangen waar de nectar in loopt. Iedere morgen en avond klimmen de mannen met hun handen en voeten de bomen in om de nectar te verzamelen. Deze wordt zo'n vier uur gekookt waarbij de helft (een stroperige massa) overblijft die ze weer in vormpjes gieten. Nadat deze is afgekoelt en is uitgehard kan het worden gebruikt (en verkocht). De schil van de kokosnoot wordt overigens gebruikt als brandstof om het vuur mee aan te maken. De kokosnoot zelf gaat naar een fabriek waar ze er weer van allerlei andere dingen mee doen.
In het begin van de middag zijn we met een bootje de "Green Canyon" opgevaren. Het riviertje werd steeds smaller met de Jungle aan beide zijden van het water. Onderweg kwamen we een aantal leguanen (van een meter lang) tegen. Op een gegeven moment kwamen we bij een soort van waterval aan waar we het bootje uit konden. Aan de andere kant was een mooi uitzicht en je kon er zwemmen. Met uitzondering van het in en uit het bootje klimmen vond ook Riet het erg mooi en ach, ze was het al weer snel vergeten.
Daarna geluncht bij een plaatselijk restaurantje aan het strand waar we vis hebben gegeten. De vis was heerlijk en ook Cees genoot ervan. Dat hij af en toe zijn Nederlandse kost mist laat hij wel eens horen maar dat is natuurlijk ook niet zo vreemd als je 's morgens voor ontbijt al kan beginnen met nasi goreng. De ene keer vind hij het dan ook lekkerder dan de andere keer.
Daarna was het zwemmen in de Indische oceaan, niet voor iedereen maar toch wel tot en met hun middel in de zee (en de golven waren hoog genoeg om compleet nat te worden). Wie had dat verwacht, wij in ieder geval niet.
Ze schrikken tot nu toe nog nergens van en gaan alles aan. We hopen maar dat dit de aankomende dagen zo blijft. Morgen hebben we een lange reisdag maar daar horen jullie vast nog meer van.

08 juni 2008

Aankomst Cees en Riet

Vanmorgen was het dan zo ver. Om zes uur ging de wekker want we moesten om zeven uur met de bus naar het vliegveld om Cees en Riet op te halen. Na een snelle douche en een bordje nasi met een gebakken eitje konden we dan vertrekken. Jakarta heeft geen groot vliegveld wat het dus erg makkelijk maakt. Internationaal en nationaal zijn gescheiden, met andere woorden: er was maar een deur waar ze uit konden komen (als ze in het goede vliegtuig gestapt waren). We waren ruim op tijd op het vliegveld en de vlucht vanuit Singapore zou om 8:25 (Indonesische tijd) landen. Om 8:30 verscheen het bericht "delayed" op het scherm. Wachten tot 9:33, zou er dan toch wat misgegaan zijn op Singapore? Om 9:00 meldde een gids zich bij ons met de vraag of wij de familie C. Brouwers waren. Dat klopte dan wel niet geheel maar dit kon al niet meer mislopen. De gids had de vertraging ook gezien en zijn bordje laten zakken zodat wij ook niet meer wisten welke "gids" ons op zou halen. Even later volgde ook de chauffeur nog eens. Om ongeveer 9:25 landde het vliegtuig dan eindelijk en na ongeveer een half uur kwamen ze door de schuifdeur gelopen. Cees en Riet hadden voet gezet op Indonesische grond. Na wat innige omhelzingen en een klein traantje zijn we richting Bogor gereden waar we twee nachten zullen verblijven. Onderweg hebben we al veel bijgepraat over van alles en nog wat. Ook hadden Cees en Riet "luchtpost" uit Nederland bij met brieven, kaarten, foto's en tekeningen van de neefjes. Wij willen iedereen dan ook bedanken voor de "luchtpost". Vanmiddag hebben we een paar uurtjes door Bogor gelopen en Cees en Riet een stukje Indonesië laten zien. Cees had duidelijk de opdracht mee gekregen om foto's te nemen en Riet verbaasde zich over de drukte op straat en de kleine op elkaar gestapelde huizen. Volgens ons hebben ze het in ieder geval goed naar hun zin. Op dit moment zijn ze een klein tukje aan het doen want de oogjes vielen dicht. Vanaf morgen gaat het dan echt beginnen maar daar lezen jullie zeker nog meer over.

07 juni 2008

Padang en omstreken

Zondag hadden we besloten om Padang te gaan verkennen. Als eerste zouden we via de haven naar een soort van schiereiland lopen waar we een mooi uitzicht hadden over de omgeving. Op de heenweg kwamen we langs een locatie waar die dag een groot feest gegeven werd en iets verder kwamen we een aantal vrouwen in traditionele klederdracht tegen waaruit wij opmaakten dat er een bruiloft was.

Het uitzicht was zeer mooi met een aantal "bounty"eilanden voor de kust. Nadat we een tijdje genoten hadden besloten we om terug te lopen. In de verte hoorden we de muziek van de bruiloft al galmen en toen we er weer langs liepen en we keken of we een foto konden nemen kwam de vader van de bruidegom aangelopen.
Zijn Engels was niet erg best maar hij nodigde ons uit om binnen foto's te maken. De vraag is of je dit doet of niet. Het zijn totaal onbekenden voor ons in een ander land met andere gewoontes maar aan de andere kant natuurlijk ook een bijzondere ervaring voor ons. Zo gingen wij in onze korte broek en T-shirt naar binnnen (een tent op straat) en werden we naar het bruidspaar geleid dat ergens achteraf in een kamertje handjes stond te schudden. Schoenen uit bij het betreden van de "bloedhete" kamer waar het bruidspaar met diverse andere personen in vol ornaat stonden. De voornamelijk rode kleding is werkelijk prachtig met een hoop glitters en veel goud. Er moesten uiteraard foto's worden gemaakt van de gehele familie en wij moesten er natuurlijk ook op.
Iedereen vond het geweldig dat wij waren uitgenodigd maar als je nu aan ons vraagt of het bruidspaar het zelf ook zo prachtig vond ........... Het is volgens ons meer status. Tijdens de bruiloft is iedereen welkom. Wij vonden het wel en hele belevenis want hoe snel zullen we dit nog een keer meemaken.
Nadat de fotosessie voorbij was dachten wij in onze naiviteit dat wij de tent weer uitgezet werden en het bruidspaar met hun "genodigde" verder gingen met het feest. Maar wat schetste onze verbazing: er stond een buffet klaar en wij moesten blijven eten. Nu hadden we het er net over gehad waar we zouden gaan lunchen maar om nu hier te blijven zitten. We hebben verschillende malen gezegd dat wij het heel vriendelijk vonden maar ............ Wij zwichtte voor de druk en schepten onze borden vol met rijst, kip en van allerlei andere lekkere dingen. Een glaasje water en wat vers limoensap werd op tafel gezet en wij mochten vooraan (bij de muziek) gaan zitten. Alle zussen, vriendinnen, etc. van het bruidspaar schoven aan aan de tafel en het was nog gezellig ook. De gehele tijd kwamen er mensen langs die ons een handje wilden schudden en probeerden te praten maar heel weinig mensen konden Engels dus dat was lastig.
We kregen het pas echt benauwd toen de dames aan onze tafel begonnen met karaoke en ons uitnodigde om deel te nemen aan de karaoke. We hebben het feest daarna toch echt verlaten en de mooie herinneringen in ons geheugen opgeslagen. Wat we die middag ook nog gingen zien of meemaken, het zou deze ochtend niet meer overtreffen.
Maandagmorgen besloten we, omdat we Padang hadden gezien en om het een paar daagjes rustig aan te doen (want ook een wereldreis is af en toe vermoeiend) te vertrekken naar Bungus beach. Dit ligt op ongeveer 25 km van Padang en beloofde een mooi strand. Bij aankomst bleek het inderdaad allemaal te kloppen echter door de negatieve publiciteit en het slechte imago om naar Indonesie te reizen als vakantieland (bomaanslag Bali, Tsunami, etc.) was de toeristenindustrie ingezakt (zoals we al gemerkt hadden in geheel Sumatra) en waren we dus de enige gasten op het complex. Dit was voor ons natuurlijk geen probleem want we wilden toch rustig aan doen maar de mensen hadden er wel onder te lijden. Gezinnen die jarenlang geleefd hebben van de toeristenindustrie hebben nu geen werk en dus geen inkomen. Wij waren dan ook welkome gasten. Het restaurant ter plaatse was al enige tijd gesloten maar er werd drie maal daags heerlijk voor ons gekookt en ook al was de variatie niet altijd groot, het smaakte iedere keer weer.
Donderdag beloofde een hele mooie dag te worden, onbewolkt weer en al lekker warm in de vroege morgen. Wij besloten om een klein vissersbootje te huren inclusief kapitein om naar een onbewoond eilandje te varen. Je weet wel "van die Bounty reclame". Het duurde even en natdat een van de motoren was gewisseld voor een motor die het wel deed vertrokken we voor een tochtje van dik een uur. Het eilandje had een klein strandje en het uitzicht was geweldig en wat nog leuker was, er was buiten de kapitein helemaal niemand te zien. Het water was mooi helder blauw en met de duikbril op waren diverse gekleurde vissen te zien die over het koraal heen zwommen. Ook kwam er nog een inktvis voorbij. Het was heerlijk om te relaxen en we genoten dan ook prima. De lunch hadden we meegekregen vanuit het complex. In een bakje zat een bananenblad opgevouwen met daarin gekookte rijst en een zakje met vis in kerriekokossaus en wat groenten.
Rond een uur of drie zijn we weer teruggevaren want het werd donker boven het vaste land. Iedere dag, aan het einde van de middag begon het stevig te regenen voor ongeveer een uur (met uitzondering van de laatste dag waar het zeker zes uur zeer hard heeft geregend) en dus was het beter om dan weer terug te zijn. We waren drijfnat toen we aankwamen maar we hadden wel een geweldige dag gehad.
Gisterenavond zijn we naar Jakarta gevlogen om Cees en Riet op te wachten op het vliegveld. Op het moment dat we nu zitten te schrijven zijn ze onderweg naar Singapore waar ze vanacht over moeten stappen naar Jakarta. Morgen om ongeveer half negen (Indonesische tijd) zullen wij ze verwelkomen en beginnen aan de reis door Java en Bali. We hebben begrepen dat ze wel een beetje zenuwachtig waren maar dat is alleen maar gezonde spanning en er staat ze uiteraard iets moois te wachten. Ons hotel ligt op ongeveer vijftien minuten van het vliegveld dus wij hoeven niet te laat te komen en als zij dat nu ook doen!