30 april 2008

Kathmandu vallei

Na Chitwan National Park stond de Kathmandu vallei op de planning. Vanuit de hoofdstad Katmandu was het de bedoeling om diverse dingen te gaan bezichtigen en/of te bezoeken.

Zo stond de stoepa van Bodhnath op het lijstje. De stoepha is de grootste van Nepal en dus indrukwekkend om te bezoeken. In de morgen hebben we een taxi gezocht en na veel onderhandelen een prijs afgesproken. De prijs die wij betalen is gemiddeld de helft van het geen ze in eerste instantie vragen maar volgens ons is dit nog steeds voldoende hoewel ze altijd maar blijven klagen. Taxi's in Kathmandu zijn hele kleine suzuki's waar je dus maar net in pas. Ik kan me niet voorstellen dat een moeder met twee kinderen hier geen probleem mee heeft. Verkeersregels........., daar doen de taxichauffeurs niet aan, dus scheuren ze roekeloos door de stad. Gelukkig ligt de snelheid niet erg hoog en hoeven we ons niet echt druk te maken.
Nadat we de stoepha bezocht hadden zijn we naar Pasupatinath gereden met de taxi. Pasupatinath is de heiligste tempel in Nepal voor de Hindoes. De tempel zelf is alleen voor Hindoes toegankelijk maar wij konden er toch wel heel erg veel zien. Het meest opzienbarende is wel de lijkverbranding langs de rivier "De Bagamati". Het is voor Hindoes van groot belang dat ze minimaal een zoon krijgen want deze (oudste) zoon moet de laatste rituelen verrichten voor de ouders als deze zijn gestorven.
Het lijk wordt in de heilige rivier eerst door de oudste zoon gewassen waarna het in doeken wordt gewikkeld. Het bizarre voor ons was dat dit dus gewoon openbaar is en iedereen hier naar staat te kijken. Nadat de overledene in lakens is gewikkeld wordt hij op een crematie-gaths gelegd. Dit is een soort van stenen platform aan de westelijke oever van de Bagmati ter hoogte van de hoofdtempel. De ghats aan de voet van de hoofdtempel zijn bestemd voor de leden van de koninklijke familie en andere hooggeplaatsten: de ghats rechts van de bruggen over de rivier zijn voor gewone stervelingen.
De laatste rituelen worden door de oudste zoon uitgevoerd waarbij de overledene zijn tocht naar het hiernamaals kan maken. Heeft een overledene geen zoon dan geeft dit in Hindoekringen een groot probleem. De vrouwen staan overigens een eindje verderop het geheel te bekijken. Er zijn vrijwel geen emoties zichtbaar bij de betrokkenen. Na enige tijd wordt de overledene verplaatst naar een andere zijde van de brug waarna deze weer op een andere crematie-gath voorzien van brandhout wordt gelegd. Bovenop het lijk wordt een nat "rietachtig" materiaal aangebracht waardoor het in eerste instantie enorm gaat roken. De geur was uiteraard ook niet zo fris ter plaatse. Ten tijde van ons bezoek vonden er zo'n vijf lijkverbrandingen plaats.
Wij vonden het een hele bijzondere ervaring om dit mee te (mogen) maken. Het gekke is dat wij dit als "nuchtere" Nederlanders als heel vreemd ervaren terwijl het in Nederland in principe ook gebeurd, met uizondering dan dat je er nu met je neus op staat.
Ook vindt men het niet vreemd om een foto te maken van het geheel, vaak wordt het zelfs aangemoedigd. Wij hebben enkele foto's gemaakt maar wij denken dat het minder gepast is om deze op de Weblog te plaatsen.
De volgende dag zijn we naar Bungamiti, een Newar-stadje gereden dat volgens de "oude" stijl leeft. Veel armoede en niets van de moderne tijd. Ook waren er geen toeristen te zien wat het nog bijzonderder maakt om rond te kijken. De mensen maakten er de mooiste houtkunstwerken, van kozijnen tot ..........., nou, noem maar op. Water werd nog met een emmer uit een put gehaald en een riool kennen ze ook niet. Vanuit hier zijn we te voet richting een kloof en wat andere tempels in andere plaatsen gelopen. Deze dag zijn we eigenlijk geen toeristen tegen gekomen en dan zie je Nepal natuurlijk pas echt.
Verder zijn we nog met twee kleine rugzakken naar Bakthapur gereisd. De rest van de bagage hadden we in bewaring gegeven in het hotel met de afspraak dat we hier weer terug zouden komen, een prima oplossing. Bakthapur is veel mooier dan Kathmandu en de gebouwen zijn er echt bijzonder. Net als in Kathmandu (en Patan), de drie koningssteden heeft Bakthapur ook een Durbarplein met allerlei tempels en bijzondere gebouwen. Ons hotel lag aan een ander plein waar een grote houten wagen stond die tijdens het Nepalees nieuwjaarfeest, Bisket Jatra wordt gebruikt om door de stad te zeulen. Het was een enorm gevaarte. Tegen de avond van Bisket Jatra breekt er een strijd uit tussen de bewoners van de boven- en benedenstad. De inwoners grijpen de lange touwen die aan weerszijden van de kar van Bhairav zijn bevestigd en proberen de kar naar hun eigen stadsdeel te trekken. De winnaar mag zich een week lang de gastheer van de goden noemen. Bisket Jatra was enkele weken geleden, midden april.
Gisterenavond waren we uitgenodigd door de gids, waarmee we de trekking rond de Annapurna hebben gedaan, om bij hem thuis te komen eten en zijn gezin te ontmoeten. Heel erg leuk en wij hadden een houten walvispuzzel voor het dochtertje van de gids meegenomen. Wat ons vrijwel gelijk op viel was dat dit eenjarige meisje maar drie andere speeltjes had, wij denken dan ook dat onze neefjes Jasper en Marijn en waarschijnlijk ook het nichtje Jasmijn dat enkele dagen geleden is geboren dan ook wel een beetje verwend zijn. Bashu leeft met zijn gezinnetje in een kamer van ongeveer 4 bij 6 meter. Hierin staan twee bedden en enkele kasten. De ruimte dient als leef- en slaapkamer maar ook als keuken. In de hoek van de kamer stond een blok met een kookstelletje en water zat in een grote ton. Een toilet en douche moest worden gedeeld met de overige bewoners (naar schatting 15 gezinnen) en was twee verdiepingen lager.
We werden heel gastvrij ontvangen en uiteraard hebben we ook lekker Nepalees gegeten, Dal Bath. Eerst de gasten eten uiteraard, dan de man des huizes en daarna pas de vrouw. Bashu en zijn vrouw verwachten over 6 maanden hun tweede kindje. Het eerste kindje is ongeveer een jaar oud, dus ze hebben er geen gras over laten groeien. Bashu en zijn vrouw zijn getrouwd en hebben zelf kunnen kiezen met wie ze wilde trouwen.
De neef van Bashu, Bishu (eigenaar van het trekkingsbureau) die ook aanwezig was had een "geregeld" huwelijk zoals dat zo mooi wordt gezegd. Met andere woorden, de beide ouders hebben bepaald dat de kinderen met elkaar moeten trouwen. Vaak kennen ze elkaar nauwelijks maar nog steeds vindt een geregeld huwelijk hier plaats. Het was een gezellige avond en hoewel de vrouw van Bashu alleen maar wat gegiebeld heeft (ze verstaat wel engels) had ze het ook goed naar haar zin, wat voor ons natuurlijk ook erg leuk is.
Morgen gaan we samen met Bashu weer op trekking. Deze keer zonder drager en zullen we een "gedeelte" van onze rommel zelf mee gaan dragen. Dit keer zullen we naar het Langtanggebergte afreizen waar we ongeveer een tien dagen zullen trekken.
Het zal daarom ongeveer tien dagen stil zijn. Maar ongetwijfeld zal er daarna weer een mooi verhaal op de Weblog verschijnen.

28 april 2008

Mero nam JASMIJN ho



Mero janma 2008, 27 april ma baiko ho.
Ma sostha malila hu.
Ma Karin ani Roland ko chori hu ani Jasper ko bahini pani hu ani Patrick ra Vera ko batiji hu. Dhanyabad.


Voor iedereen die geen Nepalees kan lezen
en bovenstaande toch wil weten:

Mijn naam is Jasmijn.
Ik ben geboren op 27 april 2008.
Ik ben een gezond jong meisje.
Ik ben de dochter van Karin en Roland

en het jongere zusje van Jasper.
Ik ben het nichtje van Patrick en Vera.

Wij werden afgelopen nacht rond een uur of half een wakker gebeld met het leuke bericht dat we weer oom en tante zijn geworden. Dit keer geen neefje maar een nichtje, dus we kunnen poppen gaan kopen. Jasmijn is gisteren rond de middag geboren en weegt zo'n 7 pond. Moeder en dochter maken het heel goed en hopen vandaag uit het ziekenhuis te komen.
Wij feliciteren Karin, Roland en natuurlijk Jasper maar ook de beide opa en oma's van harte met de nieuwe aanwinst.

23 april 2008

Chitwan National Park

Om kwart voor zeven stond de taxi klaar bij ons hotel in Pokhara om ons naar het busstation te brengen zodat we de bus naar Chitwan National Park konden nemen. We hadden een adres gekregen van Femke die we hadden ontmoet tijdens de Annapurnatrekking een paar weken eerder. Een goede lodge met de naam "Sapana village" (http://www.sapanalodge.com/), een lodge die in samenwerking met Nederlanders is opgezet en waarbij geld ten goede komt aan de Tharubevolking die hier leeft.
Ondanks dat er stoelnummers op de bustickets vermeld staan valt het voor een aantal mensen (en dat zijn vaak toch dezelfde) niet mee om op de juiste plaats te gaan zitten en zeker niet als ze hun stoel op moeten geven als er op je busticket "roof" staat (dat betekend dat er geen stoel meer over is en dat je dus letterlijk op het dak van de bus bij de bagage kan gaan zitten). Wij hadden gelukkig wel een stoel en na een vertraging van ongeveer 20 minuten zijn we dan toch naar Chitwan National Park vertrokken. De route was bijzonder mooi waarbij we een rivier volgde.
Om ongeveer een uur kwamen we aan Sauraha, het plaatsje waar de lodge was gelegen en erg dicht bij het park. Een chauffeur van de lodge stond op het buspark op ons te wachten en we werden naar de lodge gebracht waar we door Dhurba Giri werden ontvangen en een welkomsdrankje kregen. Het zag er netjes verzorgd uit en we waren de enige gasten. Na gelunchd te hebben hebben we de kaart met alle activiteiten eens bekeken. Veel van de activiteiten waren in en rond het park maar er waren ook activiteiten gericht op de plaatselijke bevolking, het Tharuvolk. Zo zaten we dan die zelfde dag op een kar getrokken door twee ossen die ons door de aangrenzende dorpen heen leidde. Van de gids kregen we uitleg over van alles en nog wat wat er in het dorp te zien was en hoe de mensen leven. De bevolking was zeer vriendelijk en het was geen probleem om in hun leven te kijken. De mensen eten vooral vis, gevangen in de rivier die langs de lodge liep. Met kleine schepnetten scheppen ze kleine visjes van ongeveer 5 cm uit het water en zodra ze een maaltje bij elkaar hebben gescharreld worden de visjes schoongemaakt en worden ze gekookt. Hierna zijn we weer teruggereden naar de lodge en konden we gaan eten. Wij hebben geen vissen gegeten. De elektriciteitsvoorziening was nog slechter dan de voorgaande plaatsen waar we zijn geweest dus hebben we veel bij kaarslicht gegeten en zijn we op tijd naar bed gegaan.
Dit was ook wel nodig omdat we de volgende morgen om 6:00 ontbijt hadden en ons klaar moesten maken voor een dag wandelen door de Jungele met twee gidsen.
Nadat we overgezet waren in een uitgeholde boomstam van een katoenboom liepen we regelrecht het park in. Eerst nog even wat uitleg over wat we wel en niet moesten doen als we dieren als Neushoorn, Beer en Tijger tegen zouden komen en daarna lopen. Het begon goed met diverse herten en apen die we tegenkwamen. Leuk om te zien maar we gingen voor de neushoorn, uiteraard is een tijger veel spectaculairder maar de kans hierop is erg klein.
Eenmaal in de jungle lopende zag de gids op ongeveer een honderd meter een groep van zo'n tien vrouwen aan komen lopen die gras kwamen snijden voor het vee. Samen met de andere gids maakten ze een plan om de dames te laten schrikken en ze zeiden dat we goed moesten kijken (wij stonden in de bosrand opgesteld). De gids maakte met zijn handen het geluid van een neushoorn, voor ons prachtig om te horen maar de vrouwen begonnen vrijwel direct terug te rennen. Na vijftig meter stonden ze stil en te wijzen naar de bosrand waar het geluid vandaan moest komen en nogmaals liet onze gids het geluid horen waarna de dames het weer op een rennen zette. Uiteraard moesten wij hier om lachen en zijn we weer verder gelopen. Wij denken dat de dames nu nog met hartkloppingen door de jungle lopen.
Na nog wat bijzondere vogels te hebben gezien en nog wat reeën werd het steeds warmer en werd de kans om dieren te zien steeds kleiner. Rond een uur of elf bereikten we een uitkijktoren en na ongeveer een minuut of tien zagen we heel in de verte een neushoorn lopen, te ver weg voor een goede impressie maar toch. Een uurtje later hadden we een plekje gevonden in jungele waar we konden lunchen. We waren verrast wat er allemaal uit de rugzak van de gids kwam maar een ding was zeker, we hadden niets te klagen.
De temperatuur werd steeds hoger en volgens de gids liep deze nu al tegen de veertig graden en dat is niet echt lekker. Dit werd ook nog eens versterkt door de regen die er die nacht was gevallen en dus de luchtvochtigheid erg hoog was. Na nog wat te hebben gewandeld hadden we nog een uitkijktoren gevonden en werd besloten om een tijdje uit te rusten in de schaduw (en wat te slapen). Dit deed ons goed.
Nu was het al middag en we hadden nog geen neushoorn gezien en we liepen al weer terug naar de rivier waar we het park weer uit zouden lopen. De fut ging er uiteraard langzaam uit en ondanks de grote hoeveelheid water die we hadden meegenomen leek hier ook een einde aan te komen en werd het dus echt tijd om te vertrekken uit het park.
Zo'n 200 meter voor de rivier (rond een uur of vijf) werden we dan toch nog verrast met een overstekende neushoorn. De gids keek waar hij naartoe liep en we besloten hem even te volgen, dit was uiteraard weer terug de jungle in. Op een gegeven moment moesten we een boom in klimmen om over het gras naar de neushoorn te kijken en wat foto's te maken. Dit was uiteraard de beloning op een dag zwoegen door de jungle.
Nadat de neushoorn dan echt het hazepad had genomen (was ook op zoek naar een waterplaats) zijn we teruggelopen naar de rivier waar we nog even getrakteerd werden op een krokodil en een schildpad. De dag was geslaagd.
De volgende morgen wederom vroeg opstaan om naar de Jungle te rijden want hier stond een olifant klaar die ons mee zou nemen voor een tochtje. Dit is nu de tweede keer dat we op de rug van een olifant rijden (de eerste keer was in Vietnam) en laat een ding duidelijk zijn: voor Patrick was dit echt de laatste keer, al dat geschommel, achterstevoren op een olifant. We zagen wel twee neushoorns van heel dichtbij dus dat maakte natuurlijk wel heel veel goed. Deze bleven heel rustig staan omdat ze geen angst hebben voor olifanten. Verder zagen we nog enkele herten waarna we weer teugreden naar de opstapplaats waar de volgende toeristen al weer klaar stonden.
Rond de middag stond er nog een olifant op het programma en wel eentje die we moesten wassen. Zo rond een uur of elf kwam het gevaarte de tuin van de lodge binnengelopen en begon het zich tegoed te doen aan de bomen en struiken. Tijd om op te stappen, de olifant boog zijn hoofd naar voren waarna Vera zijn oren vast moest pakken. Hierna moest ze haar voet op de slurf zetten en met wat hulp van de begeleider werd ze zo boven in de nek gezet. Een heel klein meisje op een hele grote olifant. Daarna liepen we met z'n allen naar de rivier acher de lodge en net voordat de olifant het water in liep klom ook de begeleider op de rug van de olifant. Rustig werd de olifant in het water gedirigeert en zakte zij door haar knieën en na nog een teken viel ze op haar zij. Uiteraard was dit de bedoeling want zowel de olifant als Vera gingen kopje onder en de begeleider stond nog op haar buik. Hierna was het weer een hele kunst om op de olifant te klimmen maar toen dit eenmaal gelukt was ging de olifant weer op haar poten staan en nam ze haar slurf vol met water wat ze over haar kop in het gezicht van Vera spoot. Dit herhaalde zich zo'n keer of tien. Daarna was het de beurt aan Patrick, hetzelfde ritueel en ook totaal verzopen aan het einde van het verhaal. Na wat "gespeeld" te hebben met de olifant moest er dan echt gewerkt worden. De olifant moest worden geschrobt. Met behulp van een steen moest over de huid van de olifant worden geschrobt om zo het vuil er af te boenen. Nog een hele klus en dit doen ze elke dag of er nu toeristen zijn of niet. De olifant vond het heerlijk, die lag op haar zij in het water met de slurf net boven de waterspiegel. Hierna nog even wat gespeeld tijdens het afspoelen en na een uurtje was het dan gedaan en liep de olifant weer terug naar de lodge. Deze ervaring met de olifant was er wel eentje om bij te blijven. De rest van de middag hebben we wat uitgerust.
De dagen erna zijn we nog met een kano op de rivier geweest, hebben we nog een nacht in een hut in de jungle geslapen, hebben bij een Tharufamilie gegeten en geholpen met het bereiden van de maaltijd en nog vele andere dingen. Uiteraard hebben we ook genoten van alle rust die er rond de lodge te vinden was. Chitwan National Park en zijn activiteiten zullen we niet snel vergeten.

Gisteren zijn we aangekomen in Kathmandu na een weer enerverende busreis en we zullen de aankomende dagen de omgeving van Kathmandu bekijken.

15 april 2008

Veilig geland

De afgelopen dagen hebben wij in Pokhara uiteraard eerst eens lekker uitgerust na de vermoeiende trekking rondom de Annapurna in Nepal. We hebben ook getracht om jullie een mooi verhaal van onze belevenissen op de Weblog voor te schotelen. Wij denken dat dit gelukt is maar na twee dagen alleen maar uitrusten en achter de computer zitten vinden wij het wel weer genoeg.

Er moest weer wat meer actie komen en vandaar dat wij zijn gaan zoeken naar wat nieuwe uitdagingen. We hebben gisteren eerst maar eens een fiets gehuurd waarmee we Pokhare en omstreken hebben bekeken. Pokhara heeft helaas niet zoveel te bieden als Kathmandu maar is wel een hele gezellige stad om in te verblijven. We hebben uiteraard diverse tempels (Hindu) en een "Monastery" (Buddhist) bezocht. De "Monastery" was voorzien van een gebouw waar alle monniken verbleven en hun opleiding krijgen. Zo liepen er monniken van een jaar of tien rond maar ook van een jaar of vijfentwintig. Heel bijzonder om te zien hoe zij zich helemaal aan het geloof overgeven.

Verder loopt er een kloof door de stad waar een natuurlijke rivier doorheen loopt. Op zich niet zo bijzonder want dit kennen wij in Nederland natuurlijk ook. Het bijzondere is dat de rivier in een soort kloof ligt waar het water op zo'n 20 meter diepte doorheen loopt. Op sommige plaatsen verdwijnt hij voor enkele honderden meters geheel onder de grond.

Verder zijn we nog een aantal andere bijzonderheden gaan bekijken. Net zoals de voorgaande dagen begon het aan het einde van de dag verschrikkelijk hard te regenen en te onweren. Gelukkig zijn we van hagelbuien bespaard gebleven. We waren tot op de huid nat toen we onze fietsen terug gingen brengen. De verhuurster was heel verbaast dat we nat waren (ja, ja).

Vandaag hadden we een ander plan. We hadden het nog maar niet door laten schemeren aan het thuisfront omdat deze misschien dan een nachtje niet zouden slapen maar afgelopen morgen hebben we aan een parachute gehangen (paragliding). Om een uur of 9 werden we opgehaald en zijn we naar de Sarangkot berg gereden tot op een hoogte van ongeveer 1600 meter boven zeespiegel. Het uitzicht over Pokhara was heel bijzonder en op de achtergrond was de Annapurna te zien. We waren met z'n veertienen, zeven instructeurs en zeven beginnelingen. Jullie mogen zelf invullen tot welke groep wij behoorden. Doordat het de vorige dag zo hard had geregend moesten we even wachten zodat de thermiek goed was (de lucht moet voldoende opgewarmd zijn). Het was de bedoeling dat wij een zogenaamde "Tandem Flight" zouden maken waar we voor de instructeur geknoopt werden, uiteraard alles netjes gezekerd. Nadat twee solo paragliders naar beneden waren gegaan was het dan eindelijk onze tijd.

Vera mocht als eerste van de groep en na wat gedol van de Franse instructeur, werd er gezegd bij 1,2,3 gaan we lopen en je moet blijven lopen todat ze zeggen stop. De instructie was nog niet gegeven of daar ging ze. De parachute pakt wind en dan wil je wel lopen maar je staat gewoon stil, pas als de parachute boven je hangt kun je weer gaan lopen (van de berg af). Binnen enkele tellen hingen ze in de lucht en gingen ze hard naar beneden maar ineens klommen ze en begonnen ze boven het dal te cirkelen. Toen was het Patrick zijn beurt, hij was de gelukkige om met een Braziliaanse instructrice naar beneden te mogen. Patrick had het kunstje afgekeken en dus duurde het niet zo lang voordat ook hij in de lucht hing. Zo'n veertig minuten hebben we heerlijk in de lucht gehangen. Diverse roofvogels cirkelde rond de paragliders en op een gegeven moment hingen er wel vijftien paragliders in de lucht. Vera startte als eerste de landing met een Spin (snelle cirkelachtige beweging) en landde veilig. Patrick mocht letterlijk de touwtjes even in handen houden en boven het meer sturen. Voor de landing heeft hij ze natuurlijk weer netjes overgedragen en zo is ook hij veilig geland. Al met al een geweldige ervaring voor ons beide.

Filmpje: Vera in vogelvlucht

Verder hebben we die middag wederom een fiets gehuurd en zijn we naar een Tibetaans vluchtelingendorp "Tashiling" gereden en hebben daar zo'n beetje de rest van de middag rondgekeken. Overigens kwamen we er vandaag achter dat enkele Tibetanen in Pokhara voor zo'n 72 uur in hongerstaking zijn en vlakbij ons hotel zitten. De gebeurtenissen in Tibet zijn dan misschien niet meer het belangrijkste nieuws maar het is er nog steeds niet oke. Dit blijkt ook uit het feit dat de grens nog steeds gesloten is voor toeristen.

Morgen zullen we vertrekken naar Chitwan National Park waar we een aantal dagen zullen verblijven.

12 april 2008

Thorung La pass

We hebben het volbracht en voor iedereen die onze Weblog leest hebben wij op de Thorung La Pas, het hoogste punt van onze trekking en 5416 meter hoog gebedsvlaggestjes opgehangen. Deze gebedsvlaggetjes staan voor een gelukkig leven en een mooie en gezonde toekomst. Dat dit nog niet meevalt kunnen jullie hieronder lezen.


Op zondag 23 maart zijn we vertrokken in de r
ichting van de Annapurna voor de start van de trekking rondom de Annapurna, een van de hoogste bergen ter wereld. Doordat het de dag ervoor een feestdag was kon pas op zondag de permit (soort vergunning) geregeld worden waardoor we om een uur of elf dan uiteindelijk konden vertrekken. Zaterdag is de vrije dag en zondag is in Nepal een gewone werkdag dus dat kwam dan weer goed uit. We werden op het kantoortje ontvangen waarna we onze tassen in de hoek konden zetten. Het is een bedrijfje van niets maar er "werken" een man of tien, althans ze zijn aanwezig. Na wat Nepalees gesmoezel en gelach pakten ze om beurten even de rugzakken op, om na te gaan hoe zwaar ze waren. Dan werd er weer wat gelachen en kwam de volgende. Bij navraag of de tassen te zwaar waren werd gezegd dat het geen probleem was, later zou dit wel een klein probleempje geven. De permits waren die ochtend opgehaald en na een kop thee konden we vertrekken naar het busstation waar we met de lokale bus naar Besisahar zouden rijden, een rit van zo'n 6 uur. De taxi kwam voorgereden en voor de kenners onder ons, het was een Suzuki alto (type zeer klein). Daar moesten in, uiteraard de chauffeur, wij, de porter (drager), de gids, twee grote rugzakken, twee dagrugzakken en twee hele kleine rugzakken van de porter en gids.
En weet je wat, het past!!!!
Met de gezichten tegen de ruiten gedrukt en de auto totaal door zijn vering zijn we naar het busstation gereden en zoals je zult begrijpen waren we blij dat we eruit konden.

Aangekomen bij het busstation was het niet zo druk en na even wachten konden we dan vertrekken. De opstartprocedure begint: de bus wordt gestart met veel kabaal, gelijktijdig wordt het gaspedaal volledig ingetrapt zodat hij lekker snel op temperatuur komt, de versnelling wordt even droog geprobeerd maar dat hoor je toch niet als de bus staat te loeien. Dit duurt ongeveer een kwartiertje en iedereen zit rustig in de bus te wachten. Hierna stapt het manneke (naar schatting een jaar of twaalf) achter het stuur vandaan en gaat de chauffeur achter het stuur zitten. Nog een paar keer goed op het gaspedaal trapppen, claxoneren om te laten weten dat we nu toch echt gaan en dan zijn we weg.
Deze opstartprocedure doet Patrick denken aan de jaarlijkse uitjes aan het racecircuit alleen ligt de uiteindelijk snelheid een stukje lager. Kathmandu is een beduidend stukje groter dan wij hadden gedacht en het duurt dan ook even voordat we van ons af kunnen kijken over de Kathmandu vallei welke al adembenemend is. Na ongeveer een uurtje stopt de bus, tijd voor een plaspauze en de lunch. Dit zou overigens de enige stop voor de rest van de dag zijn met uitzondering van het uit- en instappen van passagiers. Gelukkig hadden we vooraf wat broodjes gekocht zodat we ook konden lunchen. De plaatselijke snackbar zag er namelijk niet zo hygienisch uit. Dit gold overigens ook voor het toilet maar dat hebben we dan toch maar gedaan.
Of het nu aan het eten van de snackbar heeft gelegen weten we niet maar de twee dames voor ons werden ziek en zij probeerden over elkaar heen te kruipen naar het schuifraampje om zo het hoofd buiten te hangen. Het gevolg was dat wij niet geheel vrij meer naar buiten konden kijken. De bus hobbelde door, het landschap was mooi en de tijd verstreek (gelukkig hadden we een splitter gekocht voor de I-pod zodat we beide muziek konden luisteren tijdens de busrit). Aan het einde van de middag begon het te regenen en ondanks dat er een zeiltje over de rugzakken en andere bagage werd gegooid was dit toch niet geheel afdoende. Dit betekende dat we wat kleding moesten laten drogen in de avond. Net toen het begon te schemeren kwam de bus aan op zijn bestemming en konden we naar het hotel. Een kamer met een warme douche was de bedoeling maar het werd een koud douche. Het eten viel zeker niet tegen en na een potje kaarten zijn we dan maar vroeg naar bed gegaan. Kaarten en vroeg naar bed gaan werden een dagelijks ritueel. Het was een enerverende dag maar ondanks alles toch mooi.
De volgende morgen om zeven uur opgestaan om te gaan ontbijten en dan vertrekken. De twee grote rugzakken werden met touwen aan elkaar vastgeknoopt en onder de tas werd een touw geknoopt met daaraan een hoofdband. Het volle gewicht van de tassen rust dus op het voorhoofd en de banden van een rugzak. Bij het opstaan begon onze porter, Ramshi genaamd iets of wat te kreunen maar zette er gelijk de pas in. De gids, Bashu en wij volgden hem. Op naar het eerste punt om te papieren te laten stempelen zodat we echt op pad waren. Het stempelen van de papieren doen ze om te kunnen achterhalen of er geen toeristen achter op de berg blijven. De naam van Vera op d'r permit was overigens totaal verkeerd geschreven en onze leeftijden varieerden met maximaal tien jaar per locatie. De gids en porter worden niet geregistreerd vreemd genoeg. Na buiten te zijn aangekomen was de porter niet te zien, zal alvast zijn doorgelopen dachten wij. Klopt, de porter had zelf besloten naar een gereedstaande bus te lopen om nog een stukje te bussen (saai stuk). De tassen lagen al bovenop. Nou, vooruit dan maar, een laatste stukje bussen.
Na een uurtje kwamen
we dan eindelijk aan op het startpunt en zijn we begonnen met lopen. De eerste dag was nog niet zo spectaculair maar het werd steeds beter. Ook werden de benen uiteraard op de proef gesteld want ondanks dat wij in Nederland wel eens een stukje lopen is dit toch net even wat anders maar we waren verbaast hoe snel het went. Vera heeft wel wat last gehad van blaren, zo'n 10 stuks. Ondanks de blaren heeft ze er niet te veel problemen van ondervonden. Goed behandelen met blarenpleisters en verbandjes en dan komt het allemaal goed. Oh ja, en er groeit over een tijdje gewoon weer een nieuwe nagel aan.
Op dag twee werd besloten dat Ramshi twee rugzakken te veel vond en zo werd de rugzak van Vera aan de gids gegeven en de rugzak van de gids op de rugzak van Patrick geknoopt. Zo zijn ze de rest van de dagen gaan lopen waarbij de gids geen enkele kik gaf en Ramshi maar kreunde en steunde. Ramshi spreekt geen engels wat het natuurlijk wat lastig maakt maar gelukkig sprak de gids een redelijk woordje engels. Later begrepen we dat het al weer zo'n 5 jaar geleden was geweest dat Rhamsi voor het laatst als porter had gewerkt. Ook het feit dat hij 50 jaar was en hij in het begin op teenslippers liep heeft uiteraard niet bijgedragen aan een goede wandeling voor hem maar hij heeft het doorstaan. Overige porters liepen overigens wel zonder problemen met meerdere tassen. Wij vinden het echter niet altijd normaal wat de porters aan gewicht dragen. Het zijn overigens niet alleen rugzakken voor toeristen maar ook materialen die ze zelf gebruiken voor het dagelijkse leven of de bouw.
Naarmate we hoger klommen werd het kouder en begon het af en toe te sneeuwen. We begonnen we ons steeds meer zorgen te maken over Ramshi die het gewoon koud had en zoals we al eerder hebben geschreven hadden ze vrijwel niets bij en dus ook geen warme kleding. Bashu, de gids had een goede jas en was voorbereid op wat ging komen, Ramshi niet. Wij besloten om een voorstel te doen bij de gids om voor Rhamshi een goede warme winddichte jas te kopen. Dit betekende wel dat hij na afloop van de tocht geen "tip" meer zou krijgen. Wij vonden dit, evenals de gids, een goed voorstel. Helaas voor ons was Rhamsi het hier niet mee eens en gaf hij te kennen dat hij geen jas nodig had (maar liever geld aan het einde van de trekking). Bashu onze gids heeft nog proberen op hem in te praten maar hij wou er niets van weten. Hij heeft nog een dag of vijf kou geleden en een fleecetrui van de gids over zijn kleding aangetrokken. De slippers had hij inmiddels ook geruild voor schoenen (aan het einde van de trekking werden deze weggegooid en trok hij zijn slippers weer aan). In enkele theehuizen (overnachtingsplaatsen) hangen affiches met daarop een tekst "Als jij niet zorg voor je porter, wie doet het dan wel ???". Vreemd genoeg is geld belangrijker dan je eigen gezondheid.

Wij hebben een hele mooie trekking gelopen welke af en toe afmattend was maar we zijn blij dat we het gedaan hebben. Ook de manier van aanpakken met een gids en drager heeft voor ons bijgedragen tot een goede trekking (en bovenstaande gebeurtenissen geven nu eenmaal kleur aan het verhaal). Hieronder hebben we in het kort per dag aangegeven hoe de tocht is geweest en hoe we zijn gelopen om jullie een indruk te geven van de dagen. Uiteraard voorzien van foto's.

Zondag 23/03/2008: Kathmandu - Besisahar.
All
e spullen in de rugzakken gestopt en vertrokken uit Sunrise cottage. Eerst nog even een mailtje gestuurd naar Karin met de gegevens van de trekking organisatie (Unique waymaker) en voor het verstuurde pakketje naar Nederland. Rond 17:30 uur aangekomen in Besisahar, 760 meter. We hebben in de ochtend het advies gekregen om geen vlees te eten om te voorkomen om een voedselvergiftiging op te lopen, dus voor de komende drie weken zijn we vegetariers.

Maandag 24/03/2008: Besisahar - Bahundanda.
7:00 uur ontbijten en om 7:45 vertrokken, na ongeveer een half uurtje wandelen gestopt voor de eerste controle posten, entry fee collection counter en tims (trekkers information management system) registation card. Rond 11:00 hebben we de eerste stop gemaakt voor de lunch in het plaatsje Ngadi, 930 meter. Een uur later zaten we dan werkelijk aan onze vegetarische noodles, erg lekker. Hoe verder we richting Bahundanda kwamen hoe meer het stijgen was en natuurlijk ook afzien maar het uitzicht was bijzonder mooi. Rond 15:00 uur aangekomen in Bahundanda, 1310 meter (totaal 470 meter gestegen) en overnacht in Hotel Superview. Een hotel? We waren verbaasd dat het hokjes waren gemaakt van spaanplaat, 5 mm dik zonder een likje verf. Het bed was zacht (we lagen op de lattenbodem) en we hadden een warme douche. De rest van de middag hebben we uitgerust en vroeg naar bed want wandelen is vermoeiend.

Dinsdag 25/03/2008: Bahundanda - Chamje.
Ontbijt begonnen met een pannekoek met appel en rond 7:45 gestart met wandelen. Wat we de dag ervoor geklommen hadden moesten we vandaag eerst weer dalen en natuurlijk aan het eind van de dag weer flink stijgen. Na 2,5 uur wandelen en de nodige ruststops geluncht bij Asia Guest house in Lamjung. Na de lunch was het flink klimmen en er waren ook zeer steile stukken bij. Een lange rustpauze hadden we hierna wel nodig. Na de rustpauze was het ook weer flink klimmen, op dit pad hadden we veel verkeer van pakezels/muilezels. Na 4 uur en 50 minuten aangekomen in Chamje, 1430 meter en overnacht in Tibetan Hotel met een warme douche. Vandaag ongeveer 120 meter gestegen. De porter weet inmiddels dat hij wat te drinken krijgt van ons, de eerste dag was het koffie, de tweede dag een cola en de derde dag een flesje wiskey. "Only if the client wants it" was de reactie van de gids op de vraag of hij wiet rookte (groeit hier overal) of alcohol dronk.

Woensdag 26/03/2008: Chamje - Dharapani.
Om 7:30 na het ontbijt vertrokken uit Chamje, 1430 meter en na 2 uur effectief wandelen, met de benodigde tussenstops in Tal, 1700 mete
r gestopt voor een lunch, macaroni met kaas. Na goed gerust te hebben zijn we weer gaan wandelen wat niet altijd even makkelijk gaat met blaren. Na 4 uur en 45 minuten en het nodige stijgen en dalen aangekomen in Dharapani, 1860 meter, totaal 430 meter geklommen. Overnacht in 7-hotel met een warme douche. In het restaurant gezellig zitten kletsen met een Nederlandse (Femke) en Australiër (Florian). Ook vandaag weer de nodige pakezels.

Donderdag 27/03/2008: Dharapani - Chame.

Na een pannekoek voor het ontbijt, een goede bodem om te gaan wandelen om 7:30 vertrokken. Het was veel stijgen maar meestal ging dit stijgen geleidelijk. Na 2 uur en 45 minuten te hebben gewandeld hebben we geluncht in het plaatsje Timang Bessi, 2270 meter, al 410 meter gestegen van de in totaal 810 meter. Na een springroll te hebben genuttigd zijn we weer verder gelopen richting Chame. Onderweg de top van de Annapurna 2 gezien. Door de wolken was het moeilijk te zien hoeveel sneeuw er op de berg lag. De wandelingen worden steeds mooier en de wandeling van vandaag was ook iets minder zwaar dan de dag ervoor. Na 4,5 uur te hebben gewandeld aangekomen in Chame, 2670 meter en overnacht in Moonlight guesthouse en uitzicht op Annapurna 2.

Vrijdag 28/03/2008: Chame - Lower Pisang.
Om 7:30 vertrokken uit Chame, vandaag wordt het veel stijgen. Voor de lunch was het redelijk afzien doordat er zeer veel
steile stukken in zaten. Tijdens het wandelen uitzicht gehad op de Annapurna 2 en 4. Samen met Florian gelunched in Dhukure pokhari, 3060 meter, al 390 meter geklommen. Na de lunch stond er veel wind en werd het koud maar het was nog maar een klein uurtje lopen naar Lower Pisang. Net voordat we aankwamen in Lower Pisang begon het een beetje te regenen wat al snel overging in sneeuw. De sneeuw bleef niet liggen. Om 14:00 aangekomen in Lower Pisang, 3200 meter. Na een kopje thee de jassen, mutsen en handschoenen aangetrokken en in de sneeuw gelopen naar Upper Pisang, 3300 meter. In Upper Pisang hebben we een boedhistische tempel bezocht, hoewel het stijgen niet gemakkelijk ging was het zeker de moeite waard. Deze wandeling hebben we met zijn tweeën gedaan want de gids en drager waren beide wat ziek. Ze moesten op het einde van de wandeling beide snel in de bosjes duiken. Na een warme douche en het dinner veel gelachen met Femke en de gids.

Z
aterdag 29/03/2008: Lower Pisang - Manang.
Met het wakker wo
rden was het 8 graden celcius en er lag zelfs een beetje sneeuw op de daken. Gelukkig hadden we de avond ervoor de bedden tegen elkaar geschoven zodat we samen onder een extra deken konden liggen, alleen onze slaapzak was niet voldoende geweest. Na het ontbijt vertrokken uit Lower Pisang. Na wat stijgen en dalen aangekomen in Humde, 3280 meter. Na een kopje thee vertrokken naar Manang. We hadden al twee uur gelopen en moesten nog ongeveer twee uur naar Manang. Na dik een uur aangekomen in het kleine plaatsje Brage, 3360 meter. We zouden een lunch hebben in Manang maar het was al half twaalf en onze maag begon te knorren. Dus gestopt om te lunchen, de lekkerste tomaten noodles soep gegeten tot nu toe. Na de lunch zouden we gaan wandelen richting Manang maar eerst zijn we nog een berg op geklommen om een 500 jaar oude Gompa te bezichtigen. Of we de Gompa echt hebben gezien vragen we ons af maar we hebben in ieder geval wel de gebedsmolens gezien. Daarna zijn we gelopen richting Manang, goed aangekleed met jas aan en muts op want het was inmiddels goed koud geworden. Aangekomen in Manang hadden we in het hotel de laatste kamer, zeer primitief maar het was voldoende. Na een kleine wandeling in het dorp en wat inkopen te hebben gedaan hebben we met de gids gekaart. Met Bashu moet je goed opletten want hij kan niet tegen zijn verlies en speelt alleen maar vals. Manang ligt op een hoogte van 3540 meter en totaal 340 meter geklommen en nog geen last van de hoogte.

Zondag 30/03/2008: Manang, rust- en acclimatisatiedag.
We konden uitslapen maar we waren zoals gewoonlijk om 6 uur wakker. Deze keer niet om 7 uur ontbeten maar we hebben het gerekt tot 8:30 uur. Na het ontbijt de berg opgewandeld naar de 100 rupee Lama. Het was een stevige klim waarbij we aan de ademhaling merkten dat we flink moesten stijgen maar gelukkig nog geen last van de hoogte. Bij de Lama aangekomen moesten we met een klein trapje naar beneden om het kamertje van de 92-jarige Lama binnen te gaan. Na eerst 100 rupees (1 euro) te hebben betaald zei hij iets tegen je en kreeg je iets van koude thee op je hand dat je op moest drinken. Daarna knooptje hij een rood/wit/geel/zwart/groen koortje om je nek en kwam zijn dochter met een kopje thee, met zeer veel suiker. We waren nu gezegend voor een goede tocht over de pas. Na het bezoek aan de lama hebben we nog van het uitzicht genoten voordat we weer naar beneden zijn gelopen (acclimatiseren). Na de noodles soep is Patrick samen met Bashu naar het Gangapurnameer gewandeld. Vera heeft een douche genomen en haar voeten met de blaren verzorgt voor de komende dagen. De porter mocht niet mee van de gids, hij moest maar eens een keer onder de douche. In de middag hebben we nog wat zitten lezen en in het dorpje het plaatselijke museum bezocht. In het museum hadden ze alle oudheden (voor keuken en gebedsruimte). Rond 17:00 uur begon het weer te sneeuwen en werd het erg koud. In de kamer was het deze ochtend 4 graden celcius, het was dan ook de eerste keer dat we in thermo ondergoed hebben geslapen.

Maandag 31/03/2008: Manang - Letdar.
In de ochtend Manang verlaten en eerst gelopen naar Gunsang. Het zonnetje scheen en het was erg aangenaam om te wandelen. Na een grote kan Gingerthee (goed tegen hoogteziekte) gelopen naar Yak Kharka, 4018 meter, bijna 500 meter gestegen. Na een korte discussie met de gids besloten om nog naar Letda
r te lopen. Dit omdat we de volgende dag naar Thorung Highcamp wilden lopen, 4850 meter zodat de Thorung-La-Pass iets makkelijker te belopen was. Na 4 uur te hebben gewandeld aangekomen in Letdar, 4200 meter, totaal 660 meter gestegen. Het is een hotel van niets, geen douche, geen warm of koud water. De bedden hebben we tegen elkaar aan gezet, de slaapzakken aan elkaar geritst, 2 dekens erover heen gegooid en maar hopen dat we konden slapen in de kou en op deze hoogte. Allebei hebben we iets van hoofdpijn wat van de hoogte komt maar we hebben ook beide een flinke verkoudheid wat natuurlijk ook niet ten goede komt. Florian en Femke zijn in de middag gekomen om te acclimatiseren maar zijn na een kop thee weer naar beneden gelopen. Aan het eind van de middag zijn we een twix gaan halen bij het volgende hotel en weer terug gelopen in de ijzige kou, het begon ook weer te sneeuwen en de twix was moeizaam te eten doordat deze bevroren was. De kachel in het hotel werd niet gestookt op hout maar op gedroogde Yakmest. Dit geeft wel een wat mindere geur maar we hadden het er graag voor over. We zaten namelijk met een muts, jas en handschoenen aan binnen.

Dinsdag 01/04/2008: Letdar - Thorung Pedhi Highcamp.
Na een goede nacht, niet koud gehad maar wel enkele keren wakker geweest
doordat de ademhaling wat moeilijker ging vertrokken uit Letdar. Het was in het begin flink klimmen en daarna stijl dalen naar een brug. Vera is onderweg 1 keer gevallen en toen maar een stukje op haar kont naar beneden gegleden. Onderweg meerdere malen Yaks zien lopen, zeer imposante beesten met grote hoorns en een zeer dikke vacht. Na de brug was het weer flink stijgen naar een theehuis. Tijdens het drinken van de gingerthee, die overigens niet lekker was enkele herten op afstand gezien. Na de thee flink gestegen naar Thorung Phedi basecamp, 4450 meter. Na een moeizame lunch omdat door de hoogte de eetlust afneemt besloten om toch door te lopen naar Highcamp, 4850 meter, 650 meter gestegen. Het was flink afzien maar met langzaam lopen zijn we dan in het begin van de middag aangekomen in Highcamp. Die middag en avond veel gedronken (plassen) zodat de hoofdpijn minder werd (kenmerk van hoogteziekte). Het was er koud maar gelukkig stond er onder tafel een spiraal verwarming en in de hotelkamer lagen vier dekens waar we ook gebruik van hebben gemaakt. Onze porter had het die dag erg moeilijk, erge last van hoogteziekte. De toilet was buiten en het was een hele onderneming om daar gebruik van te maken. Eerst moest je door de sneeuw naar het hokje, bij de toilet moest je oppassen dat je niet in gleed. Het heeft heel de middag en avond gesneeuwd. In de middag hebben we een Nederlands stel ontmoet, ze waren terug gekomen van de pas want de vrouw was ziek geworden. In eerste instantie vroeg hij aan ons of ze de volgende dag met ons mee over de pas konden lopen en een half uur later besloten ze om de volgende dag per Yak naar beneden te gaan, weer een half uur later is de vrouw op de rug van een porter naar beneden gedragen. Ze was te ziek om te verblijven op Highcamp. Het was niet mogelijk om met een Yak naar beneden te gaan omdat het te steil was en er lag te veel sneeuw.

Woensdag 02/04/2008: Thorung - La - Pas.
Na ee
n moeilijke nacht, het is lastig slapen op grote hoogte, vroeg wakker want om 5:00 uur ontbijt. Het had de hele nacht gesneeuwd en er lag een flink pak, tot ongeveer onze knieeën. We wilde vertrekken om 5:30 maar we zijn gestart om 6:00 uur omdat we anders als eerste de pas op moesten lopen en ook zelf het pad moesten vormen. Om 5:15 kwamen de eerste wandelaars aan op Highcamp, zij waren vertrokken vanaf basecamp. Na een eerste pad en iets meer licht begonnen met het wandelen naar de pas. Na een uur klimmen hebben we het eerste theehuis bereikt en daar moesten we dan ook even bijkomen. Om 9:30 waren we dan uiteindelijk op de Thorung - La - Pass, 5416 meter. Het was tot zover een moeizame tocht door de sneeuw en het was flink stijgen. Op de pas thee gedronken, foto's gemaakt en de vlaggentjes opgehangen. Daarna was het flink dalen en dit was pas echt afzien. Het dalen was zwaarder dan het stijgen. Er lag veel sneeuw. Het pad dat gemaakt was door voorgaande wandelaars was op stukken ijs geworden. Er waren ook nog redelijk gevaarlijke stukken bij doordat er zoveel sneeuw lag dat je langs of op de rand van de berg liep. We zijn dan ook regelmatig op ons kont gevallen omdat het te steil of te glad was. Om 13:30 aangekomen in Phedi en daar een lunch gehad maar door de hoogte hebben we bijna niets gegeten. Daarna wat het nog een kleine twee uur zakken naar Muktinath, 3800 meter. Dit was tot nu toe de zwaarste wandeldag die we hadden gehad. Het was stijgen van 4850 meter naar 5416 meter en weer zakken naar 3800 meter. Aangekomen in Muktinath wilde we maar 1 ding en dat was na 4 dagen: een warme douche. De douche was vies en er was geen warm water, we hebben de gids gevraagd of ze de 10 cm vies water uit de douche konden halen en of ze warm water konden regelen om te douchen, daarna was het eten en gaan slapen. We waren uitgeteld maar hadden een voldaan gevoel.

Donderdag 03/04/2008: Mukthinath - Kagbeni.
Vandaag konden we lekker uitslapen en om 8:30 ontbeten samen met Florian. Na het ontbijt zijn we naar het hotel van Femke gelopen. We zijn met zijn vieren en de gids/drager naar een Monastery gelopen. Het is een soort bedevaartsoord want Ramshi moest op de foto. Maar eerst deed hij z
ijn muts af en zijn haren werden glad gestreken. Ook had hij een extra flesje meegenomen om dit te vullen met gezegend water voor Bashu. Bashu had namelijk last van sneeuwblindheid doordat hij na de pas zijn zonnebril af had gezet. Later kwamen we er achter dat veel mensen last hadden van sneeuwblindheid. De porters van een grote Belgische groep hadden het heel erg te pakken, ze lagen op bed met zonnebrillen op. De dame van het hotel had het er maar druk mee om hun naar het toilet te brengen. We wilde die avond een afscheidsetentje met Femke hebben want zij zou het vliegtuig vanaf Jomosom nemen naar Pokhara en we zouden elkaar daarna niet meer zien. We hebben besloten om gezamelijk naar Kagbeni te lopen. De gidsen en porter voorop en wij er achter aan. Dit was ook de eerste keer dat we de gids zijn kwijt geraakt tijdens het wandelen maar gelukkig zagen we ze in de verte weer lopen. Het landschap veranderde flink, we moesten flink dalen en kwamen meer in een woestijngedeelte terrecht. Het waaide er zeer hard en de valley hebben we gedoopt tot de windy valley. Na de lunch gezellig aan tafel zitten kletsen. Patrick is het dorp in gegaan om foto's te maken totdat het te hard begon te regenen. De spectaculairste foto was wel van de beroemde gele M, YAC Donalds (in Nepal bestaat nog geen McDonalds).
Femke had de beste stunt van de dag. Ze dacht dat ze al meer dan 1000 km had gelopen. Ze had namelijk een kaartje overgetekend en alle kilometers bij elkaar opgesteld en dan kwam je uit op meer dan 1
000 km. Ze besefte alleen niet dat de totale kilometers in blokjes werden weergegeven en dat ze "maar" 140 km had gelopen. Dat was een echte telleurstelling voor haar.

Vrijdag 04/04/2008: Kagbeni - Tukuche.
Na het ontbijt afscheid genomen van Femke. Femke vertrekt zaterdag vanaf Jomoson met het vliegtuig naar Pokhara. Wij zijn van Kagbeni, 2800 meter eerst naar Jomoson, 2710 meter
gelopen. In Jomoson hebben we bij een bakkerij een lekker punt chocolade appeltaart gegeten. Van Jomoson zijn we naar Marpha gelopen, 2670 meter. Het was de eerste keer dat een hotel vol zat. We hebben eerst geluncht en daarna zijn we doorgelopen naar Tukuche. Onderweg hadden we veel wind. Om 15:30 aangekomen in Tukuche, 2590 meter. We waren de enige gasten in het hotel en het was er redelijk koud. De badkamer zat vast aan de slaapkamer maar net als de vorige dag geen warm water voor het douchen. We zijn nog even gelopen naar de Dutch bakey waar Patrick een filterkoffie heeft gedronken.

Zaterdag 05/04/2008: Tukuche - Ghasa.
De eerste keer dat we weer van de wekker zijn wakker geworden en daardoor iets later dan normaal vertrokken, om 8 uur. Uit Tukuche vertrokken en de eerste theestop in Kokhethanti, 2995 meter. We hadden dus weer 400 meter geklommen. Na de thee naar het plaatsje Kalopani, 2530 meter gelopen. Vanuit Kalopani naar Ghasa, 2010 meter gelopen. De wandeling was deze dag niet zo mooi. Het hotel was niet alles, geen warme douche en de kamers waren erg gehorig. 's avonds begon onze gids en porter na enkele biertjes te dansen op de nepaleese muziek, het liedje duurde minimaal een kwartier maar het was erg grappig om te zien.

Zondag 06/04/2008: Ghasa - Tatopani.
Met het opstaan regende
het al dus de gore-tex broek aangetrokken en vertrokken uit Ghasa. Het eerste gedeelte van de wandeling was over een mooi pad hoewel het er wel erg glibberig van de modder was. Na een kop thee in Kopchepani en de rivier te zijn overgestoken kwamen we terrecht op de lokale weg. Daarna zijn we doorgelopen naar Tatopani, 1190 meter waar we twee nachten zouden verblijven. Na de lunch hebben we wat rond gewandeld in het dorpje en gelopen langs de hotspring. Daarna in de eetzaal van het hotel gezeten en gezelschap gekregen van een Duits bevriend wandelstel Christien en Peter. Het was gezellig en ze hebben met ons een hapje gegegeten en een kop thee gedronken. Daarna werd de eetzaal gesloten dus dat was op tijd naar bed.

Ma
andag 07/04/2008: Tatopani, rustdag.
Een vrije dag in Tatopani, dit konden we wel gebruiken na alle wandeldagen. Na het ontbijt hebben we eerst maar eens onze was gedaan. Het was namelijk zeer mooi weer, goed weer om onze was te laten drogen en we waren ver door de schone was heen. Na deze inspanning hebben we lekker in het zonnetje zitten lezen. Na de lunch is Patrick naar de locale kapper geweest voor een knip en scheerbuurt voor 300 rupees, 3 euro. Met een grote huis/tuin en keuken schaar werden zijn haren
keurig geknipt. Daarna inschuimen om te scheren. Het scheren verliep maar moeizaam zodat hij dit zelf later nog maar eens heeft overgedaan. Na de kapper zijn we naar de hotspring geweest. In eerste instantie dachten we dat dit midden in de natuur lag maar ook in Nepal zijn ze commercieel, ze hebben er een soort zwembad van gemaakt. Het was lekker voor 10 minuten want het water was ongeveer 40 graden celcius en dat was redelijk warm om er lang in te verblijven.

Dinsdag 08/04/2008: Tatopani - Ghorepani:
Na het ontbijt zijn we vertrokken uit Tatopani, vooraf hadden we nog niet helemaal gepland of we naar Sikha, 1935 meter of Ghorepani, 2750 meter zouden lopen maar het zou vandaag flink klimmen worden. Om 10:15 hadden we een korte theestop en daarna zijn we weer gaan wandelen. Na een kwartier wilde de gids al gaan lunchen want de porter had honger. De porter heeft volgens ons altijd honger, hij begint al om 9:00 uur met aangeven dat hij honger heeft. Wij hadden het idee dat ze begrepen dat wij nog niet wilde eten en als zei wilde eten ze maar moesten eten. Er werd besloten om door te lopen maar na een kwartier stopte ze weer en nu was het lunchtijd. We hebben besloten om niet te stoppen in Sikha maar door te lopen naar Ghorepani, dit betkende dat we 1560 meter moesten stijgen en dat hebben we geweten ook. Het was veel en sterk stijgen en een mars/snicker hadden we nodig voor wat extra energie. Het laatste gedeelte van de wandeling stond in het teken van de Rhododendrons. De Rhododendrons waren geen struiken zoals in Nederland maar hele bomen tot wel zeker 8 meter hoog. De Rhododendrons domineerde de vallei en de mooie rood, rose kleur was fascinerend. Ramshi heeft de hele middag geklaagd dat het ver en zwaar was, wij moesten er wel een beetje om lachen maar we hebben ook flink afgezien. Om 16:30 waren we dan uiteindelijk in Ghorepani. Eerst nog even langs de checkpost en daarna nog een klein stukje naar het hotel, see you lodge. Hier hebben we dan ook heerlijk uitgebreid onder een warme douche gestaan. Net voordat we aan kwamen in het hotel kwamen we een groep tegen, er was een vrouw bij die werd gedragen door een drager en haar hele voet was dik. De pijn was van haar gezicht af te lezen. Later zagen we de helicopter overkomen en we hoorde dat de vrouw een kwartier later al in het ziekenhuis lag en dat haar onderbeen op twee plaatsen was gebroken. Ze was uitgegleden tijdens het wandelen. Vanavond vroeg naar bed want de volgende morgen om 5:00 uur vertrekken naar Poonhill om de zonsopgang te bekijken.

Woensdag 09/04/2008: Poonhill - Ghorepani - Tadapani.
Om 4:15 werden we wakker van de eerste mensen die opstonden om naar Poonhill te gaan. Wij zijn een kwartiertje later opgestaan, aangekleed en een kop thee gedronken. Van Ghorepani, 2750 meter zijn Poonhill op geklommen, 3193 meter. Het was flink klimmen voor de vroege ochtend maar na een uurtje hadden we de top bereikt. We waren natuurlijk niet de enige, alle touristen die de nacht hebben verbleven in Ghorepani beklimmen de volgende ochtend Poonhill om de zonsopgang te bekijken. Na een kop warme chocolademelk brak de zon door. De bergen waren niet altijd even goed te zien omdat het redelijk bewolkt was. We hebben de toppen gezien van Annapurna 1, Annapurna South, Nilgiri South, Machhapuchre (Fastiol) en Huinchuli. Rond 7 uur zijn we weer naar beneden gelopen en van het uitzicht met de vele Rhododendrons genoten. Na een stevig ontbijt zijn we rond half 9 vertrokken richting Tadapani. In het begin was het zeer veel stijgen, daarna dalen en net voor Tadapani, 2590 meter was het even flink stijgen. Rond 12:30 zijn we in het dorpje aangekomen. In ieder dorpje waar we door heen komen wordt er Bashu, Bashu geroepen en onze gids begrijpt maar niet waarom. Wij hebben hem het gezegde "in ieder stadje een schatje" proberen uit te leggen maar hij deed net of hij het niet begreep.

Donderdag 10/04/2008: Tadapani - Ghandruk.
Vandaag een rustige dag om te lopen van Tadapani 2590 meter naar Ghandruk, 1940 meter. Het was bijna alleen maar dalen en soms iets stijgen. Dit maakte de dag een stuk makkelijker om te lopen. Het eerste hotel waar we aankwamen was vol dus nog een klein stukje doorlopen naar het volgende hotel "peacefull". Voor de Nepalezen was het een zeer belangrijke dag want het waren verkiezingen. Mensen moeten in hun geboortedorp stemmen waardoor niet iedereen de mogelijkheid heeft om te stemmen.

Vrijdag 11/04/2008: Ghandruk - Pokhara.
De avond ervoor hebben we besloten om van Ghandruk, 1940 meter te lopen naar Lumie,
1610 meter om vandaar uit de bus te nemen naar Pokhara. Dit betekend dat de trekking 20 dagen heeft geduurd in plaats van 21 dagen maar wij vinden het ook mooi geweest. 'S-ochtends op tijd vertrokken uit Ghandruk en dat was flink dalen. Het dalen is vaak lastig omdat er treden zijn gemaakt maar deze zijn over het algemeen te hoog om makkelijk naar beneden te lopen. De lunch was vroeg omdat we in de middag de locale bus moesten hebben. Om 12:30 kwamen we aanlopen en de bus reed net weg maar we konden nog mee. De gids en drager gingen boven op de bus zitten bij de rugzakken en wij zijn in de bus gaan zitten. Het was erg vol met locale bevolking maar er waren nog twee plaatsen vrij om te zitten. Onder weg werd de bus steeds voller en het was natuurlijk ook weer een bezienswaardigheid om touristen in de bus te hebben. Na twee uur bussen aangekomen in Pokhara. Vanuit de bus in een minitaxi gestapt met zijn vieren en naar het hotel gereden. Daarna zijn we met de gids en porter eerst een kaartje voor de mobile telefoon gaan regelen, dit is niet even geregeld ze hadden nodig: kopie paspoort, kopie visa, pasfoto, adres gegeven en ja wel hoor twee vinger afdrukken. Maar uiteindelijk hadden we een telefoonkaartje en we konden bellen. Toen was het tijd om als afscheid wat te gaan drinken. De gids en porter bestelde rum wat werd geserveerd in een flesje wiskey, hier kan dat allemaal!!! De porter was op het einde van de avond redelijk dronken en kreeg steeds meer praatjes maar wij begrepen er natuurlijk niets van. Na het eten zijn we terug gewandeld naar het hotel en daar kwamen we toevallig de eigenaar van het trekkingsbureau tegen. Met hem hebben we de trekking besproken en daarna was het echt tijd om naar bed te gaan want het bier/cocktail had ons ook goed gesmaakt. Dit was dan echt het einde van de trekking.

We zijn blij dat dit verslag er in staat want we zijn gisteren gestart met het schrijven en foto's inladen maar door ongeveer tien elektriciteitsstoringen konden we het vandaag pas afmaken maar we hopen dat jullie het de moeite waard vinden.