Nadat we ons visum van Indonesie in Singapore hadden geregeld zijn we direct naar het eiland Palau Batam gevaren (binnen anderhalf uur nadat we ons paspoort terug hadden zaten we al op de boot richting Indonesie). Het Indonesische eiland Batam heeft zich ontwikkeld tot een belangrijk industrieel / toeristisch eiland dat vooral in trek is bij inwoners van Singapore. De boottocht duurde ongeveer drie kwartier waarna we naar een hotel zijn gereden midden op het eiland. Het was een groot verschil met Singapore, de stad waar alles goed geregeld is en de stad die zeer schoon is. Batam is het tegenovergestelde en de reden voor de Singaporezen om hiernaar toe te komen is waarschijnlijk omdat het zo goed koop is. Wij hadden het eiland na een dag eigelijk wel gezien en besloten om de boot te nemen naar Sumatra. Bij de haven aangekomen waren er tientallen bureautjes die bootreizen verkochten maar welke moesten we nou hebben. Na wat navraag en een zeer onaangenaam gesprek met een opdringerige “verkoper” hadden we dan eindelijk de goede boot gevonden. De boottocht zou vijf uur duren en daarna nog zo’n drie uur in de bus en dan zouden we in Pekanbaru aankomen, een van de grotere steden midden op Java. Dit was volgens de boeken geen bijzondere stad maar toch …… De volgende morgen moesten we ons om zeven uur in de haven melden en werden we naar de boot gebracht. Het was een grote speedboot waar zo’n honderdvijftig personen op konden. De boot zat goed vol toen we op tijd vertrokken en net als met een busverbinding stopte de boot enkele malen bij een halte waar mensen in- en uitstapten. Halverwege werd er op zee overgestapt waarbij onze boot tegen een andere boot werd aangemeerd en de mensen van de ene in de andere boot konden stappen, heel bijzonder om te zien. Om een uur in de middag bereikten we dan de havenplaats waar wij uit moesten stappen en konden we de rugzakken boven gaan pakken. Voor de veiligheid hadden we deze met een kabelslot aan elkaar gemaakt. Het was achteraf misschien niet zo verstandig want over de tassen lagen andere tassen, koffers en dozen en het was dus niet mogelijk om de rugzakken er even onderuit te trekken. Na het een en ander opzij te hebben gezet kwamen de nieuwe reizigers al weer op de boot en we waren dan ook blij toen de tassen op de wal lagen. Het gevolg was wel dat de gereedstaande bussen al goed vol zaten. We hadden gelukkig nog wel een plaatsje, eerst de rugzakken op het dak en dan rijden maar. We zouden naar het busstation van Pekanbaru reizen, tegenover het “busstation” zou hotel Linda zitten en wij hadden bedacht dat we daar zouden gaan overnachten. De tocht naar Pekanbaru duurde langer dan gedacht (waarschijnlijk vanwege de erg slechte wegen, met name in het begin en het vele stoppen van de chauffeur) en we kwamen dan ook om zeven uur in de avond aan. De bus stopte dus niet op het busstation maar bij een boekingsbureautje waar je de volgende bustickets kon kopen zo’ vijf kilometer buiten het centrum van de stad. Dan maar een taxi zoeken die ons naar het centrum kan brengen dachten we maar ook dit viel nog niet zo mee en na wat mensen te hebben aangesproken werd er een “zwarte” taxi geregeld. Wij vonden het al lang best en nadat iedereen provisie had gekregen (we denken dat we wel drie personen betaald hebben via de taxichaffeur) vertrokken we naar hotel “Linda”. Aangekomen bij hotel “Linda” bleek dat de kamer geen douche had en een wc konden we ook nog niet een, twee, drie vinden. De mensen spraken tot onze verbazing geen Engels dus dat werd moeilijk. Het duurde even maar toen werden we naar buiten verwezen en wat denk je: er zijn twee hotels “Linda”, beide tegenover het busstation en ongeveer vijftig meter uit elkaar. De taxichauffeur moest er ook om lachen. Het volgende hotel had wel een douche en toilet op de kamer maar deze was al in gebruik door een hele grote kakkerlak volgens Vera die even was wezen kijken. De volgende kamer die ze lieten zien was een stuk beter en belangrijker een stuk schoner. We hadden inmiddels wel erge honger gekregen en nadat we ons een beetje hadden opgefrist zijn we naar de receptie gelopen om te vragen waar het dichtsbijzijnde restaurant was. We werden verwezen naar een restaurant niet ver van het hotel. Het eten moesten we aanwijzen en toen we zaten te wachten realiseerden we ons pas dat ook hier het kakkerlak gehalte erg groot was. Vera gruwelde bij elke kakkerlak en het is gek maar je zag op een gegeven moment overal wel wat bewegen. Het eten was overigens prima maar we zijn niet blijven natafelen.
De volgende dag hadden we besloten om in Pekanbaru te verblijven om daarna weer door te reizen. In Pekanbaru is dus echt niets te doen en nadat we het bureau voor toerisme hadden gevonden voor wat informatie leek het wel of we de eerste toeristen deze maand waren. Ze konden ons eigenlijk maar weinig aanbieden maar er was wel een grote moskee om te bezichtigen. Ze stonden erop dat we een gids van de omgeving meenamen (maar hier stond echt niets voor ons in) en we hebben het halve kantoor en hand gegeven. Het was waarschijnlijk een kwartiertje van het kantoor naar de moskee lopen maar de prive chauffeur van een of andere bobo van het kantoor moest ons maar brengen en we werden vergezeld door het hoofd van het bureau. Aangekomen bij de moskee hebben we vriendelijk afscheid genomen want voordat je het weet……. Daar kwam de beveiligingsman aan en deze stond erop om ons rond te leiden in de moskee en uiteraard maakte hij natuurlijk de blits met twee toeristen uit Nederland (wat hij natuurlijk tegen iedereen moest vertellen). De moskee was gelukkig wel de moeite waard om te bezichtigen.
De volgende dag hadden we een minibusje geregeld dat ons naar Bukittinggi zou rijden. We zouden opgehaald worden om 10:00. Om 10:30 wordt je dan toch wel (althans Patrick) een beetje zenuwachtig of hij nog wel komt en zeker als de telefoon ook niet word opgenomen. Een dag Pekanbaru was genoeg. Gelukkig kwam het busje en de rit naar Bukitttinggi was zeer mooi wat alles snel deed vergeten. We kwamen aan om een uur of vijf bij een hotel dat binnen ons budget pastte volgens ons “Indonesieboek”. Laten we maar zeggen dat we het boek niet geheel meer vertrouwen want de prijs voor een kamer overschreef ruim het budget. Iets verder in de straat vonden we een prima hotel voor een goede prijs en toen we al “goed” hadden gezegd gaven ze ook nog eens discount. Na het eten stond er iemand klaar die ons kon helpen aan wat activiteiten in de omgeving en na wat uitleg hebben we besloten om de volgende dag een rondrit te maken door de omgeving waarbij we allerlei dingen aandeden. De tour was erg leuk en interessant met name hoe de bevolking hier leeft en woont. Gisteren zijn we zelf op pad gegaan en hebben we de stad te voet bezocht. De bevolking is zeer vriendelijk en willen eigenlijk allemaal Engels met je praten. Dit was een groot verschil met Pekanbaru waar vrijwel niemand Engels kon. Ook moesten we weer verschillende malen met de bevolking op de foto (zou het komen omdat Patrick net naar de kapper was geweest?).
30 mei 2008
Minangkabau
Posted by
Patrick en Vera
at
vrijdag, mei 30, 2008
3
comments
23 mei 2008
Traag
Het gaat allemaal heel erg traag bij de Indonesische ambassade maar vanmiddag tussen drie en vijf uur kunnen we dan eindelijk ons paspoort met het visum voor Indonesië op gaan halen. Na een weekend (bekend), enkele feesdagen (onbekend) en enkele dagen verwerkingstijd (bekend maar erg traag) is het dan eindelijk zo ver. We zorgen ervoor dat we iets voor drie uur aanwezig zijn op de Indonesische ambassade zodat we daarna naar de haven van Singapore kunnen doorreizen om de boot naar Sekupang, Batam (Indonesië) te pakken. Gelukkig is dit maar zo'n drie kwartier varen vanuit Singapore, dus vanavond zitten we in Indonesië.
We zitten heel erg dichtbij Indonesië maar zonder visum kom je er echt niet in. Dit heeft uiteraard alles te maken met de lengte van het visum, zestig dagen. Dertig dagen kun je gewoon aan de grens kopen maar ja, we willen weer langer en dat kost dus tijd.
Batam is een eilandje voor de Singapore maar het is Indonesië. Vanuit hier zullen we maandag met de boot vertrekken naar het "vaste land" (Sumatra) waar we aan zullen komen in Tanjung Buton en dan per bus zullen reizen naar Palembang. De bootreis zal ongeveer dertien uur in beslag nemen en de busreis vervolgens nog eens drie uur. Volgens de "lonely planet" (reizigersboek) is dit een populaire reizigersroute dus we zijn benieuwd.
Eenmaal aangekomen zitten we dan aan de zuidkant van Sumatra. Vandaaruit zullen we over circa twee weken de boot pakken naar Java waar we Cees en Riet op zullen halen van het vliegveld voor de reis op Java en Bali. Uiteraard een goed vooruitzicht maar eerst nog even een stukje Sumatra.
Posted by
Patrick en Vera
at
vrijdag, mei 23, 2008
2
comments
20 mei 2008
Singapore
Posted by
Patrick en Vera
at
dinsdag, mei 20, 2008
6
comments
13 mei 2008
Dakshinkali
Ter informatie:
De meeste godinnen ontlenen hun status aan hun echtgenoot. Zo niet Kali. Ze is een onafhankelijke godin waar men danig rekening mee moet houden. Ze kan natuurrampen veroorzaken, maar ook demonen uitbannen die de kosmische orde bedreigen. Om Kali tevreden te stellen, zijn bloedige dierenoffers vereist.
Kali belichaamt ook de vrouwelijke energie, Shakti. Zonder deze oerkracht kan Shiva niet functioneren. In de Kalika Purana, een bundel verhalen over de godin, staan de erotische capriolen van Shiva en Kali vermeld. Opvallend is dat de godin daarbij de dominante partij is.
Kali wordt afgebeeld met een zwarte of donkerblauwe huid, een uitgestoken rode tong en met een ketting van schedels. In haar linkerhand heeft ze en bebloed zwaard en in haar rechterhand houdt ze een afgehouwen hoofd bij het haar vast. Ze danst op het liggende lichaam van haar echtgenoot, een bewijs dat Kali de overhand heeft.
In en rond de vallei van Kathmandu zijn nogal wat heiligdommen aan Kali gewijd. Het bekendste is de tempel van Dakshinkali.
Om half vijf vanmorgen ging de wekker af. Vandaag zouden we een bezoek gaan brengen aan de tempel van Dakshinkali. De tempel van Dakshinkali ligt 20 km ten zuiden van de hoofdstad en is het voornaamste heiligdom van de godin Kali in de vallei. De plaats geniet vooral bekendheid vanwege de dierenoffers die de bevolking hier twee keer per week (dinsdag / zaterdag) brengt ter ere aan de bloeddorstige Godin van de Wraak. Het was dinsdag en dus een geschikte dag.
We gingen samen met de twee neven Bishow en Bashu die we hadden leren kennen tijdens de trekkingen rond de Annapurna en Langtang. Voor beide was het een bijzondere gebeurtenis die ze normaal gesproken maar een (a twee) keer per jaar doen. Samen met ons was dan ook een extraatje en het is natuurlijk altijd goed om de goden gunstig te stemmen. Wij betaalden de rammelende taxi en nadat onderweg nog even de banden werden opgepompt kwamen we om ongeveer zes uur aan. De redden om zo vroeg te vertrekken had alles te maken met het feit dat het er heel erg druk kan zijn met offers en je dus achteraan moet aansluiten. De mannen moesten vandaag hun boterhammen nog verdienen en dus wilden ze weer redelijk op tijd terug zijn (wanneer de toeristen weer de straat op gaan).
De tempel van Kali ligt in een kom tussen twee heuvels, op de plaats waar twee riviertjes samenkomen.
In de tempel staat het beeld van de zesarmige godin die een mens vertrapt. Koning Pratap Malla liet dit zwart-stenen beeld plaatsen, nadat hij hiertoe in een droom door de godin was aangespoord. Vroeger bracht men mensenoffers aan Kali.
Tempel en offerplaats zijn voor niet-hindoes taboe, maar de gebeurtenissen zijn van buitenaf goed te volgen. Het was er inmiddels al erg druk en de geiten en hanen werden aan de lopende band aangevoerd. Wij hebben ongeveer een half uur staan kijken naar het offeren. Twee geiten en een tiental hanen lieten hierbij het leven. Ook de andere attriburen werden geofferd.
Nadat we nog aardappelcurry hadden gegeten en een kopje thee hadden gedronken (ontbijtje) zijn we weer teruggelopen naar de taxi.
Op de weg naar de taxi kwamen we nog diverse geiten en hanen tegen. Het is ons niet helemaal duidelijk of deze begrijpen wat er staat te gebeuren want zowel de geiten als de hanen stribbelde flink tegen. Het was een bloederige maar zeer bijzondere ervaring.
Hierna zijn we met zijn tweeën nog naar Patan geweest, de derde koningsstad en laatste die we nog wouden zien. Hiermee denken we een goed beeld van Nepal te hebben gekregen en kunnen we weer verder naar de volgende bestemming.
Posted by
Patrick en Vera
at
dinsdag, mei 13, 2008
5
comments
12 mei 2008
Langtang trek
De trek naar Langtang begint bij Dhunche (2030 meter) en eindigt bij Kyangjin Gompa (730 meter) aan de voet van de Langtang Lirung. Het pad volgt grotendeels de loop van de rivier de Trisuli en de Langtang Khola en voert door dichte bossen en dorpen naar alpiene jakweiden. De tocht is afwisselend, met een grote verscheidenheid aan landschappen, klimaten en bevolkingsgroepen.
Het Langtang-dal, de meren van Gosainkund en het noorden van Helambu vormen samen het Langtang National Park. Dit park is in 1976 gesticht en is met een oppervlakte van 1710 km2 het op een na grootste natuurreservaat van Nepal. Het kent grote hoogteverschillen. In de lagergelegen bossen leven wilde zwijnen, luipaarden, zwarte beren en muntjaks. Het muskushert bevolkt de hogergelegen regionen. Het reservaat is het domein van 160 vogelsoorten.
De meren van Gosainkund.
Halverwege het Langtang-dal en Helambu liggen de meren van Gosainkund. De eerste twee meren op de route heten Sarasvatikund en Bhairavkund. Het derde meer is Gosainkund (4298 meter). Tijdens volle maan in augustus houden duizenden pelgrims hier een festival ter ere van Shiva (god). De god zou op deze plaats zijn drietand in de bergwand hebben gestoken, waarna drie stromen ontstonden die het Gosainkundmeer vulden.
We hebben net als met de Annapurna trekking de belevenissen per dag in beschreven:
Om 6:00 uur liep de wekker af. Snel de laatste spullen pakken en uitchecken. Ontbeten en om half 8 stonden wij bij Unique Waymaker, het trekkingsbureau ( http://www.uwtenepal.com/ ). Bashu onze gids was al aanwezig. Nadat we twee van onze rugzakken hadden
achtergelaten zijn we met een taxi vertrokken naar het busstation. De eerste bus was al vertrokken en de 2e en tevens laatste bus voor die dag was al vol (er kon niet worden gereserveerd). Dat werd een plaatsje op het dak. De gehele weg hebben we op onze rugzak gezeten met de benen over de rand van het dak. Of je nu in of op de bus zit, je
maakt er de raarste dingen mee. Ze blijven maar spullen en mensen in en op de bus proppen (zelfs dieren). Zo wilden ze halverwege drie grote kooien met kippen op het zak zetten. De kooien waren overvol. De kippen waren elkaar tot bloedens toe aan het pikken. Nu was iedereen al aan het dringen om een beetje comfortabel te kunnen zitten op het dak. De lokale bevolking was flink aan het protesteren en vonden dat de kippen er niet meer op pasten. Soms helpt het dan als er touristen op het dak zitten, dus dat werden geen kippen op het dak (de eigenaar van de kippen kwaad). We waren overigens niet de enige touristen op het dak, er zat nog een Nederlander en een Amerikaanse op het dak.In ieder district is een politie checkpost. Bij een van de checkposten accepteerde een van de politie agenten niet dat er mensen op het dak zaten (officieel is het in Nepal niet toegestaan dat er mensen op het dak van een bus zitten maar over het algemeen zitten er net zoveel mensen op het dak van de bus als erin). Na veel geruzie tussen de politie, de buschauffeur en busgeldophaler moest de lokale bevolking van het dak af en in de al overvolle bus. Wij als touristen hoefden niet van het dak af want het was te vol en te warm in de bus. Samen met de gids hadden wij het gehele dak voor ons zelf voor ongeveer 10 minuten want na de lunch zat het dak nog voller dan voor de checkpost. Binnenin de bus was het zo warm geworden dat iedereen het dak op vluchte.
Dat er ook allerlei (breekbare) spullen op het dak liggen heeft onze gids geweten. Toen hij even opstond om zich uit te rekken en zijn evenwicht verloor leunde hij op een jutte zak. Uit deze jutte zak kwam een krakend geluid, de spiegel in de zak was gebroken. Na veel gescheld van de vrouw, eigenaar van de spiegel heeft de gids haar 400 rupees (4 euro) betaald (hij moest eerst 20 euro betalen). Uiteraard hebben wij deze achteraf betaald want met een dagloon van 5 euro is dit veel geld (en wij hadden weer een verhaal).
Na dik 8 uur bussen kwamen we aan in Dunche. Voordat we naar het hotel konden moesten we eerst nog een trekkingspermit (een soort wandelpaspoort) laten maken. Daarna hebben we in het hotel een douche genomen. Dit was wel nodig want na de lunch hadden we alleen maar stoffige hobbelige wegen gehad. Na het eten hebben we even zitten kletsen met de Amerikaanse en daarna vroeg naar bed want een dag bussen is vermoeiend. Op zich viel de rit op het dak niet tegen, maar na een uur of vijf / zes begint alles dus wel stijf te worden.
Vrijdag 2 mei 2008 Dunche – Bamboo lodges:
Na een stevig ontbijt om 7:30 uur vertrokken. Het eerste gedeelte van de wandeling was over een weg en later over een smal bospad. De eerste wandeldag was een zware. We hebben 6 uur gewandeld, excl. 1 uur lunch pauze. Het was zo zwaar omdat het erg warm was, maar ook omdat we nu geen porter hadden en onze rugzakken met de benodige kilo’s zelf moesten dragen. We zijn begonnen op een hoogte van 2030 meter, eerst was het klimmen naar 2720 meter, daarna dalen naar 1460 meter en wederom weer stijgen naar 1970 meter. De nacht verbleven we in Bamboo lodges. Een plaatsje waar 4 theehuizen (soort hutten) staan. Het lag direct aan een wild stromende rivier. We hadden geluk, voor de tweede dag achter elkaar een warme douche en net als de vorige dag was dit nodig want we hadden die dag genoeg gezweet.Zaterdag 3 mei 2008: Bamboo lodges – Langtang:
Om 7:45 uur vertrokken uit Bamboo lodges. Het was een dag van veel stijgen, van 1970 meter naar 2455 meter waar we de eerste thee stop in Rimche hadden.
Van daaruit was het dalen naar 2410 meter, Lama Hotel. Vanaf dit punt was het alleen nog maar klimmen, eerst naar Ghoratable 2992 meter waar we een heerlijke spaghetti hadden voor lunch. Daarna zijn we doorgelopen naar Langtang, 3330 meter. Het was een dag van 6,5 uur wandelen buiten de thee- en lunchpauzes. Na de lunch kregen we regen wat het wandelen niet makkelijker maakt. We waren dan ook afgedraaid aan het einde van de dag, maar na een uurtje rusten geeft het toch een lekker gevoel. Aan het einde van de middag Riet voor haar 57 verjaardag gebeld. Het is maar goed dat ze niet weet (en nu dus wel) dat de 4 minuten dat we gebeld hebben 600 rupees hebben gekost, dat is ongeveer een 6 euro.Zondag 4 mei 2008: Langtang – Kyanjin Gompa:
Vandaag zijn we later vertrokken dan afgelopen dagen want het zou maar 4 uur wandelen zijn. Vanuit Langtang, 3330 meter zijn we naar naar Kyanjin Gompa gelopen, 3730 meter. 400 meter geklommen. Na 2 uur wandelen en een theestop waren we al op de plaats van bestemming, een aangename verrassing na het stevige klimmen van de voorgaande dagen (en de verminderde zuurstof in de lucht). We zijn echte „Mountain Tigers“ volgens onze gids, maar dat nemen we maar met een korreltje zout. In de middag heeft het veel geregend. Patrick heeft nog een ronde gelopen en wat foto’s gemaakt en gekaart met de gids. Vera heeft voornamelijk gelezen en een enkele keer mee gekaart. Na de warmte van de afgelopen dagen was het op deze hoogte maar koud en hadden we een extra deken nodig om onder te slapen.
Maandag 5 mei 2008: Kyanjin Gompa – Ghoratabela:
Om 6:30 opgestaan om de bergen te bekijken (vroeg in de morgen is het vaak het helderste) maar het was redelijk bewolkt. We hebben besloten om niet een berg op te klimmen maar langs de rivier te lopen. Na anderhalf uur begon de lucht op te klaren. We hebben nog heel wat toppen van bergen kunnen zien waaronder de: Yala Peak, Kimshung, Langtang, Lirung, Tsergo R1,
Nayakang, Dshaburi, Pangen Dopku.Daarna hebben we onze spullen gepakt en na een vroege lunch zijn we vertrokken uit Kyanjin Gompa 3730 meter en terug gelopen via Langtang naar Ghoratabela 2992 meter. Dit was flink dalen in iets meer dan 3 uur waren we in het theehuis. We waren maar net binnen of het begon alweer hard te regenen.
Dinsdag 6 mei 2008: Ghoratabela – Landslide:
Patrick heeft bijna de gehele nacht wakker gelegen van de kiespijn. Veel druk op de kies waarschijnlijk van de kou, hoogte en verstopte neus. De voorraad paracetamol die we bij hadden heeft hij allemaal op we hebben van en Nederlands echtpaar nog enkele paracetamolletjes gekregen. Na het ontbijt vertrokken uit Goratabela 2992 meter en verder gedaald. In Lama Hotel, 2410 meter zijn we gestopt voor een korte theepauze en daarna zijn we doorgelopen naar Bamboo lodges voor de lunch, 1970 meter. Na dik 4 uur dalen zijn we uiteindelijk aangekomen in Landslide, 1680 meter. Na een warme douche, een emmer met een kraantje hebben we in de middag alleen maar uitgerust. Het douchen was alweer een paar dagen geleden dus we hadden het verdiend. Patrick is nog even naar de hotspring gelopen. In de middag heeft het weer veel geregend. Patrick had nog steeds veel kiespijn. Bashu onze gids heeft in de avond samen met een andere gids een kip gekocht (800 rupi), die ter plaatse werd geslacht en klaargemaakt. Hierbij zijn de nodige glazen raksi (lokale wijn (zeer sterk)) gedronken wat wij die nacht ook wel hebben meegekregen, de herrie schoppers.
Woensdag 7 mei 2008: Landslide – Chandanbari
Patrick is van zijn kiespijn af. Dit was een goed begin van de (zware) dag. Tijdens het ontbijt hadden we een mooi uitzicht op de rivier en de bossen waar we een soort van wezel en eekhoorns zagen. Na het ontbijt hebben we Landslide, 1680 meter verlaten en zijn we flink geklommen naar Thulo Syaphru, 2210 meter. Van daaruit doorgelopen (lees: klimmen) naar Dursagang, 2720 meter. Na de lunch was het weer flink klimmen om aan te komen in Danda teashop, 3210 meter waar we natuurlijk een kopje thee hebben gedronken. Met name dit gedeelte was een uitputtingsslag en we moesten dan ook regelmatig rusten.
Even werden we nog achtervolgd door een aantal jaks maar gelukkig voor ons vonden ze wat gras om te eten. Na nog een klein uurtje te hebben gelopen zonder al te veel klimmen zijn we aangekomen in Chandanbari, 3250 meter. Totaal zijn we vandaag 1370 meter geklommen. We hebben dik 5,5 uur gewandeld maar in totaal 8 uur onderweg geweest. Dit was met stip de zwaarste wandeldag in Nepal voor ons. Na het douchen was het uitrusten en vroeg naar bed want de volgende dag zou weer een zware lange dag worden.Donderdag 8 mei 2008: Chandanbari – Gosainkund
Slecht geslapen afgelopen nacht en heel vroeg wakker. Dit kwam doordat een grote groep Israeliërs feest vierden (60 jaar onafhankelijk) en Nepalezen (pelgrims) laat aankwamen en al weer vroeg en luidruchtig opstonden. Na een zeer matig ontbijt zijn we vertrokken uit Chandanbari, 3250 meter.
De eerste thee stop hadden we al na een dik uur, Chyolangpati 3584 meter, ongeveer 330 meter gestegen. Vanuit hier was het klimmen naar 3900 meter waar we in Laurebina hebben geluncht. We waren daar rond 10:30 uur dus het was een vroege lunch maar gelukkig zit er minimaal een uur tussen bestellen en serveren over het algemeen. Tijdens de lunch ging de gids onderhandelen over babysokjes en een mutsje voor zijn 1 jarig dochtertje. Ook wij kochten een paar roze babysokjes zodat de gids wat meer korting kreeg.Rond 12:00 uur zijn we naar de 1e pass gelopen, 4165 meter. Na 2 uur waren we in Gosainkund, 4380 meter waar we de nacht hebben verbleven. Deze keer hadden we totaal geen last van de hoogte, dus dit was wel erg prettig. Vanuit Gosainkund hadden we een mooi uitzicht op de meren.
De meren zijn voor de Nepalezen een bedevaartsplaats. We zijn onderweg dan ook veel Nepalezen tegen gekomen. We waren net een half uur in het theehuis toen het begon te hagelen en daarna te sneeuwen. In de middag en avond hebben we rond een houtkachel gezeten en zitten kletsen met een Canadees stel, een Amerikaanse en twee Israeliërs.Vrijdag 9 mei 2008: Gosainkund – Chandanbari
Er lag niet veel sneeuw maar de ijspegels hingen aan het dak. Door de zon begon alles snel te smelten. Eerst nog even naar het heilige meer van Gosainkund gelopen en wat foto’s gemaakt, de bedevaartsplaats voor Nepalezen.
Daarna zijn we aan de terugreis begonnen. Wat we de dag ervoor hebben geklommen moesten we vandaag weer dalen. In Chandanbari zijn we niet naar hetzelfde theehuis gegaan omdat we daar het eten te slecht vonden. Gelukkig had de gids dit voor zichzelf ook al besloten. Vroeg in de middag aangekomen in Lhasa hotel en na een lekkere warme douche (wat al weer een paar dagen geleden was) hebben we het in de middag rustig aangedaan (wat kaarten met de gids).
We zijn met het Canadese stel, Leah en Dustun naar de Gompa en een "cheese factory" (kaasboerderij) geweest. Bij de cheese factory hebben we een halve kilo Yak cheese gekocht en dit in reepjes laten snijden. Hier hebben we samen met de gidsen van zitten smullen onder genot van een kopje thee (wijn is hier niet te krijgen, alleen de lokale wijn maar dit is meer alcohol dan wijn). De Canadezen hadden een jeep besteld om terug te rijden naar Kathmandu en boden ons aan m mee te rijden (dit vonden wij uiteraard geen slecht idee).Zaterdag 10 mei 2008: Chandanbari – Dunche:
Na het ontbijt vertrokken uit Chandanbari, 3250 meter. Het was vandaag veel en stijl dalen tot net voor Dhunche, 2030 meter. Het laatste stukje was weer even stijgen. Dhunche was het eindepunt van de wandeling en hier kwamen we net voor de middag aan. Ook het Canadese stel arriveerde net na ons in het hotel, zij hadden een iets andere route gelopen dan ons. Na de lunch is Patrick naar de locale kapper geweest voor een knip- en scheerbeurt. Wij vonden het erg goedkoop, 60 rupees, is 60 eurocent maar blijkbaar heeft de kapper er nog op verdiend. De gids was ook weggeweest en hoefde maar 35 rupees af te rekenen. Daarna hebben we de email geprobeerd te lezen maar er was weer een stroomstoring. Met het Canadeze stel hebben we de avond doorgebracht en later kregen we ook nog gezelschap van de gidsen.
Zondag 11 mei 2008: Dunche – Kathmandu:
Om 6:30 uur ontbeten en iets na 7:00 uur zijn we met de Jeep vertrokken uit Dunche en gereden in de richting van Kathmandu. Rond half 11 kwamen we eindelijk aan op de asfalt weg, de tijd ervoor was over een hobbelige zand weg met veel kuilen en gaten. Na de lunch, een traditionele dal bhat (rijst met curry en wat groenten), zijn we verder gereden naar Kathmandu waar we rond 13:30 uur zijn aangekomen. We hebben onze rugzakken opgehaald bij het trekkingsbureau en zijn naar hotel Tradition gelopen. We wilde weer een ander hotel proberen. In de middag nog wat email gecheckt en met de gehele familie gechat. We hebben de was en de slaapzakken naar de wasserij gebracht en toen was de middag al weer ver om. In de avond hebben we ter afsluiting met het Canadese stel gegeten en nog wat zitten kletsen.
Al met al weer een mooie ervaring. Het avontuur in Nepal loopt op zijn einde. Morgen gaan we nog een dag naar een tempel en Patan, een van de 3 koningssteden, met de gids en zijn vrouw en dan is het nog een dag wat aanrommelen in Kathmandu. De vlucht is inmiddels bevestigd en we hebben al een hotel uitgezocht en gereserveerd in Singapore. Ook hebben we al de formulieren voor het visum dat we in Singapore moeten aanvragen voor Indonesië uitgeprint. Volgens ons zijn we niets meer vergeten en kunnen we aanstaande donderdag via India (waar we ongeveer 15 uur moeten wachten op het vliegveld) naar Singapore vliegen.
Posted by
Patrick en Vera
at
maandag, mei 12, 2008
4
comments